Kabinet: demotie oudere leraar

DEN HAAG, 22 APRIL. Het kabinet vindt dat oudere leraren “in sommige gevallen een stapje terug moeten doen, zowel in salaris als in functie”.

Dit voorstel tot verplichte 'demotie' in het onderwijs heeft minister Ritzen (Onderwijs) de vakbonden en de organisaties van schoolbesturen voorgesteld in een brief. Oudere leraren kunnen in de toekomst worden verplicht korter te werken en moeten in de plannen van Ritzen dan ook salaris inleveren. Daarnaast kunnen oudere docenten ook taakverandering of taakverlichting accepteren in ruil voor een lager salaris, zo schrijft de bewindsman. In welke gevallen en op welke leeftijd precies tot de demotie wordt besloten wil Ritzen bepalen in overleg met de vakbonden. Evenmin is al bekend welk deel van het inkomen de leerkrachten precies moeten inleveren.

Tot nu toe hebben oudere leraren vanaf hun 52ste jaar de vrije keuze om minder te gaan werken voor minder salaris. Zo worden er dit schooljaar in het basisonderwijs 720 arbeidsplaatsen bezet door oude docenten die vrijwillig gebruiken maken van deze zogeheten Bapo-regeling, tegenover 1.000 arbeidsplaatsen in het voortgezet onderwijs en 25 in het middelbaar beroepsonderwijs. Ritzen vindt dat echter te weinig en wil daarom overgaan tot een verplichting. Op welke manier dat gebeurt, zal “uitonderhandeld” moeten worden met de bonden. De Algemene Onderwijsbond (AOB) en de Onderwijsbonden CNV betitelen het voorstel in een eerste reactie als “absoluut onaanvaardbaar”.

Het plan tot verplichte demotie maakt deel uit van een reeks maatregelen die het kabinet in samenspraak met de onderwijsorganisaties wil nemen voor een “leeftijdsbewust personeelsbeleid in het onderwijs”. Het kabinet wil daarvoor extra geld beschikbaar stellen als dat de uitgaven aan wachtgelden voor ontslagen leraren, dit jaar zo'n 1,2 miljard gulden, terugdringt. Het definitieve plan zal Ritzen presenteren bij de begroting voor 1998, op de derde dinsdag in september. Naast het demotie-plan wil het kabinet ook schoolbesturen een loonkostensubsidie voor oudere docenten meegeven, opdat deze relatief dure docenten aan het werk blijven. Verder denkt het kabinet aan maatregelen die moeten voorkomen dat leraren om financiële redenen “onnodig vroeg uittreden” en in de wachtgeldregeling belanden.

Pagina 2: Vertrek oude leraar goedkoop voor school

Ritzen wil de grens optrekken tot 55 jaar en eveneens de vereiste diensttijd aanscherpen tot een minimum van tenminste 18 jaar.

Nu is het vaak praktijk dat ouderen bij fusies en bij terugloop van het aantal leerlingen gebruik maken van een voorrangsregeling om ontslagen te worden. Dat is voor de docenten en de school financieel het voordeligst.

Zo is de school goedkoper uit als oudere dure leraren vertrekken en jongere goedkope docenten aan het werk blijven. En een docent die op zijn vijftigste het onderwijs verlaat, heeft tot zijn pensioen recht op een uitkering. In het bedrijfsleven heeft een werknemer dat pas vanaf zijn zestigste jaar.

Ook wil Ritzen, met goedkeuring van het kabinet, schoolbesturen zelf geld in handen geven voor de bovenwettelijke ontslaguitkeringen, want zij bepalen tenslotte of en wie er ontslagen wordt. De schoolbesturen krijgen daarom een vast budget voor de aanvullende werkloosheidsuitkeringen, waarvoor zij zelf verantwoordelijk zijn. Dit geldt alleen voor nieuwe wachtgelders. Ritzen zal er daarbij wel voor zorgen dat de financiële risico's voor scholen niet te groot worden.

Een woordvoerder: “Er komt met name voor de basisscholen die vaak deel uitmaken van een klein schoolbestuur, een vangnet. Want een school mag nooit failliet gaan vanwege de wachtgelduitgaven.”