FORTUNE

De top-500 van Amerika's grootste ondernemingen maakte in 1996 23,3 procent meer winst. De omzet groeide met 8,3 procent. En dat betekent, juicht het tweewekelijks verschijnende Amerikaanse blad Fortune, dat het Amerikaanse bedrijfsleven nog steeds nieuwe manieren weet te vinden om meer winst te persen uit elke dollar die binnenkomt.

Je moet teruggaan naar de vroege jaren zestig om vergelijkbare cijfers tegen te komen. Niet iedereen is daar even blij mee, meldt het blad, omdat het drukken van kosten niets zegt over de duurzaamheid van de groei. Want je kunt nu eenmaal niet aan de gang blijven met reorganiseren, banen schrappen, herstructureren, opdelen en fuseren. Het succes van de afgelopen jaren was volgens het blad vooral te danken aan de daling van de rentekoersen, van elf procent in 1989 tot zes procent in 1993.

Die ontwikkeling heeft het Amerikaanse bedrijfsleven in staat gesteld om zich te verlossen van de schuldenlast uit de jaren tachtig. Maar dat feest is voorbij sinds de Federal Bank de rentekoersen vorige maand verhoogde. Wie de winstgroei wil continueren door de prijzen te verhogen hoeft volgens het blad niet te rekenen op de Federal Bank. Het blad voorspelt dat de Fed de rente opnieuw zal verhogen zodra het bedrijfsleven aanstalten maakt om de prijzen te verhogen.

Nummer 128 van de Fortune-500, McDonald's, heeft de boodschap goed begrepen. Want hoewel de Big Mac in het buitenland steeds groter wordt, voelt McDonald's zich gedwongen om de prijs in het thuisland te verlagen teneinde de concurrentie met andere burgerketens te kunnen volhouden.

Het blad schrijft dit als commentaar bij de jaarlijkse publicatie van een lijst van Amerika's grootste ondernemingen, gerekend naar omzet, winst, marktwaarde en uitkering aan aandeelhouders. De grootste tien zijn: General Motors, Ford Motors, Exxon, Wal-Mart Stores, General Electric, IBM, ATT, Mobil, Chrysler, en Philip Morris.