ZAPMAN

Je had vroeger jongetjes die dachten dat ze Johan Cruijff waren, Rob Rensenbrink of Coen Moulijn. Maar ik dacht dat ik een racewagen was. In bed, voor het slapen gaan: VRooap, VRooap, stationair lopen, RRRoooWRooAAAR, de start, HHeeehhEENNG, terugschakelen, IiiIiiihhh, vierwielendrift in de bocht.

Ik was de Lotus van Jim Clark. Een keer per jaar had je de Grand Prix van Zandvoort. Daar stond ik bovenop een duintop en drukte op de ontspanknop van mijn Kodak Instamatic als Jim Clark veel te ver en veel te snel voorbij raasde. In 1968 is het gebeurd dat hij zich op het circuit van Hockenheim tegen een boom te pletter reed. Ik begrijp nog steeds niet waarom. Maar mijn held was dood en mijn taak zat erop: het had geen zin meer een racewagen te zijn. Voortaan hield ik mijn mond. Als het licht uit ging, viel ik zonder een kik in slaap. Een paar jaar later hield ook Zandvoort ermee op, het circuit zou te onveilig zijn geworden voor Formule I-wagens. Ook dat was moeilijk te begrijpen, want op het circuit van Hockenheim ging het racen gewoon door. Op Zandvoort mochten sindsdien alleen nog toerwagens hobbelen. Niets aan.

Behalve eergisteren, zaterdag 19 april 1997. De Formule I-piloten Jacques Villeneuve en Heinz-Harald Frentzen zouden op Zandvoort een paar demonstratierondjes rijden in hun Williams-Renaults. Het waren modellen van vorig jaar en ze zouden niet voluit gaan, wegens die vervloekte onveiligheid van het circuit. En toch zijn die dag dertigduizend mensen naar Zandvoort gekomen om voor 25 gulden twee racewagens met een slakkengangetje een paar keer voorbij te zien komen. Ik was erbij. Te zien viel er niet veel, ze kwamen te ver en toch nog te snel voorbij. Kon mij het schelen, ik was niet gekomen om te kijken. Ik kwam voor het lawaai. Op de televisie klinken racewagens tegenwoordig zo oenig, alsof het naaimachientjes zijn: HumHumHum. Ligt dat aan de huidige opnametechniek of aan de wagens zelf, hoe vaak heb ik me dat niet afgevraagd. Zaterdag sloot ik mijn ogen en gaf mijn oren de kost. RRRoooWRooAAAR, HHeeehhEENNG, het klonk precies als vroeger. Ik heb genoten. Maar sommige mensen liepen daar rond met dopjes in hun oren. Waar die voor gekomen waren, ik zou het niet weten.