Kostov heeft mandaat dat hij nodig zal hebben

De Bulgaren hebben na zeven jaar niet-hervormen, gevolgd door de grootste economische crisis sinds mensenheugenis, de regerende ex-communisten naar huis gestuurd en de oppositie aan de macht gebracht.

BOEDAPEST, 21 APRIL. De Bulgaren hebben hun “stem van de straat” bij de stembus herhaald. Nadat tienduizenden in januari met massademonstraties de regering van oud-communisten uit de macht verdreven, overhandigden de kiezers zaterdag zoals verwacht die macht aan de voormalige oppositie, de centrumrechtse Unie van Democratische Krachten (SDS). De SDS kreeg volgens de officieuze uitslag de absolute meerderheid met 52 procent (136 of 137 van de 240 zetels in het parlement). De Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) van oud-communisten werd met 22 procent (57 zetels) op grote afstand de tweede partij.

In navolging van de Roemenen, in oktober vorig jaar, hebben de kiezers in Bulgarije daarmee een einde gemaakt aan zeven jaar stagnatie onder regeringen van nauwelijks bekeerde oude kameraden. In beide landen hervormden die regeringen met veel tegenzin hun economie een beetje, waardoor zij snel achterop raakten bij andere Oosteuropese landen die aansluiting zoeken bij de Europese Unie. Net als de Roemenen zagen de Bulgaren dat veel buitenlands kapitaal zijn weg vond naar Hongarije, Tsjechië en Polen. In eigen land bleef de economie grotendeels in staatshanden en sloeg de verarming toe. Bulgarije belandde door wanbeleid en corruptie zelfs in een rampzalige economische crisis, die gepensioneerden naar de gaarkeukens dreef en de oud-communisten uiteindelijk naar de uitgang.

De leider van de SDS en beoogde nieuwe premier, Ivan Kostov, heeft nu het mandaat om snel economische hervormingen door te voeren en de enorme corruptie te bestrijden. Hij kan voortbouwen op het succes van de interim-regering van premier Stefan Sofianski (SDS), die sinds februari de munteenheid, de lev, stabiliseerde, de inflatie omlaag bracht, en de tekorten aan voedsel en benzine wist op te heffen. Ook kreeg het noodkabinet een kredietpakket van 1,2 miljard dollar van internationale instellingen, waarmee Bulgarije in ieder geval dit jaar aan zijn buitenlandse schuldverplichtingen kan voldoen. De voorwaarden van het Internationaal Monetair Fonds bieden Kostov nauwelijks speelruimte: hij zal Bulgarije moeten onderwerpen aan de shocktherapie van snelle privatisering van staatsbedrijven en sluiting van ondernemingen die onverkoopbaar blijken.

Dat zal op korte termijn het levenspeil van veel Bulgaren niet verbeteren: de werkloosheid zal stijgen, en daarmee mogelijk de sociale onvrede. Het voordeel van deze verkiezingsuitslag is voor Kostov dat geen serieuze oppositie die onvrede zal uitbuiten. De BSP, bij de verkiezingen in december 1994 nog goed voor 43,5 procent van de stemmen en 125 van de 240 zetels in het parlement, is een kop kleiner gemaakt. Drie andere partijen haalden de vier-procentsdrempel: de Unie voor Nationale Redding, een vreemdsoortige coalitie van monarchistische en liberale partijen en de partij van de Turkse minderheid (7,75 procent, 20 zetels), Euro-links, een sociaal-democratische partij van weggelopen BSP-leden (5,52 procent, 14 zetels) en het Bulgaarse Zakenblok (4,9 procent, 12 of 13 zetels) van de populistische zakenman Georgi Gantsjev.

Deze partijen bepleiten dezelfde economische hervormingen als de SDS. Zelfs als Kostov geen coalitiekabinet formeert, kan hij in het parlement rekenen op brede steun. Kostov hoeft zich alleen zorgen te maken over het bijeenhouden van zijn eigen SDS, het verbond van uiteenlopende partijen dat in het verleden vaker de neiging tot zelfdestructie vertoonde. In 1991, toen de SDS voor het eerst aan de macht kwam, viel de regering al na tien maanden door intern geruzie en een breuk in de coalitie met de etnisch-Turkse Beweging voor Rechten en Vrijheden. Deze keer heeft de SDS niet alleen het gemak van een absolute meerderheid, maar tekent zich ook een brede politieke consensus af over het beleid. Bovendien heeft President Stojanov, afkomstig uit de SDS, zich sinds zijn verkiezing in november populair gemaakt als een wijze verzoener boven de partijen. (“Konden we hem maar klonen in honderd Stojanovs voor de Bulgaarse politiek”, verzuchtte een buitenlandse waarnemer in Sofia vorige week). Zo heeft Bulgarije voor het eerst sinds de val van het communisme zicht op een regering die het vier jaar kan uithouden - een ongekende luxe in een politiek klimaat van ruzie, afscheidingen en persoonlijke guerrilla's.

Voor de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) breekt een periode van zelfonderzoek aan. De partij heeft geen toekomst, alleen al door de korte levensverwachting van haar achterban - twee miljoen bejaarden die de zekerheden van het verleden missen. Binnen de partijtop wordt een machtsstrijd voorspeld tussen de aanhangers van de orthodox-socialistische lijn, onder leiding van oud-premier Videnov, en een stroming die de BSP in de richting van de sociaal-democratie wil voeren. Verliest die laatste stroming, dan volgt een uittocht naar Euro-links en lijkt de rol van de oud-communisten uitgespeeld.

Voor veel Bulgaren ging het zaterdag niet alleen om SDS of BSP, maar om een existentiële vraag voor hun natie: waar wil Bulgarije bij horen? Er tekent zich een nieuwe tweedeling af in Centraal- en Oost-Europa tussen landen die aansluiting weten te vinden bij de democratie en markteconomie van West-Europa en landen die hopeloos zweven tussen democratie en dictatuur, met economiëen die steeds verder vergiftigd raken door corruptie en misdaad. De Bulgaren hebben net als de Roemenen vorig jaar hun antwoord gegeven. Ze willen niet vervallen tot een Albanië of Servië, ze willen de kant op van Hongarije, Tsjechië en Polen, richting Europese Unie en NAVO. Het is nu aan de Bulgaarse politici hen westwaarts te leiden.