Zeker vijf werken Van Gogh 'ontaard'; Kunsthistoricus speurt als detective

De zogenaamde 'Fischer-lijst' zorgde onlangs voor beroering in Groot-Brittannië. Uit het document blijkt dat tal van Britse musea in het bezit zijn van door de nazi's gestolen kunstwerken. De Duitser Andreas Hüneke onderzoekt de lijst op zijn authenticiteit en deed al een aantal ontdekkingen.

POTSDAM, 19 APRIL. Andreas Hüneke ziet er niet uit als een detective. Hij heeft een grote baard, draagt een spijkerbroek en sandalen. De vloer van zijn kamer kraakt onder de last van uitpuilende boekenkasten, papieren en kunstcatalogi. Hij woont in een oud pand in Potsdam, vlakbij Berlijn, waar het zomerpaleis van Frederik de Grote 'Sanssouci' nog altijd de grootste schat van de stad is. “Mijn werk, het opsporen van 'ontaarde' kunstwerken die Hitler had verboden, vereist natuurlijk wél de speurneus van een detective”, zegt Hüneke (53).

In zijn werkkamer is een andere schat verborgen. Hüneke bezit een lange lijst van 'ontaarde' kunstwerken die de nazi's hadden gestolen en daarna weer verkochten. Het is de zogenaamde 'Fischer-lijst' die de weduwe van de Britse kunsthandelaar Harry Fischer onlangs aan het Victoria and Albert Museum in Londen gaf. In de Galerie Fischer in het Zwitserse Luzern werden in 1939 de gestolen kunstwerken grotendeels geveild tegen veel te lage prijzen. Hitler, zelf een amateur-schilder, had dringend deviezen nodig.

Het Victoria and Albert Museum schakelde Hüneke in om de authenticiteit van de lijst te onderzoeken. De kunsthistoricus uit de voormalige DDR wordt wereldwijd beschouwd als dé expert en verricht al twintig jaar onderzoek op het gebied van entartete kunst. Hiermee worden veelal expressionistische werken bedoeld, maar volgens Hüneke hebben de nazi's heel willekeurig geplunderd en alles in beslag genomen wat ze niet beviel.

Vorige week kwam aan het licht dat tal van gestolen 'gedegenereerde' kunstwerken in Britse musea hangen en bij particuliere verzamelaars. Dit zorgde in Engeland voor beroering omdat wordt gevreesd dat de oorspronkelijke eigenaars, waaronder Duitse musea, de werken zullen claimen. Het gaat om schilderijen als Het Zieke Meisje van Edvard Munch dat in de Tate Gallery hangt, en werken van onder andere Marc Chagall, Otto Dix en Emil Nolde.

“Onzin”, zegt Hüneke. Hij kent geen museum in Duitsland dat de 'gedegenereerde' schilderijen wil opeisen. “Het werk kan niet worden geclaimd.” Na de Tweede Wereldoorlog hebben de geallieerden de verkoop van 'ontaarde' kunst door handelaren die de nazi's hadden ingeschakeld, immers legaal verklaard, weet de kunsthistoricus. Dat is volgens Hüneke ook verstandig geweest want anders zou niets meer zijn opgedoken. Als de verkopen illegaal waren verklaard hadden de huidige eigenaren hun bezittingen verborgen gehouden uit vrees dat de kunststukken in beslag zouden worden genomen.

“Dan hadden we niet eens van het bestaan van Munchs Zieke Meisje geweten”, zegt Hüneke. Het schilderij kreeg de Tate Gallery geschonken van een Noorse filantroop die er destijds duizend Britse ponden voor had betaald aan het ministerie van Propaganda van Goebbels.

Hüneke heeft inmiddels een aantal nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo blijkt uit de Fischer-lijst dat de nazi's bij hun plundering van minstens 32 musea in 1937, zeker 18.000 'gedegenereerde' kunstwerken in beslag hebben genomen en niet de veronderstelde 10.000. Ook heeft Hüneke boven water gekregen dat op de Fischer-lijst ten minste tien Nederlandse werken staan: vijf van Vincent van Gogh en vijf van Jacoba van Heemskerck.

Welke schilderijen van Van Gogh als 'ontaard' werden beschouwd? Hüneke schuift met zijn stoel naar de computer en gaat zoeken. Beroemde namen schieten voorbij: Pablo Picasso, Paul Klee, Monticelli, Georg Grosz, Lovis Corinth. Allemaal 'gedegenereerde' kunstenaars, vond Hitler.

Niet bekend

Hüneke heeft tevens enkele werken ontdekt van onder anderen Georg Grosz (De Moeder, Bar Terminus in Marseille) en Karl Höfer, die aan het eind van de oorlog door de Russen zijn buitgemaakt. Ze dienen volgens hem inzet te zijn van de onderhandelingen tussen Bonn en Moskou en zouden kunnen worden opgeëist.

De kunsthistoricus uit Potsdam verwacht dat dit monnikenwerk hem zeker nog een jaar zal kosten. Hij had niet durven dromen ooit de complete lijst in handen te zullen krijgen zodat hij precies zou kunnen reconstrueren welke werken tijdens de nazi-periode zijn geveild en aan wie. Al sinds de jaren zeventig onderzoekt Hüneke wat Duitse musea en particulieren tijdens de nazi-plundering zijn kwijtgeraakt en waar de werken gebleven zijn.

Hüneke, die is geboren in het Saksische Wurzen en zijn leven lang in de voormalige DDR woonde, begon als wetenschappelijk medewerker bij de Staatsgalerie Moritzburg in Halle. Later zette hij zijn werk voort bij het Staatsarchief in Potsdam. Inmiddels is hij zo bekend dat hij zich als freelance kunsthistoricus heeft gevestigd.

Een jaar geleden kreeg hij van de Cultuurstichting van de Duitse deelstaten de opdracht een overzicht te maken van de verdwenen 'ontaarde' kunstwerken. “Duitse musea weten zelf niet wat ze ooit in bezit hadden. Met behulp van zo'n overzicht kunnen ze zien wat hun eigendom was, wie het nu in bezit heeft en of er mogelijkheden zijn hun vroegere werk terug te kopen”, zegt Hüneke. Veel werken die in 1939 bij Fischer werden geveild zijn in Duitsland terechtgekomen, maar het grootste deel is naar Amerika gegaan, weet Hüneke. De meeste grote musea in de VS, zoals het Guggenheim Museum in New York, beschikken volgens hem over werken uit de nazi-veiling. Met behulp van het Fischer-archief kan hij zijn eigen lijst nu complementeren.

De kunsthistoricus is geobsedeerd door het thema. Niet alleen vanwege zijn culturele belangstelling. “Voor iemand als ik, die gedwongen was in de DDR te werken onder een soortgelijk dictatoriaal regime, is het ook een manier het verleden te verwerken. Mij interesseert de handelwijze van de toenmalige kunsthistorici, handelaren, museumdirecteuren. Ik heb een ervaring dat je tegen beter weten in, toch dingen doet waar je niet achter staat. Hoe hebben anderen gehandeld? Dat intrigeert me.”