Wraking

In NRC HANDELSBLAD van 2 april reageerde de persrechter mr. E.J. Numann van de rechtbank Den Haag op het bericht in de krant van 25 maart over juridische ontwikkelingen rond Chipshol Forward. In dat bericht werd gemeld dat ik als grootaandeelhouder van Chipshol Forward in een procedure tegen Landinvest rechter mr. J.W. Westenberg heb gewraakt waarna deze zich terugtrok.

Volgens de persrechter is dat bericht “onvolledig” en “misleidend”. Hij stelt dat Westenberg zich in 1994 mede op mijn verzoek met de zaak bezig is gaan houden. Dat is echter onjuist, want in 1994 heeft mijn raadsman mijn bezwaren kenbaar gemaakt tegen het optreden van Westenberg. Illustratief is dan ook dat ik mij in december 1994 gedwongen zag de zittingszaal te verlaten uit protest tegen de onheuse bejegening van mijn raadsman door Westenberg

Numann stelt verder dat mijn raadsman de bezwaren tegen Westenberg niet ter kennis van de rechtbank bracht en meteen een formeel wrakingsverzoek indiende. Mijn raadsman heeft de zaak echter van tevoren besproken met de president van de Haagse rechtbank in een poging om langs informele weg een oplossing te vinden voor de gerezen bezwaren tegen het optreden van Westenberg in deze zaak. De president adviseerde echter de formele weg te bewandelen en een wrakingsverzoek in te dienen.

DRS J. POOT SR., Schiphol-Rijk

Westenberg

Naar aanleiding van bovenstaande brief het volgende. Mr. Westenberg houdt staande dat hij de raadsman van de heer Poot, toen hij hem telefonisch op de hoogte stelde van de samenstelling van de kamer die op de pleidooien zou zitten, te kennen heeft gegeven dat hij zich aan de zaak zou onttrekken indien aan de zijde van Poot bezwaren mochten bestaan tegen zijn optreden als voorzittend rechter. Dat deze cruciale bewering uit mijn eerdere reactie onwaar zou zijn, valt in de brief van Poot ook niet te lezen.