Waar de schoen wringt

De Nederlandse schoenindustrie blijft terrein verliezen. Nog maar tien procent van de in Nederland verkochte schoenen wordt op nationale bodem geproduceerd. Waren er tien jaar geleden nog 115 fabrieken in het land, nu is dat aantal door faillissementen, fusies en vertrek naar lagelonenlanden gedaald tot twintig. De werkgelegenheid in de branche loopt eveneens sterk terug.

Met name producenten van kinderschoenen en schoenen van linnen of kunststof hebben hun heil gezocht in de lagelonenlanden. Het Verre Oosten, met name China, is tegenwoordig de grootste producent van schoenen voor de Europese markt. Zo'n zestig jaar geleden waren dat de Zuideuropese landen.

Wat nog resteert aan Nederlandse fabrikanten produceert voornamelijk de duurdere dames- en herenschoenen. Het gaat hier vooral om familiebedrijven, waarvan de meeste zich bevinden in de Noord-Brabantse 'Langstraat', vanouds de regio waar Nederland zijn schoenen produceert.

Voor het eerst sinds jaren gaven Nederlanders in 1996 meer geld uit aan schoeisel dan het jaar ervoor. Per hoofd van de bevolking werd 229 gulden uitgegeven, wat neerkomt op drieëneenhalf paar schoenen per inwoner.