Vetlopen; middellange vetzuren leveren snel energie

Bij de marathon die morgen in Rotterdam wordt gelopen, zal een aantal atleten mct's gebruiken, die snel extra energie leveren. Maar of ze de man met de hamer op afstand houden is de vraag.

BIJ EEN MARATHON, zoals die van Rotterdam, of bij een wielerwedstrijd, zoals Luik-Bastenaken-Luik - om de twee meest in het oog springende sportduurprestaties van dit weekend te noemen - zullen de sporters hun energie halen uit de verbranding van vetten en koolhydraten. Voor een goedgetrainde loper leveren beide verbrandingen ongeveer evenveel energie bij een snelheid van 16 km/u (voor een wielrenner van hetzelfde niveau bij een fietssnelheid van 40 km/u). Hoe hoger echter het inspanningsniveau is, des te groter het aandeel van de koolhydraatomzetting wordt. Als de loper 19 km/u loopt of de fietser 45 km/u fietst, is het energie-aandeel van de koolhydraten al tweemaal zoveel als dat van de vetten. Vetten zijn bij uitstek geschikt voor erg lange inspanningen op laag inspanningsniveau. Zo maken trekvogels hun lange vluchten geheel op vetomzetting.

Per gewichtseenheid leveren de vetten tweemaal zoveel energie als koolhydraten. De laatste hebben als brandstof echter het voordeel dat ze snel verbranden en zij kunnen daardoor per tijdseenheid meer energie leveren dan de vetten. De beperkende factor is voor de koolhydraten hun lichaamsvoorraad, zoals glycogeen in de spieren en lever, want die is maar goed voor één à twee uur verbranding, en vandaar de markt voor suikerrijke sportdrankjes.

Inmiddels is echter gebleken dat het lichaam niet meer dan ongeveer 1 gram koolhydraten per minuut kan opnemen. Het enige brandstofalternatief bij grotere behoefte is dan vet. Er zijn tegenwoordig vetten op de markt die zich heel anders gedragen dan de gebruikelijke vetten in de voeding. Het zijn de synthetisch vervaardigde middellange ketens triglyceriden, kortweg MCT's. Ze verbranden net zo snel als suikers en ook het transport via maag, darmwand en bloed is, anders dan bij de gebruikelijke vetten, snel.

De MCT's worden in bijvoorbeeld Amerika en Italië verwerkt in energierepen, die worden aangeprezen als de nieuwe energiebommen. Vetten bestaan uit een rij van drie koolstofatomen, aan elk waarvan een vetzuur is gekoppeld. De lengte van dat vetzuur bepaalt de eigenschappen van het vet. Als de lengte van de vetzuurketens middellang is - dat is minder dan twaalf koolstofatomen - blijken de bijbehorende vetten snel door de maag te gaan en worden ze snel verbrand. Dit in tegenstelling tot de meeste natuurlijke vetten die vetzuurketens van twaalf of meer koolstofatomen hebben.

Louis Delahaye, bondstrainer bij de Nederlandse Triathlon Bond en actief triatleet, heeft positieve ervaringen met de nieuwe vetten in zijn drank tijdens de sportprestatie. ''Na het zwemmen en fietsen begon ik vorig jaar bij de triatlon van Almere aan de afsluitende marathon. Ik voelde me net zo kapot als anders, maar al lopende merkte ik dat het gemakkelijker ging dan andere keren en dat ik langer een hoger tempo kon volhouden. Een vriend van mij die tijdens de wedstrijd hetzelfde voedingspatroon, normale sportdrank gemengd met MCT's, had gevolgd als ik, kende dezelfde ervaring, terwijl wij zeker niet bewust iets nieuws aan het proberen waren.''

Vanwege de positieve ervaring is Delahaye de drank met MCT's vaker gaan gebruiken en heeft hij die als trainer aan anderen gegeven. Maar hij is zich er heel goed van bewust dat zijn gevoel geen wetenschappelijk bewijs is van de voordelige werking van de MCT's. Een wetenschappelijke basis heeft men aan de universiteit van Maastricht trachten te geven.

Bewegingswetenschapper en actief triatleet Asker Jeukendrup promoveerde eind januari op het onderzoek naar MCT's. “Wij hebben kunnen aantonen dat deze vetten snel door de maag gaan, wij zagen zelfs dat gemengde drankjes van koolhydraten en MCT's de maag sneller verlieten dan de normaal gebruikte koolhydraatrijke sportdrankjes. Daarna bekeken we de verbranding van MCT's. Die was vrijwel gelijk aan die van koolhydraten.”

De proefnemingen in het laboratorium leken in alles te slagen. Jeukendrup en de zijnen wreven zich al in de handen, totdat de wetenschappers nagingen of door het gebruik van de vetten de koolhydraatvoorraden in de spier zouden worden gespaard. Dat zou betekenen dat langer op hoog inspanningniveau kan worden gepresteerd en de gevreesde man met de hamer dus later komt opdraven. De Maastrichtse onderzoekers vonden echter bij inspanningsproeven van drie uur geen verschil in glycogeenafbraak als sporters vóór de inspanning 30 gram MCT's aan hun ontbijt toegevoegd hadden gekregen.

Zuidafrikaanse wetenschappers zagen bij experimenten wel duidelijk verschil in glycogeenafbraak, maar zij gebruikten veel meer MCT. Jeukendrup heeft zijn twijfels bij dat onderzoek. “Ten eerste werd geen placebo-controle gedaan. Bovendien bleek het ons, bij het imiteren van hun experiment, onmogelijk zoveel MCT toe te dienen, zonder dat de proefpersonen moesten overgeven of diarree kregen. Maar het kan natuurlijk een kwestie van gewenning aan de MCT's zijn.” Jeukendrup kent bodybuilders die grote hoeveelheden van het spul naar binnen krijgen na de hoeveelheid MCT in de voeding langzaam te hebben opgevoerd. Bodybuilders gebruiken MCT's omdat die snel verbranden en niet worden opgeslagen zoals de gebruikelijke vetten. “Ze namen tot wel 100 gram zonder maag-darmproblemen.” Maar ook bij de onderzoeken in Maastricht rijzen vragen. Trainer Eugène Janssen, sportbiochemicus, vraagt zich af wat de waarde van een wetenschappelijk onderzoek kan zijn als het om kleine verbeteringen gaat. “Als de verbetering maar drie procent is, valt die weg in de meetfout. Wat bij een dergelijk onderzoek evenmin kan worden aangetoond, is het effect op het individu. Voor de grote groep kan het geen effect hebben, voor een enkeling wel. Verder vind ik het jammer dat de cholesterol- en triglyceriden-waardes, die na forse inspanning vaak laag zijn, niet zijn gemeten. Want dan kun je zien of de MCT's misschien effect hebben gehad op het herstel, zodat bijvoorbeeld wielrenners in een Tour de France er profijt van kunnen hebben. Daar ben ik benieuwd naar.”