Tv-overeenkomsten

A rose is a rose is a rose. Een school is een school is een school. Op 23 maart zond de VPRO een documentaire uit over de Central Park East Secondary School, een documentaire van Frederick Wiseman. Van de trage beelden uit deze school in New York kunnen we veel leren over het Nederlandse onderwijs. Het onderwijs in een ander land leert welke keuzes hier gemaakt worden.

Overeenkomst: de uitdossing. Zowel hier als daar kleden de jongeren zich wanstaltig. Er zijn petjes, gympen lijdend aan elefantiasis, slobberpakken, en haren met veel gel in merkwaardige vormen gedwongen. De grote stadsjeugd, ook Nederland is een grote stad, dost zich niet uit om mooi te zijn of voor het gemak, maar alleen voor het imago. Waren er nog maar schooluniformen, vroeger verplichte dracht om arme kinderen niet te benadelen, nu wenselijk om de druk van de imagebuilding terug te dringen.

Overeenkomst: hard werken. Vele malen worden in de film kinderen aangespoord harder te werken, net zoals wij dat doen. Kinderen onder de tien spelen en leren, en dat is goed. Volwassenen werken, en dat is goed, of zijn ziek of werkloos, en dat is jammer. Tieners zijn slecht. Zij moeten harder werken maar doen het niet, of te weinig, of konden beter, of zijn niet gemotiveerd, of tonen te weinig inzet, of moeten harder aanpakken, of doen niet hun best, of zijn snel afgeleid, of hebben te weinig concentratie, of missen doorzettingsvermogen, of zijn gemakzuchtig, of gewoon lui, of zijn slapjanussen. Eigenlijk zijn middelbare scholieren immoreel, zeggen we aan beide kanten van de oceaan.

Overeenkomst: dril. 'Ohm's law says V is I times R' zegt een meisje en ze kijkt heel trots. Als een gedresseerde aap. Ze heeft geen flauwe notie over de betekenis van haar eigen woorden. Daar net als hier moeten kinderen rituele zaken leren, kleine stukjes van grotere kennisbestanden van ver en van vroeger, zo gefragmenteerd dat de kennis nooit enige betekenis zal hebben in hun latere leven. Het is een troost, dat zij aan de andere kant van de oceaan het ook doen.

Overeenkomst: conflict, de terechtwijzing op de gang. De jongen staat beweging- en uitdrukkingloos, de docent produceert oordelen en nuances en tegemoetkomingen en waarschuwingen. Hier wordt opgevoed. Het is niet te zien of de docent echt boos is, of dat het toneel is. Ook in het allerbeste onderwijs is er boosheid, net zoals de boosheid van de leeuwin die grauwt naar de al te speelse welp. Die boosheid wordt zo goed gespeeld dat de speler hem zelf als boosheid voelt, maar de boosheid is zo onecht dat deze onmiddellijk wegzakt.

Overeenkomst: de ogen en soms de handen van de docenten. De ogen van leraren zijn groter dan die van andere beroepsbeoefenaren: zij moeten het hele blikveld waarnemen, zij moeten zich tegelijk concentreren op de ene leerling en zij moeten vertrouwen, toewijding en aandacht uitstralen. Er is een opname van enkele seconden tijdens leswissel in de gang. Leerlingen hangen en praten en een docent loopt zoekend het lokaal in en uit en legt heen en terug heel zacht een hand op een schouder om een botsing te voorkomen. Maar de hand was helemaal niet nodig. Die hand is er als liefkozing. En zo hoort het ook. Iedere goede leraar houdt verhevigd van kinderen, is pedofiel.