Rouwen zonder vertrouwen

Het leek meer een eerbetoon dan een begrafenis, zoals de man het kistje voor zich uit droeg. Zo dragen mensen bloemen naar een gedenkplaats. Op het kistje lagen trouwens ook bloemen. Bij het zien van de beelden op de televisie hield ik even intens van Nederland. Ook anonieme doden krijgen een plechtige, zij het korte begrafenis.

Ze staan opgebaard en er is muziek. Bij de gemeente Amsterdam werkt een mevrouw die dat met de begrafenisonderneming regelt, als een van overheidswege aangewezen nabestaande. Op het kistje van de dode meisjesbaby die te vondeling was gelegd lagen roze bloemen en een kinderkoor zong 'Schipper mag ik overvaren'. Ik hield ook heel even van mevrouw Neijzen. De Grote Schipper had het wichtje natuurlijk al lang aan de Overkant aan wal gebracht, maar Hij zal deze ambtenaar om haar keuze hebben liefgehad.

Dit was niet zo maar een anonieme begrafenis zoals er in een grote stad geregeld zijn. Er was pers aanwezig en er waren rechercheurs, want er wordt nog steeds gezocht naar de moeder. Overigens, hoe wanhopig een vrouw ook is, ze mag haar pasgeboren kind niet te vondeling leggen, zelfs niet als het al dood is. Dat vind ik nu weer niet zo bewonderenswaardig, want waarom eigenlijk niet?

Maar zelfs dit 'criminele' aspect leek mij niet voldoende reden voor de aandacht die de begrafenis kreeg. Daardoor kwam dat idee van een eerbetoon bij me op. Een symbolisch eerbetoon aan kinderen, op wier kwetsbaarheid en weerloosheid de laatste tijd weer zo nadrukkelijk de aandacht is gevestigd. Ze worden gedood door gek geworden vaders. Mishandeld door gestoorde moeders. Getreiterd door medekinderen die ouder en sterker zijn. Vermoord bij aanslagen op hun huis. (Hoe kan het overigens dat bij een brand vader op straat staat, terwijl moeder zich nog met kinderen in huis bevindt? Is de bij rampen geldende moraal 'vrouwen en kinderen eerst' gesneuveld in de Europese strijd om gelijkberechtiging? Of wordt hier vanwege de door Jan Kuitenbrouwer gesignaleerde etnodweep niet over gesproken?)

Behalve de kinderen die rechtstreeks slachtoffer zijn, is de kring van kinderen die worden getroffen groter. Er zijn neefjes en nichtjes, klasgenoten en buurkinderen. Ze horen er over en zien de ontreddering bij de volwassenen.

Maar ook nog verder weg zijn er effecten. Uit onderzoek dat de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek van de NOS deed in opdracht van het Jeugdjournaal bleek dat 75 procent van de zeven- tot twaalfjarigen wist van de recente moord van ouders op hun kinderen en onder de elf- en twaalfjarigen was dit zelfs 95 procent. Ook ouders die proberen het televisienieuws van hun kinderen weg te houden staan vrij machteloos. Zodra kinderen kunnen lezen zien ze de berichten erover wel ergens staan. Leren lezen is een wonder, maar zodra een kind het kan, kun je hem of haar niet meer afschermen tegen angstaanjagende informatie. Zoals het bericht dat er een vader is geweest die zijn zoontje heeft doodgestoken.

Steeds meer raakt men er van overtuigd dat het belangrijk is kinderen te helpen zulke ervaringen te verwerken en niet te denken dat ze het wel weer zullen vergeten als je er maar niet meer over praat en leuke dingen met ze gaat doen. In een kinderhoofd kunnen bepaalde beelden onheilspellend gaan spoken en alleen maar groter worden in plaats van vervagen. Er zijn ook diverse methoden ontwikkeld om bij zo'n verwerkingsproces te gebruiken. Laten tekenen bijvoorbeeld en aan de hand daarvan laten vertellen waar het kind zelf allemaal bang voor is. Of afscheidsrituelen bedenken, die kinderen de gelegenheid geven hun emoties te uiten.

De basis van welke aanpak dan ook is geruststelling. Nee, dit is heel verschrikkelijk erg, maar het kan niet weer gebeuren, het zal jou niet overkomen. Wees maar niet bang. Natuurlijk ben je nu wel bang. Vertel het maar. Maar over een tijdje is dat over. Zoiets.

Volwassenen kunnen die geruststelling uitstralen, omdat ze de sterkste zijn. Om met de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Sibylla Escalona te spreken: “Kinderen krijgen van grote mensen geleende kracht”, dat wil zeggen dat ze zich kunnen optrekken aan het zelfvertrouwen en het verstand van de volwassenen die voor hen zorgen. (En daardoor kunnen denken: later als ik groot ben, dan kan ik dat allemaal ook).

Maar dan lees ik een bericht in Het Parool over de klasgenoten van een jongetje dat door zijn vader is gedood en die na een jaar “nog steeds lijden aan de herinnering”. Ze zijn bang voor hun vader, moeder moet in de kinderkamer slapen of ze voelen zich alleen nog veilig bij opa en oma.

In het bericht wordt dit gebracht als vanzelfsprekendheid, maar dat is het niet. Dit hoort niet. Hier hebben volwassenen zichzelf laten verglijden in de slachtofferrol en cultiveren zij de ellende. Daardoor houden ze de kinderen gevangen in angst en wanhoop. De juf van de klas van het jongetje ging anderhalve maand de ziektewet in. “Het rouwproces ben ik nog lang niet door. Ik ben er nog dagelijks mee bezig.” Aan zo'n juf heb je als kind dus niks. Juf hoort niet te rouwen, of hooguit in stilte. Juf hoort haar klas het normale kinderlijke optimisme terug te geven.

Geef mij mevrouw Neijzen maar.