Opinie

Recensie

Er is een nieuwe trend aan het ontstaan. Artiesten reageren op recensies. Of ik dat vreemd vind? Ja. Niet zo lang geleden ging een collega van mij op de radio furieus tekeer tegen de man die hem interviewde en die tevens recensent van de Volkskrant is. De komiek was niet gediend van enkele kritische kanttekeningen in een verder lovend stukje over zijn nieuwe show.

Youp

Hij had ondertussen ook zijn beklag gedaan bij de adjunct-hoofdredacteur van deze krant omdat hij niet tevreden was met de kritiek van Henk van Gelder. Vlak daarvoor hoorde ik hem bij Karel klagen over de criticus van de Leeuwarder Courant. Deze had niet lelijk over hem mogen schrijven, maar had na de voorstelling naar de humorist toe moeten gaan om te vragen wat er aan de hand was. Gisteren las ik in de Volkskrant een stuk over een saxofonist die een klacht heeft ingediend bij de Raad voor de Journalistiek omdat De Zwolsche Courant een lelijk stukje had geschreven over zijn optreden in Hardenberg. Wat zijn dit voor zeurende vijftigers? Je gaat toch niet in discussie met de pers. De pers heeft een mening. De een vindt je leuk en de ander vindt het niks. En dat schrijft hij of zij op.

Ik ken een recensent die al mijn programma's de grond inschrijft. Hij doet dit al een jaar of wat. De man heeft een nakende hekel aan me en schrijft dat elke jaar trouw op. En elk jaar is het precies dezelfde recensie en daarin verwijt hij mij dat ik me herhaal. Komisch. De dag dat hij mij leuk gaat vinden moet ik uitkijken. Dan gaat het mis met m'n carrière. Maar reageren? Nooit. Toch heb ik mezelf er ook wel eens schuldig aan gemaakt, zij het dat ik niet in het openbaar heb gereageerd.

Gewoon een klein briefje. Een zekere Holman (geen woordspeling!) schreef ooit dat ik in Amsterdam aan de lange rij voor de kassa van de Kleine Komedie dropjes had uitgedeeld omdat er een fotograaf bij was. Toen heb ik de schat in een kort briefje 10.000 gulden geboden als hij mij die foto kon laten zien. Dat kon hij niet. Waarom niet? Omdat er helemaal geen fotograaf was geweest. Later had ik alweer spijt van mijn reactie. Jan Kuitenbrouwer legde mij ooit nimmer geschreven woorden in mijn pen en ook hij kreeg een briefje. Tegenwoordig doe ik dat niet meer. Schrijf maar wat je van me vindt. Ik ben eraan gewend geraakt dat de ene helft van het land mij haat en de andere helft mij meer dan lief heeft. Ik vind het allebei best. Maar een lelijke recensie doet toch pijn?

Natuurlijk doet hij pijn, maar het is een mening van een journalist en waarom mag hij niet schrijven dat hij je een eikel met een slecht programma vindt? In dit hoekje van de krant heb ik ook menig landgenoot levend gevild en zachtjes ingezouten. En de meesten zijn zo slim om daarop niet te reageren. Alleen Mies Bouwman belde mij een keer. Ik had haar van iets beticht wat niet waar was en ze eiste terecht dat ik dat rectificeerde. En wat doe je dan? Dan rectificeer je dat. Zo hoort dat. Maar op een recensie reageren? Nooit. Laatst kwam ik een stukjesschrijver tegen en hij vroeg of ik boos op hem was omdat hij iets lulligs over mij had geschreven?

“Heb ik niet gelezen”, loog ik en heb nog nooit iemand zo beteuterd zien kijken.