Nederlanders bij 'ontaarde' kunst

POTSDAM, 19 APRIL. Bij de grote hoeveelheid 'ontaarde' kunstwerken die de nazi's hebben gestolen en later geveild, blijken ten minste tien Nederlandse schilderijen te zijn. Het gaat om vijf werken van Vincent van Gogh en vijf van Johanna van Heemskerck.

Dat blijkt uit het onderzoekswerk van de Duitse kunsthistoricus Andreas Hüneke uit Potsdam, vlakbij Berlijn. Hüneke onderzoekt al twintig jaar hoeveel en welke zogeheten 'gedegenereerde' kunstvoorwerpen tijdens de nazi-periode in beslag zijn genomen.

In 1937 plunderden de nazi's zeker 32 musea omdat ze Duitsland wilden 'zuiveren' en namen beroemde schilderijen in beslag van onder anderen Pablo Picasso, Marc Chagall, Lovis Corinth, Georg Grosz en Edvard Munch. Twee jaar later veilden ze de kunstwerken via Galerie Fischer in Luzern. Fischer was een Britse kunsthandelaar van Oostenrijkse origine, die een lijst aanlegde van 10.000 gestolen voorwerpen. Vijfduizend schilderijen die niet werden verkocht, zijn door de nazi's in Berlijn verbrand.

Deze lijst is onlangs door de weduwe van Fischer overhandigd aan het Victoria and Albert Museum in Londen, dat Hüneke heeft ingeschakeld om de authenticiteit van de werken te onderzoeken. Hüneke heeft inmiddels ook ontdekt dat het om veel meer dan 10.000 werken gaat die de nazi's van de musea hebben gestolen. Zeker 18.000 kunstvoorwerpen hebben zij in beslag genomen.

De kunsthistoricus uit Potsdam schat dat hij een jaar nodig heeft om de authenticiteit van de stukken te onderzoeken, de musea waar ze zijn gestolen en de huidige eigenaars. Twee schilderijen van Van Gogh zijn momenteel in het bezit van Engelse en Japanse musea; een andere Van Gogh is in handen van een Japanse particuliere kunstverzamelaar.