Minder schelden, minder slaan

TERWIJL HET voetbal op woensdagavond de meeste mannen aan de buis gekluisterd houdt, zitten in de Amsterdamse Westerweelschool negen Turkse vaders in de schoolbanken om te praten over de opvoeding van hun kinderen. Er is koffie en thee en op de tafels staat cake. Het is de vierde bijeenkomst van de cursus Opvoeden: zo! en het gaat vandaag over straffen.

Om beurten vertellen de vaders een voorval uit hun jeugd. Wat ze hadden gedaan en hoe ze zich voelden toen ze gestraft werden. De een vertelt dat hij op school z'n werk niet goed deed en dat z'n ouders tegen de leraar hadden gezegd: doe maar met hem wat je goed dunkt. Hij werd hard gestraft door de leraar. “Ik had daar een heel ingewikkeld gevoel over, dat ik niet goed kan uitleggen”, zegt de vader. Een andere deelnemer aan de cursus vertelt dat hij eerst een mooie stok voor de leraar had gesneden, maar daar later mee werd geslagen. Geen leuke herinneringen, maar wat vooral duidelijk wordt, is dat veel straffen hun effect missen en een kind in verwarring kunnen brengen.

De twee cursusleiders, Seref Yabasun en Yüksel Kaplan, gebruiken deze voorbeelden om duidelijk te maken dat je over het straffen van kinderen goed moet nadenken. “De straf moet passen bij het gedrag van het kind en aangepast zijn aan de leeftijd”, legt Yüksal Kaplan de vaders in het Turks uit. “Als een kind geobsedeerd is door de afstandsbediening van de televisie kun je die beter wegleggen dan een straf uitdelen”, geeft hij als voorbeeld. “Pas de situatie in huis aan.” Ook is het goed een kind de gevolgen van zijn gedrag te laten ervaren en zelf de schade te laten herstellen, adviseert hij. En: probeer eens niet boos te worden.

De beste manier om straffen te vermijden, is het stimuleren van positief gedrag, zo luidt de centrale boodschap van deze cursus. Geef aandacht en complimenten en stel duidelijke grenzen. Ook al hebben ze nog maar een paar bijeenkomsten achter de rug, de vaders hebben inmiddels zelf al ervaren dat deze aanpak werkt. “Door de cursus ga ik veel rustiger met m'n kind om”, vertelt een van hen. “Ik word minder snel boos en reageer minder agressief als er iets vervelends gebeurt.” Ali heeft nog kleine kinderen, maar ook in de omgang met hen merkt hij al verandering. “Ik probeer meer op hun manier te denken”, zegt hij. “Niet meer commanderen van 'ga zitten', maar 'kom eens hier en ga eens bij me zitten'.” Het is een hele verbetering, vindt hij.

In de zes bijeenkomsten waaruit de cursus bestaat, praten de vaders heel gestructureerd over onderwerpen als: aandacht geven, prijzen, 'nee'-zeggen en verbieden, niet reageren op zeuren, apart zetten en straffen. Ze kijken naar een video waarin opvoedingssituaties worden voorgespeeld en ze wisselen ervaringen uit. Via huiswerkopdrachten oefenen ze de nieuwe aanpak in de praktijk.

Opvoeden: zo! is oorspronkelijk in de Verenigde Staten onder de naam 'Winning!' ontwikkeld, maar nu al enkele jaren in een bewerking op de Nederlandse markt. Er zijn verschillende versies beschikbaar, zodat ook Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse ouders in hun eigen taal bereikt kunnen worden. De opvoedingscursus, bestaande uit vijf à zes bijeenkomsten van anderhalf uur, wordt gegeven door speciaal getrainde mensen die in hun dagelijks werk direct met ouders te maken hebben. Het enthousiasme van de deelnemers is groot. Niet alleen omdat de opzet uitermate praktisch is, maar ook omdat ouders het prettig vinden om eens met anderen over hun opvoeding van gedachten te wisselen. Alleen al in Amsterdam zijn tweehonderd cursusleiders getraind. Landelijk hebben naar schatting reeds zo'n veertig- tot vijftigduizend ouders deelgenomen, onder wie een flink percentage migranten. Dat waren aanvankelijk vooral moeders. In Amsterdam draaien inmiddels Turkse en Marokkaanse vadergroepen.

“Het zat ons dwars dat we vooral moeders bereikten”, zegt Maarten Vos, als preventiewerker verbonden aan een Amsterdamse Riagg. “We vinden het belangrijk dat ouders één lijn trekken en we hadden de indruk dat veel vaders de vaardigheden missen om goed met hun kinderen om te gaan.” Abdel Boulal, leraar eigen taal (OET) op een basisschool, heeft als cursusleider een Marokkaanse vadergroep geleid. “In Marokkaanse gezinnen is de vader vaak de baas, hij stelt de grenzen. De moeder is lief, daar kun je als kind altijd terecht.” Het viel hem op dat de vaders niet gewend zijn het kind te prijzen als het iets goed doet. “Door dat als huiswerk thuis te oefenen merkten ze dat het heel positief werkt.” Marokkaanse vaders zijn moeilijk over te halen om aan een cursus mee te doen, omdat ze bang zijn dat ze alleen maar te horen krijgen dat ze het verkeerd doen. Daarom zijn Boulals contacten op school belangrijk. “Ik stel me niet op als een deskundige die zegt hoe het moet. Met respect en vertrouwen en oog voor hun tradities kun je veel bereiken.” Aan het eind van de cursus werden certificaten uitgedeeld. “Dit vonden ze heel belangrijk', zegt Boulal. “Er zijn vaders die nog nooit een officieel papier hebben gehad. Ze zeiden dat ze het wilden inlijsten en ophangen.”

Claudia Vosman, werkzaam bij Stichting Welzijn De Baarsjes en coördinator van Opvoeden: zo!, heeft in haar stadsdeel al veel cursussen aan vrouwen gegeven. “De vrouwen waren ontzettend enthousiast, maar ik hoorde ze telkens zeggen dat ook hun mannen deze cursus moesten volgen, zodat ze samen konden praten over de opvoeding van hun kinderen.”

Uit een onderzoek van de pedagogiefaculteit van de Universiteit van Amsterdam dat enige tijd geleden is gehouden, bleek dat ouders die hebben deelgenomen aan de cursus minder vaak schelden en slaan dan ouders die nog op de wachtlijst staan voor de cursus. Vooral de steun van andere ouders wordt gewaardeerd, zo bleek. Van alle onderdelen was het complimenten geven aan kinderen de meest in de praktijk gebrachte vaardigheid. Negeren van vervelend gedrag vonden de onderzochte ouders het moeilijkst te realiseren. Volgens Ina Bakker van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) zou grootschalig onderzoek naar de effecten van deze cursus geen overbodige luxe zijn. “We weten dat iedereen er enthousiast over is, maar wat bereik je er nu precies mee?” Inmiddels heeft het NIZW, dat het cursusmateriaal ontwikkelde voor Opvoeden: zo!, een aanvullend cursusblokje van drie extra bijeenkomsten in de maak over thema's als ruzie maken, gehoorzamen, voortdurend aandacht vragen en agressief gedrag. Uit de lopende cursussen was gebleken dat ouders op deze punten nog extra ondersteuning kunnen gebruiken.

Vader Orhan Delikaya, zelf tweede-generatiemigrant, hoopt zijn derde generatie kinderen door deze cursus een andere opvoeding te geven dan hij van zijn ouders kreeg. “Ik ben met mijn vader nooit naar de bibliotheek of het zwembad geweest. Dat doe ik wel met mijn dochter. Bij ons stond vroeger altijd de Turkse televisiezender aan. Mijn kinderen mogen per dag een half uur naar de Turkse zender kijken en een half uur naar de Nederlandse televisie. Hier heb ik geleerd dat je meer met je kinderen moet praten.”