Miljarden voor 'sterren' van het bedrijfsleven

AMSTERDAM, 19 APRIL. Wat is de baas van een bedrijf waard? Een ministersalaris van nog geen twee ton? Of het half miljoen gulden van een goeie interim-manager? De twee miljoen die een vaste basisspeler van Ajax verdient? Of de 2.749.416 gulden aan salaris, winstbonus en andere emolumenten die de topman van Unilever verdient?

Nu driekwart van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen een aandelenoptieplan heeft voor zijn topmanagers, waarmee dankzij de koersstijgingen op de effectenbeurs miljarden guldens zijn gemoeid, wil politiek Den Haag ingrijpen. Of beter gezegd: greep krijgen op dit eigenmachtig optreden van bedrijfsdirecties die in de visie van PvdA-fractievoorzitter J. Wallage het Nederlandse economische succesverhaal ondermijnt. Andere Kamerleden grijpen de opties aan als argument om elke handel in eigen aandelen door topmanagers te verbieden in verband met mogelijke misbruik van voorkennis.

Aandelenopties zijn miljardenwerk geworden. Zij geven managers het recht tegen vooraf vastgestelde prijzen aandelen te kopen in hun bedrijf. Het is een goudmijn geworden dankzij twee jaar van ongeëvenaarde koerssprongen die ook van honderduizenden spaarders beursbeleggers hebben gemaakt. De boekwinst die managers maken als zij de opties omzetten in echte aandelen en vervolgens die aandelen verkopen is belastingvrij, net als koerswinst bij beleggen.

De stijgende beloning van directeuren, niet alleen door opties, maar ook door reguliere salarisverhogingen, weerspiegelt een kruipende internationalisatie van de markt voor topmanagers en een meer algemene trend naar een 'sterren cultuur'. In Nederland is de afgelopen twee jaar naast de oude multinationals als Shell, Philips en Unilever een nieuwe superliga ontstaan van bedrijven als Ahold, ABN Amro, ING, Reed Elsevier en Wolters Kluwer. Zij meten hun succes af aan andere internationale concerns die gemakkelijker riante salarissen en bonussen betalen.

Net als in de film, entertainment en sportindustrie zijn nu ook in het bedrijfsleven (super)sterren ontstaan, die net als Madonna, Pavarotti, A. van Duin of H. Huisman een gage kunnen bedingen die ver uitstijgt boven wat een gewoon goede acteur, musicus of komiek ontvangt. Dat proces verloopt schoksgewijs. In de voetballerij heeft het 'Bosman arrest', dat aan de transfervergoeding voor clubs een einde heeft gemaakt, een loongolf veroorzaakt die de politiek verder koud laat.

Is er in Nederland inmiddels ook sprake van de excessen die in Amerika en Verenigd Koninkrijk zijn voorgekomen, waar een enkele manager aandelenopties ter waarde van wel 200 miljoen dollar had? Helaas ontbreekt daarvoor - met drie uitzonderingen - de benodigde informatie. Nederlandse bedrijven zijn notoir labbekakkerig (privacy) als het gaat om het publiceren van dergelijke informatie. De managers willen wel veel verdienen, maar zonder dat iemand het weet en kan controleren of de beloning in overeenstemming is met de prestatie.

Twee uitzonderingen zijn Shell en Unilever, die zich richten naar de Britse regels en tot op de laatste gulden tekst en uitleg geven over salarissen en opties. Het derde geval zijn de voormalige topmanagers van Daf, die in 1989, toen het bedrijf naar de effectenbeurs ging in een keer alle opties uitoefenden en 24 miljoen gulden (bruto) opstreken. Dat was excessief en werd pas veel later bekend. Toen was er, net als nu, geen meldingsplicht in Nederland voor dergelijke transacties. Dat de Tweede Kamer een onderzoek wil naar optieregelingen is mooi, maar regelgeving om voortdurende openheid over deze zaken werkt effectiever.

De gebrekkige informatie lijkt in Den Haag tot verwarring te leiden. Wallage vreest een loongolf, als werkend Nederland dezelfde douceurtjes eist als de topmanagers. Hij vergeet dat de optieregelingen worden betaald door de aandeelhouders van een bedrijf (zij moeten de winst met meer mensen delen), en niet door de klanten op de afzetmarkt.

In plaats van beteugeling van optierechten van enkelen, zou Wallage beter kunnen pleiten voor de invoering van zulke plannen voor allen. De Vermogensaanwasdeling van het kabinet Den Uyl in een modern jasje. Helaas laat juist de overheid het daarbij elke keer weer afweten. Bij geen enkel geprivatiseerd staatsbedrijf werd een aandelenoptieplan voor het hele personeel ingevoerd. Bij KPN overigens wel voor de topmanagers.

De relatie tussen optierechten en effectenhandel met misbruik van voorkennis is op z'n best schimmig. Topmanagers van bedrijven en andere zogeheten insiders vallen allemaal onder de modelcode van de beurs die effectenhandel verbiedt voor publicatie van koersgevoelige informatie, als de (half)jaarlijkse winstcijfers.

De plotselinge belangstelling in Den Haag voor een aspect van de arbeidsvoorwaarden van topmanagers lijkt eerder ingegeven door wat topbelegger Van Rees afgelopen week als de jaloeziefactor omschreef. Hoge inkomens aanpakken wint politiek gezien misschien geen stemmen, maar zeker sympathie. Dat optieplannen fiscaal zo aantrekkelijk zijn is zonder twijfel een belangrijke reden voor hun populariteit. De vlucht in opties is daarmee vergelijkbaar met de uittocht naar België van vermogende Nederlanders vanwege hoge belastingtarieven.

Naast hun fiscale attractie zijn aandelenopties effectief om de belangen van managers te koppelen aan de financiële belangen van aandeelhouders. Beter nog dan opties, die korte termijn handelen kunnen stimuleren, is het om managers echt betrokken te laten zijn: doordat zij aandelen bezitten. De aandelenbelangen van de managers staan dan ook standaard vermeld in jaarverslagen van Britse bedrijven.