Langhoff maakt obsessief toneel van 'Strafkolonie'

Voorstelling: Ile du Salut. Door Théâtre de la Ville, Parijs. Decor en kostuums: Jean-Marc Stehlé; regie en bewerking: Matthias Langhoff; spelers: Marcial Di Fonzo Bo, Jean-Marc Stehlé e.a. Gezien 17/4 de Singel, Antwerpen. Te zien t/m 19/4. Inl.: 00-31-3-2441929. Franstalig; Nederlands boventiteld.

Regisseur Matthias Langhoff is van Oostduitse origine; hij is in de oorlog geboren in een artistiek, anti-nazistisch milieu. De oorlog vormt zijn eerste jeugdherinnering. De nasleep van de oorlog maakte hij mee in Oost-Duitsland. In 1975 besloot hij naar het westen te vertrekken.

Jarenlang werkte hij voor het Berliner Ensemble met zeer geruchtmakende voorstellingen. Macht en geweld, foltering, onrecht en daartegenover het verlangen van de mens naar zuiverheid vormen zijn thema's. In het verhaal In de strafkolonie dat Franz Kafka vlak voor de Eerste Wereldoorlog schreef, herkende hij zijn eigen obsessie. Hij maakte er een theatervoorstelling van die het midden houdt tussen sprookje en nachtmerrie. Zelf voegde hij teksten aan Kafka's novelle toe, zoals de volgende over de paradox van het verlangen: 'De echte gevangenis is het verlangen om elders te zijn.'

Romantisch Fernweh en pijnlijk besef in een zin samengebald.

Langhoff heeft een uiterst Duitse manier van regisseren: heel precies, lang uitgesponnen, symbolisch, beeldenrijk. De voorstelling speelt zich af op een strafeiland waar een officier een afschuwelijk folterwerktuig heeft ontwikkeld om een veroordeelde twaalf uur lang te pijnigen, alvorens dat de man doodgaat. Het werktuig is te vergelijken met een eg van glas, die diepe kerven in het lichaam snijdt. De officier dwingt een toevallige reiziger de executie bij te wonen. Zo wordt een onschuldige tot een medeplichtige.

Het eiland bestaat uit niet meer dan een zandhoop en palmbomen; bovenop een stellage torent het folterwerktuig, opgeborgen in een doodskist. De officier is dermate gegrepen door zijn uitvinding, dat hij in de meest koele, analytische en ook enthousiaste bewoordingen de machine aanprijst.

Die bizarre koelheid, die nuchterheid waarmee over eindeloos lijden wordt gesproken, maken de voorstelling tot een verbijsterende belevenis. Nadrukkelijk herkennen we hierin Kafka's signatuur, op het bezetene af precies en ook iets demonisch.

Nadeel van de uitvoering is de lange aanloop die Langhoff nodig heeft. Na geruime tijd is het wel bekend hoe agressief de officier is jegens zijn medemens. Langhoff betrekt de voorstelling dan ook in een breder verband, vandaar die uitweidingen. Het gaat niet om het incidentele verhaal, het gaat om de metafoor van het kwellen en martelen - en die is van alle tijden. De voorstelling heeft een intensiteit die je in het Nederlandse theater nauwelijks ziet. De officier is onophoudelijk aan het woord, rent en draaft, draait zichzelf dol. Dat gebeurt ook: aan het slot pleegt hij zelfmoord. Zijn eigen vernietigingsdroom is hem teveel geworden.

Ile de Salut is politiek theater, zoals dat zelden te zien is. Ik herkende in de enscenering de hand van Peter Brook: dezelfde kaalheid, de fysieke kracht van het acteren, de toneelwereld gereduceerd tot oerelementen als donker en licht, water, zand. In dit spel van natuurkrachten gaan twee andere krachten schuil die de mens beheersen, althans, dat wil Langhoff zeggen: een drang om te overleven en een drang om te vernietigen. Het is een bittere uitvoering in het Antwerpse theater De Singel, waarin de koele humor van Kafka's tekst af en toe voor enige verlichting zorgde.