Labour muilkorft Britse bonden met harde hand

LONDEN, 19 APRIL. De Britse vakbeweging heeft zich tot dusverre angstvallig gedeisd gehouden in de aanloop naar de verkiezingen. Ze wil Labour niet in verlegenheid brengen. Vakbondssteun voor Labour heeft in het verleden te vaak al averechts gewerkt.

Dus verlenen ze alleen maar hand- en spandiensten in de schaduw, Rodney Bickerstaffe van de ambtenarenvakbond Unison, Bill Morris van de Transport and General Workers Union en al die andere vakbondsleiders. Ze begeleiden parlementskandidaten bij bezoeken aan fabrieken en bedrijven. Ze spekken de campagnekas met naar schatting vijftien miljoen gulden. Maar ze houden op verkiezingsbijeenkomsten geen ronkende toespraken meer zoals ze in de jaren tachtig nog deden. Als Labour aan de macht komt, hoeven ze ook niet te rekenen op een beloning voor hun diensten. “Fairness, no favours.” Labourleider Blair verklaart dat bij herhaling. “Een rechtvaardige behandeling, geen gunsten.” Dat is wat de vakbeweging van een Labour-kabinet verwachten mag.

Bijna honderd jaar lang hebben Labour en de vakbeweging elkaar beschouwd als loten van dezelfde stam. Sinds de Trades Union Congress (TUC), het verbond van vakorganisaties, in 1900 de Labourpartij oprichtte. Bijna honderd lang zijn beide vleugels van de arbeidersbeweging eendrachtig opgetrokken tegen het kapitaal. Maar inmiddels hebben ze beide de vrije markt omarmd, hoewel sommige van de bonden met onverholen weerzin. En ze lijken zich te hebben neergelegd bij een scheiding van wegen. TUC zowel als Labour zeggen tegen iedereen die het maar wil horen dat elk zijn eigen verantwoordelijkheid heeft.

Zo neutraal is inmiddels het Trades Union Congress dat het zelfs geen stemadvies meer geeft. In de aanloop naar de verkiezingen voert het verbond wel een advertentiecampagne voor uitbreiding van werknemersrechten. Kosten: drie miljoen gulden. Maar het filmspotje dat bioscoopbezoekers tussen de reclame door voor bier en sigaretten krijgen voorgeschoteld, roept de kiezers alleen maar op om ervoor te zorgen “dat de werknemers winnen, op wie u ook stemt”.

Zondag op een bijeenkomst van de Schotse TUC in Glasgow komen de bonden met een serie eisen die de Labourpartij al bij voorbaat heeft verworpen. Een minimumloon van vierenhalve pond per uur, nationalisering van de geprivatiseerde spoorwegen, uitbreiding van de stakingsrechten. Maar volgens de vakbondsleiders is dat niet de aanzet tot een eerste confrontatie met een eventuele Labourregering. Alleen maar het bewijs dat de vakbeweging onafhankelijk haar eigen koers bepaalt.

Ook Labour is er alles aan gelegen om haar zelfstandigheid te demonsteren. De partij wil niet meer worden vereenzelvigd met de stakingsacties uit de jaren zeventig die de economie verlamden. In haar verkiezingsmanifest onderstreept de partij dat Conservatieve beperkingen van de vakbondsmacht niet ongedaan gemaakt zullen worden. En als Blair wordt gevraagd wat een Labourregering zal doen met excessieve looneisen van de ambtenarenbonden, beweert hij steeds manhaftig: “Ik zeg gewoon: nee. Als iemand binnen de vakbeweging of daarbuiten denkt dat we de Labourpartij hebben hervormd om terug te keren naar de jaren zeventig, moet hij maar eens wakker worden. Het gebeurt eenvoudig niet.”

Als Blair spreekt over de hervorming van Labour, doelt hij ondermeer op de systematische beperking van vakbondsinvloed. Op partijcongressen controleerden de bonden van oudsher negentig procent van de stemmen. Dat aandeel is via zeventig naar vijftig procent teruggebracht. Ook heeft de partij vorig jaar een eind gemaakt aan de traditie dat Labour-parlementariërs direct financieel worden gesteund door de bonden, een regeling waarvan in 1995 nog 185 van de 272 fractiegenoten profiteerden, inclusief Tony Blair en zijn rechterhand John Prescott. Vakorganisaties treden tegenwoordig alleen nog maar op als sponsor van de regionale partij-afdeling in een kiesdistrict.

Ondanks deze aanpassingen is de band tussen Labour en de bonden nog steeds aanzienlijk hechter dan de partijleider gezond en wenselijk acht. De vakorganisaties vormen nog steeds het belangrijkste machtsblok op het partijcongres, ze leveren 12 van de 26 leden in het partijbestuur, ze financieren bijna de helft van de partij-uitgaven, jaarlijks ruim 22 miljoen gulden.

Maar deze nauwe relatie jaagt de kiezers minder schrik aan dan in het verleden, hoe vaak de Conservatieven ook een doembeeld schetsen van een Labourregering die wordt gegijzeld door de bonden. Twintig procent is daar bang voor, volgens een opiniepeiling van Gallup. Kiezers zien dat niet alleen Labour maar ook de TUC zich onder leiding van de pragmaticus John Monks heeft gematigd. Met acht miljoen leden, 40 procent minder dan aan het begin van het Conservatieve tijdperk in 1979, vormt de vakbeweging voor het Britse volk geen schrikbeeld meer.