Kroatië wil minister niet als getuige in Den Haag

Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag worstelt met de vraag of regeringen kunnen worden gedwongen te getuigen. Kroatië legt alle verzoeken in die richting naast zich neer. Dat tast de effectiviteit van het oorlogstribunaal aan.

DEN HAAG, 19 APRIL. Kan het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië de regering van een land dat niet meewerkt, dagvaarden en met sancties dreigen? De aanklager van het tribunaal vindt van wel, Kroatië is vierkant tegen. “Er is geen noodzaak het tribunaal van valse en illegale tanden te voorzien”, zei de Kroatische ambassadeur bij de Verenigde Naties donderdag op een speciale zitting van het tribunaal over deze kwestie.

Kroatië kreeg in januari van de aanklager van het tribunaal het verzoek een reeks documenten te overhandigen in de zaak tegen Tihomir Blaškic, de Kroatische generaal die vorig jaar 'vrijwillig' naar het tribunaal kwam en nu ergens in Den Haag - in een streng bewaakte flat - wacht op zijn proces. Het tribunaal wil van de Kroaten alles weten over de acties van het Kroatische leger in de Lašva-vallei, waar Blaškic de oorlogsmisdaden tegen de moslims begaan zou hebben. Het tribunaal wil daarom beschikken over alle notities van de generaal tussen 1 april 1992 en 1 januari 1994, alle rapporten aan Mate Boban, de leider van de Bosnische Kroaten in die periode, alle militaire orders van Blaškic uit de tijd dat hij commandant was van de Centraal Bosnische Operatie Zone en alle brieven en memo's tussen Blaškic en de Kroatische minister van Defensie Šušak. Ook wil het tribunaal weten hoeveel personeel van het Kroatische leger in die periode gewond is geraakt of gedood, hoeveel wapens en munitie de legers van de Bosnische Kroaten en de Kroaten hadden en met wie de ministers van Defensie van Kroatië en Herceg-Bosna - het Bosnisch-Kroatische staatje in Bosnië - hadden gebeld.

Kroatië weigerde resoluut elke medewerking. Op 15 januari stelde het tribunaal Kroatië een ultimatum in de vorm van een dagvaarding. Als Kroatië niet voor 14 februari de gewenste documenten zou hebben overhandigd, zou de minister van Defensie persoonlijk ter verantwoording worden geroepen. Kroatië bleef elke medewerking weigeren en legde de dagvaarding naast zich neer. Ook een serie ultimata na 14 februari, waarin vertegenwoordigers van de Kroatische regering alsnog werden gesommeerd te verschijnen, verstreken zonder resultaat. Hetzelfde gold voor ultimata aan de Bosnische regering, die eveneens een verzoek om soortgelijke militaire gegevens naast zich neerlegt. Op 24 februari droeg rechter McDonald van het tribunaal de Bosnische minister van Defensie op te verschijnen. Niemand kwam opdagen.

Keer op keer werd het tribunaal door de betrokken landen duidelijk gemaakt dat het buiten zijn bevoegdheid treedt. Alleen de VN-Veiligheidsraad zou staten op de vingers mogen tikken en sancties opleggen. Het tribunaal belegde een speciale zitting om over dat vraagstuk opheldering te krijgen. Hoofdaanklager Louise Arbour van het tribunaal betoogde op die zitting deze week, dat het van vitaal belang was voor het tribunaal om staten te kunnen dwingen bewijsmaterial te overhandigen, zelfs als daarvoor een arrestatiebevel tegen een minister uitgevaardigd moest worden. Niet in de laatste plaats zijn dergelijke maatregelen in het belang van de verdachte, die recht heeft op een zo eerlijk mogelijk proces, aldus de redenering.

Een Amerikaanse advocate die namens Kroatië het woord voerde, zie evenwel dat het dagvaarden van de betrokken landen “een flagrante schending van het internationaal recht” is. Zij stelde dat aanklager Arbour het tribunaal wil onderwerpen aan het Amerikaanse recht en niet langer de zorgvuldige mix van rechtssystemen wil respecteren waarop de instelling nu is gebaseerd. De rechters zullen binnen enkele weken uitspraak doen.