Israel bouwt voor zijn middenklasse; De kalme toekomst van Modi'in

Op de heuvels tussen Jeruzalem en Tel Aviv, aan de rand van bezet gebied, verrijst Modi'in, een nieuwe stad voor de joodse middenklasse. Waar de Maccabeërs slag leverden met de Grieken staan nu eengezinswoningen. Hier hoeft geen ingepakte koffer meer achter de voordeur te staan: terwijl Har Homa het vredesproces tussen joden en Arabieren bedreigt, is Modi'in juist een bevestiging ervan.

Kraaiend van plezier kijken de drie kinderen toe hoe hun nieuwe speelkameraad, een jong hondje, zijn poot optilt tegen de keukenkastjes. De plas dijt geluidloos uit over de glanzende tegelvloer. “En die mooie keuken was nou net de reden om deze woning te kopen!” roept Sigal verschrikt uit. Terwijl ze opstaat om een dweil te pakken zegt ze verontschuldigend: “Ik geloof dat we hier allemaal nog een beetje moeten wennen.”

Sigal Sjosjansachor (29), haar man Meir (31) en hun drie kleine kinderen behoren tot de eerste duizend bewoners die in de afgelopen paar maanden, ondanks het stof en de herrie, alvast hun woning hebben betrokken in Modi'in, Israels nieuwste stad in aanbouw en het grootste bouwproject dat het land ooit heeft geëntameerd. Daarvóór woonden ze in Givat Ze'ev, een nederzetting niet ver hier vandaan, maar in bezet gebied. “We wilden groter wonen - ik verdien wat bij met kinderopvang aan huis - en Meir is vrachtwagenchauffeur bij een bedrijf in Tel Aviv. In de nederzettingen, zelfs een grote zoals Givat Ze'ev, woon je toch altijd achter hekken.”

Vanaf het terras hebben Sigal en Meir uitzicht over hun nieuwe woonplaats, een 4600 hectare grote zee van huizen, de meeste nog in aanbouw, die over de rotsige heuvels en dalen van centraal-Israel golft. Deze 'stad van de toekomst', zoals die zichzelf op het gemeentelijke briefpapier aanprijst, ligt halverwege Jeruzalem en Tel Aviv aan de Israelische kant van de 'groene lijn', de grens met de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever. Boven de Palestijnse dorpen aan de andere kant van de lijn steken minaretten uit; Modi'in - hoofdstad van de Maccabeërs, die in 168 v.Chr. in opstand kwamen tegen de Griekse overheersers - heeft straks vier synagogen.

Vanaf zijn oprichting in 1948 heeft Israel in hoog tempo nieuwe stadjes en nederzettingen gebouwd voor telkens nieuwe golven van immigranten. Toen tussen 1948 en 1950 de joden uit Noord-Afrika, Jemen en Irak met honderdduizenden tegelijk het land binnenstroomden werden zij ondergebracht in ma'abarot, eenvoudige schuurtjes. Eind jaren tachtig was de druk opnieuw groot, toen de Russen met vele duizenden arriveerden. In arren moede legde de overheid hele wijken met caravans aan - instant slums, zou al snel blijken. Over de bouw van Modi'in daarentegen is ongeveer dertig jaar gedelibereerd, en de Israelisch-Amerikaanse architect Moshe Safdie is acht jaar met het ontwerp bezig geweest voordat de bouw begon. Over drie jaar zullen er veertigduizend mensen wonen; op den duur moet Modi'in ruim tweehonderdduizend mensen huisvesten en werk bieden aan zo'n zestigduizend. In deze nieuwe loot aan de stam van de new towns moeten alle kennis en ervaring samenkomen van bijna vijf decennia stadsplanning en stormachtige bevolkingsgroei.

Het actuele conflict rond de bouw van de wijk Har Homa in Oost-Jeruzalem, waar op den duur 35.000 mensen zullen wonen, heeft alles met politiek te maken en veel minder met het lenigen van Israels eeuwige woningnood. In alle rust echter wordt aan de Israelische kant van de groene lijn gestaag doorgebouwd aan Modi'in, dat vele duizenden meer zal huisvesten.

Een stad die in een keer uit de grond wordt gestampt, heeft een symboolwaarde die uitstijgt boven prozaïsche overwegingen als de woningnood. Net als bijvoorbeeld Brasilia, of het Indiase Chandigarh is Modi'in een 'uitspraak' over Israels beeld van de eigen toekomst. Modi'in is een bevestiging van de omslag die Israel heeft gemaakt, van een losse pionierssamenleving naar een burgerlijke maatschappij. Een nieuwe stad voor de groeiende middenklasse, die de toon zet in het hedendaagse Israel van groeiende welvaart. Als Har Homa een bedreiging is van het vredesproces tussen joden en Arabieren, dan is Modi'in juist bevestiging ervan: de modale Israëlier durft zich een kalme toekomst voor te stellen, een waarin er niet achter elke voordeur een ingepakte koffer klaar hoeft te staan - maar wel met alle moderne voorzieningen en voldoende parkeergelegenheid graag.

Bij het krieken van de dag steken Palestijnen uit de omliggende dorpen op ezels de groene lijn over, op zoek naar werk - tenminste wanneer de Westelijke Jordaanoever niet om veiligheidsredenen is afgegrendeld. Pal naast Modi'in hebben de orthodoxen een eigen nederzetting in bezet gebied opgericht, Kiryat Sefer. Nog geen vijf minuten rijden naar het oosten staan de soldaten klaar bij de eerste controlepost. Met de vraag of er in Modi'in behalve voor joden, ook voor arabieren is gebouwd, oogst ik bij iedereen - architecten, beleidsmakers, bewoners - dezelfde glazige blik van ongeloof over zoveel naïviteit. Zo ver reikt de toekomst niet.

Groene tongen

Vanaf het moment dat het idee ontstond om tussen Jeruzalem en Tel Aviv een hele nieuwe stad te bouwen, is het bij de Israeliërs controversieel geweest. De voornaamste angst was dat dit dichtbevolkte deel van het land zal dichtslibben tot één oneindige metropool - zeg maar een soort Randstad. Een ander punt van kritiek was dat het beschikbare geld nu naar het nieuwe project gaat, in plaats van naar bestaande steden en stadjes die een impuls heel wel kunnen gebruiken. De nabijgelegen new towns als Lod (waar de laatste tien jaar de armste Russische immigranten naar toe zijn gegaan), Ramle (waar twintig procent van de inwoners Israelische Arabieren zijn) en Beth Shemesh (met veel arme immigranten uit Noord-Afrika), hadden zelf graag de glansrol gekregen als nieuwe stad voor de middenklasse. En zelfs Jeruzalem is bang dat inwoners die hun buik vol hebben van de dwingelandij van de orthodoxen, zullen uitwijken naar Modi'in - waar de woningen bovendien goedkoper zijn.

Toch besloot de regering negen jaar geleden, onder leiding van de Arbeiderspartij, Modi'in door te zetten. De opdracht voor een masterplan ging naar Israels bekendste architect, Moshe Safdie, die bureau's in Boston en Jeruzalem heeft en bekend werd met onder andere het Montreal Museum of Fine Arts, de Children's Holocaust Memorial in Yad Vashem, de ingrijpende renovatie van de joodse wijk van Jeruzalems Oude Stad, en recentelijk nog een groot joods cultureel centrum in Santa Monica, Californië.

Met één hand losjes aan het stuur manoeuvreert Safdie zijn witte terreinwagen in adembenemende vaart langs de valleien van Modi'in, door de kuilen en achter de bulldozers. Met de andere hand wijst hij de stad aan die voor zijn geestesoog al voltooid voor hem ligt. “Ik ben ervan overtuigd dat veel van Israels new towns mislukt zijn, omdat ze zich niets aantrokken van hun omgeving en daarom steriele slaapsteden werden. Daarom heeft hier de topografie de opzet van de stad bepaald. De valleien lopen als groene tongen door de stad, en de wegen - geen snelwegen, maar boulevards met éénrichtingverkeer - lopen er aan weerszijden langs. In de valleien liggen openbare voorzieningen als scholen, winkels en speeltuinen. Ze worden ook voor ruim de helft beplant, ieder met één soort boom: de vallei van de dennebomen, van de palmen, van de jacaranda's.”

De woonblokken - het overgrote deel van Modi'in bestaat uit appartementen - worden niet hoger dan vier verdiepingen, om de stad binnen de 'natuurlijke' hoogte van de bomen te houden. Wel komen er op de heuveltoppen hoge flats van tot aan zestien verdiepingen, die als herkenningspunten zullen fungeren en de bewoners uitzicht zullen bieden op de Middellandse Zee en de heuvels van Judea en Samaria. Dwars over de heuvels lopen kleine straten en voetpaden, sommige als fraaie stenen trappartijen vormgegeven, om de woonwijken op een informele manier met elkaar verbinden. Daar waar de valleien samenvloeien komt het stadscentrum, met een vervoersplein als knooppunt van lokaal en regionaal vervoer.

Schuilkamer

Over de hele lengte van Modi'ins hoofdstraat staan caravans opgesteld die de projectontwikkelaars als verkoopkantoortjes hebben ingericht. Een merkwaardig Potemkin-dorp is het, waarbij sommige met vlaggen zijn versierd, andere met grote nepgevels - flinterdunne filmdecors die de suggestie moeten wekken dat je hier al je droomhuis betreedt. Sommige melden op grote plakkaten de prijzen, variërend van 143 tot 289 duizend dollar. De Israelische sjekel is zo wispelturig dat dure goederen zoals auto's en huizen in dollars worden geprijsd en in sjekels, tegen de koers van de dag, betaald.

In de caravan van makelaar Kan Golan hangen op deze stille doordeweekse dag een verkoper en een bewaker met een portofoon landerig aan een formica tafeltje. De bewaker, Sjachar Zvi (27), is hier drie maanden geleden met zijn vrouw komen wonen in hun eerste eigen huis. “Het is er goedkoper en ruimer dan in Jeruzalem. We moesten toch ergens kopen, de huren gaan alsmaar omhoog.”

Zonder veel moeite kreeg hij werk als bewaker. “Er zijn veel inbraken en autodiefstallen. Bovendien kun je hier pas je huis verzekeren als je aangesloten bent bij zo'n bewakingsbedrijf.” Gelaten voegt hij er aan toe: “Dat is de Israelische paranoia, hè. Hoort bij het leven aan de groene lijn.” Sjachar is van plan om minstens vijf jaar in Modi'in te blijven. “Hier kan onze generatie een beetje pioniersgevoel krijgen: ook wij hebben onze vertrouwde omgeving achtergelaten om deel uit te maken van iets nieuws.”

Winkels en scholen zijn er al, restaurants en cafés nog niet. Dus zitten de econoom Adi Hadar en ik noodgedwongen in de keet naast het benzinestation aan de invalsweg gebogen over een bord shoarma met vette frites en een glas appelsap van Israelische makelij. Na een bliksemcarrière bij Financiën is Hadar, nog maar 35 jaar, nu adjunct directeur-generaal van het ministerie van huisvesting. Als ik hem vraag voor wie Modi'in bedoeld is, zegt hij schouderophalend: “Iedereen die wil, kan hier komen wonen. Je hebt hier voor minder geld meer ruimte dan in de grote steden. In de nederzettingen in bezet gebied is het nóg goedkoper, maar velen vinden dat met het oog op het vredesproces een te onzekere investering.” De algemene, maar niet officieel uitgesproken verwachting is dat kolonisten die bezet gebied verlaten als het aan de Palestijnen wordt teruggegeven, in Modi'in terecht kunnen. “Modi'in hoeft niet het probleem op te lossen van hoe niet-religeuze joden, orthodoxe joden en arabieren samen moeten leven”, zegt Hadar. “Het moet alleen in de vraag voorzien die ontstaat door natuurlijke groei en immigratie.”

Zijn eigen ruime, witte huis in Modi'in, met een half-verdiepte garage eronder, grote vide van binnen en klein gazon van achteren, had ook in Purmerend kunnen staan, of in Alphen aan de Rijn, of Zoetermeer. Met één verschil: de schuil'kamer' op de begane grond, die conform het landelijke voorschrift muren van twintig centimeter dik beton heeft, stalen luiken voor het raam en een stalen deur. In plaats van de koffer achter de voordeur.

Tuinstad in de woestijn

“De dilemma's rond Modi'in zijn vergelijkbaar met die in Nederland”, zegt Jehonathan Golani, architect en stedebouwer van z'n vak en sinds anderhalf jaar, tot zijn eigen verbazing, loco-burgemeester van Modi'in. Af en toe wordt hij overstemd door de bulldozer die vlak onder zijn raam bij het tijdelijke gemeentehuis aan het werk is, maar Golani weet waar hij over praat: eind jaren zestig studeerde hij in Delft. Nog altijd beschouwt hij Nederland als een leerzaam voorbeeld voor Israel. “Ik vergelijk centraal-Israel met de Randstad: ook hier liggen drie centra dankzij een goed vervoerssysteem op een halfuur of een uur gaans van elkaar. Beide landen zijn klein en vol; als je de dunbevolkte Negev-woestijn buiten beschouwing laat is de rest van Israel zelfs het dichtstbevolkte land ter wereld. De discussie rond Modi'in heeft veel weg van die in Nederland over het Groene Hart en over het bouwen van woonwijken in hoge dichtheden.”

Lange tijd had de overheid een nogal eenvoudige benadering van de woningnood, zegt Golani: “New towns for new people. Niemand stond er bij stil, dat het misschien goed was voor de integratie om nieuwe immigranten te mengen met 'autochtone' Israeliers, voor zo ver je daarvan kunt spreken. Het enige beleid was het verspreiden van immigranten over het land, dus werden er new towns in de Negev in het zuiden en in de Galilee in het noorden gebouwd.”

Een daarvan is Arad, dat een klein uur over een bochtige weg vanaf de Dode Zee landinwaarts ligt. Hier begint de Negev, een landschap dat streng is in zijn dorheid maar sensueel in zijn rondingen. Arad, in 1961 ontworpen, doet met zijn beplante middenbermen en strakke orthogonale opzet denken aan Amsterdam-Geuzenveld. Maar hier is de tuinstad-gedachte verlept tot door hitte en woestijnwind verweerde flats en zijn de stroken groen ertussen “veranderd in stukjes woestijn met hier en daar stapels oud roest en struiken die de grens tussen plantaardig en anorganisch hebben overschreden”, schrijft Amos Oz in Noem het nog geen nacht (Meulenhoff, 1995).

Toch is Arad volgens Golani in maatschappelijk opzicht succesvoller dan de meeste, juist omdat hier wèl aandacht werd besteed aan het mengen van oude en nieuwe Israeli's. De destijds verantwoordelijke stedebouwkundige David Best, die nu samen met zijn twee zoons een ontwerpbureau in Tel Aviv heeft, is het met Golani eens. “Arad was heel wat anders dan de gebruikelijke nederzettingen van immigranten van golfplaat en doek”, zegt hij. “De gedachte was dat je met ruimtelijke verhoudingen een gevoel van welbevinden kunt scheppen.” Hij pakt een vel papier en tekent zijn idee: een sterk lineaire opzet waarin rechthoekige woonwijken zijn verbonden door een symmetrisch wegenstelsel. “Geometrie is meer dan alleen een technisch hulpmiddel”, zegt hij, opnieuw vol vurige overtuiging. “Die is een teken van de menselijke aanwezigheid.”

Nog altijd is Best behalve over zijn eigen ontwerp, ook te spreken over de zorgvuldige sociale mix van zijn geesteskind. “Toch heeft Arad helaas nooit het magische take off point bereikt - het is altijd in de fase van bijna-gelukt blijven steken. Geleidelijk viel de steun van de overheid weg en Arad is niet meer de prioriteit van de dag. Nu is Modi'in in de mode.”