Internet dicht kloof tussen burger en politiek niet

Marcel Bullinga, bekend Internet-goeroe en verkondiger van de politieke zegeningen van de teledemocratie, probeert het nog een keer. In NRC Handelsblad van 2 april beschrijft hij de “aardverschuiving” die het Internet teweeg zal brengen in de democratische verhoudingen.

In eerste instantie leest zijn stuk als een herhaling van zetten. Al eerder riep hij immers op om met behulp van de digitale snelweg alle burgers direct bij de politiek te betrekken, zodat we af zouden zijn van de “vergadertijgers” in “rokerige zaaltjes”. Bullinga heeft het duidelijk niet zo begrepen op het huidige politieke bedrijf.

Vergelijkt men beide lofzangen op Internet dan valt op dat Bullinga kennelijk al wel van één naïeve droom is bevrijd: dat met behulp van software “elk willekeurig ingewikkeld maatschappelijk probleem in voor iedereen begrijpelijke brokken wordt gehakt”. Een illusie, overigens, die ten minste sinds de oude Grieken diep in onze cultuur is geworteld en die vandaag de dag nog voor vele illusoire digitale plannen zorgt.

Het failliet van die illusie is al ruim een halve eeuw geleden door de filosoof Wittgenstein aangetoond, maar er zijn maar weinig Internet-adepten die zich daarvan bewust zijn. Wat dat betreft is het misschien goed om wat filosofie in dat nieuwe informatica-vak op de middelbare school op te nemen'.

Daarmee is met het artikel in NRC Handelsblad een van de de meest onrealistische zaken schijnbaar uit het gedachtengoed van Bullinga verdwenen. Helaas is daarmee de situatie niet echt verbeterd. Want ontdaan van - onmogelijke - software-ondersteuning en - onwerkbare - menselijke inzet blijft van zijn ideeën niet veel meer over dan een mengsel van bestaande methoden (representatie en diverse vormen van consultatie en controle) en een hang naar de eerder door Bullinga nog verfoeide directe “drukknoppendemocratie”.

In zijn recente bijdrage in deze krant hinkt Bullinga duidelijk op twee gedachten. Hij ziet de rol van de burger vooral als permanente controleur van de representatieve organisaties waar de burger lid van is, zoals Natuuurmonumenten en de Gemeente Amsterdam rond de IJburg-discussie.

Hij is een permanent controleur, en dat niet alleen: ook de andere partijen kunnen direct kijken in hoeverre een organisatie haar leden daadwerkelijk vertegenwoordigt. Draagt Natuurmonumenten wel het standpunt van al haar leden uit?

Maar als elk lid van Natuurmonumenten per onderwerp wordt gevraagd of hij het er wel of niet mee eens is, wat is dan het verschil met die directe individuele 'drukknoppendemocratie'? Natuurmonumenten zit er dan alleen nog maar in naam tussen.

In de tweede plaats kan volgens Bullinga iedere burger eindelijk “makkelijk terugpraten” en “meediscussiëren”. Maar deze gedachte is volgens mij nogal onpraktisch: want wie moet er eigenlijk luisteren naar dat massale terugpraten (Kamerleden?, ministers?, ambtenaren?) en wat heeft discussiëren voor zin als de besluitvorming zich van die discussie weinig aantrekt? Herinnert iemand zich nog de in de jaren zestig en zeventig veelvuldig gebezigde term 'repressieve tolerantie'?

Kortom, het door Bullinga bedachte systeem is een systeem dat in de praktijk bij enig succes, en dus massaliteit, vanzelf niet meer zal werken. De reacties die vandaag de dag naar Bill Clinton worden gestuurd (president@whitehouse.gov) kunnen alleen nog rekenen op een automatisch ontvangstbevestiging, en een verder leven dat voor de buitenwacht niet te onderscheiden is van de bit bucket (de digitale variant van het ronde archief). Zoals Peter Verwey in zijn reactie in deze krant van 6 april al constateert: daar zit niemand op te wachten.

Aan de basis van de denkwijze van Bullinga en anderen ligt de misvatting dat representatie in een democratie een oplossing is voor een transportprobleem. Hij schijnt te denken dat we niet met zijn vijftien miljoenen in de Tweede Kamer zitten, omdat dat logistiek een probleem zou zijn. Internet, in zekere zin vooral een transportrevolutie (functioneel is een e-mail gelijk aan een brief en is Internet Relay Chat gelijk aan een babbelbox), zou dan de oplossing voor dat probleem zijn.

Maar, zoals een bekend Chinees spreekwoord zegt, als je enige instrument een hamer is, dan is elk probleem een spijker. Representatie is namelijk niet de oplossing voor een transportprobleem (hoe krijg ik de inbreng van alle burgers op een plaats), maar van een inhoudprobleem. Het is met duizenden - laat staan miljoenen - mensen vrijwel onmogelijk tot een afgewogen conclusie te komen zonder over te gaan op een ja/nee vraag, zelfs al krijg je ze (al dan niet virtueel of digitaal) op één plaats.

Daar komt nog bij dat tussen al die inhoudelijk verschillend denkende mensen niet één, maar enorm veel compromissen gesloten moeten worden. Hoe Bullinga er dan ook op komt dat het debat sneller wordt door de inzet van Internet is mij een raadsel, zeker niet wanneer hij er van uit gaat dat het tevens massaler wordt.

Dezelfde misvatting zit achter het idee dat het mogelijk is alle relevante informatie aan de burger aan te bieden door deze alleen maar op internet te zetten. Verwey meldt al één hinderpaal voor Bullinga's dromen: die informatie is nog helemaal niet on line.

Maar de situatie is nog moeilijker, want zelfs al is de informatie ergens on line, dan is zij nog niet tot de beschikking van de om relevante informatie verlegen zittende digitale burger. Het zijn vandaag de dag met name de redacties van de nieuwsmedia die deze selectie voor de burger uitvoeren.

De representatieve democratie zorgt voor samenhang en flexibiliteit in de keuzes, doordat de burgers eerder algemene principes kiezen (soms zelfs in de zeer niet-digitale vorm van de uitstraling van een lijsttrekker) dan een feitelijke uitwerking van elk onderwerp.

Hoe directer de burger wordt betrokken bij de feitelijke besluitvorming (en dat gebeurt - zij het verhuld - ook wanneer partijen per onderwerp hun draagvlak moeten aantonen, zoals Bullinga voorstelt), des te meer zal de besluitvorming gefragmenteerd, breekbaar, en rigide worden. De door de directe betrokkenheid toegenomen legitimatie van de besluitvorming heeft uiteindelijk een hoge prijs.

Bovendien is de representatieve democratie een efficiënte oplossing. Tenslotte moeten we met zijn allen eerst het geld verdienen voor we het kunnen verdelen. Dat betekent dat we niet met zijn allen de hele dag aan het Internet kunnen hangen om te discussieren en te controleren en informatie op te zoeken.

Daarmee is niet gezegd dat Internet niet goed zou zijn voor de democratie. Internet kan een belangrijke versterking vormen van de voor een democratie uiterst belangrijke openbaarheid. Er kan een belangrijke fysieke drempel voor openbaarheid mee geslecht worden. Tevens kan een massaal gebruikt Internet (onder bepaalde voorwaarden) een garantie vormen voor het voortbestaan van de democratie, doordat het voor eventueel toekomstige malafide overheden moeilijk zal zijn de burgers van elkaar te isoleren (een randvoorwaarde als men de democratie wil afschaffen).

Maar een oplossing voor de 'kloof' tussen burger en politiek zal het Internet (of wat voor transportmiddel dan ook) niet geven. Daarvoor is de inhoud van de politiek bepalender dan het transport van politieke informatie.