De ongure buurt van Europa

Hoe hevig worden de nationale sentimenten nu 'Europa' dichterbij komt? Op weg naar de top in juni een serie over de lusten en de lasten van de EU. Deel 7: Griekenland. 'Niemand die zich wil identificeren met het oosten. Daar ligt alleen de islam.'

Op het terras vóór McDonald's hamburgerrestaurant in Thessaloniki zit een kromme Griekse oma met haar twee kleinkinderen. Het tafereel heeft iets schokkends: zo'n geheel in het zwart gehuld omaatje, het gerimpeld gezicht bijna verscholen in een grote omslagdoek,achter een milkshake. East meets West.

Een soortgelijke schok van bewustzijn had zich een week eerder voorgedaan, in Londens enig overgebleven Griekse boekwinkel, Zeno. Daar betoonde de dochter van de Grieks-Cypriotische eigenaar zich 'helemaal Engels'. Zelfs liet ze zich enigszins denigrerend uit over generatiegenoten van haar vader “met een accent van de eilanden”. Maar even later draaide ze haar radio harder, die ten behoeve van de Griekse gemeenschap in Noord-Londen de hele dag het soort ululerende Griekse muziek uitzendt, dat Westeuropeanen met 'Arabisch' omschrijven.

Grieken worden woedend over de stelling dat hun land - zoals veel 'westerse' analisten schrijven - binnen de Europese Unie een uitzonderingspositie inneemt, omdat het het enige 'oosterse' land binnen de Europese Unie zou zijn. En als het dan al niet 'oosters' is, dan toch op zijn minst “een Balkan-land”. Een vreemd aanhangsel aan een Unie, waarmee het - de Italiaans-Griekse scheidslijn door de Ionische Zee uitgezonderd - geen enkele gemeenschappelijke grens heeft. De westerse wereld mag dan verliefd zijn op Griekenland als de naamgever van Europa, als de spreekwoordelijke 'bakermat van onze beschaving', maar die mythische verering smelt weg in irritatie als deze partner in het gemeenschappelijke Europa, economisch gezien het achterblijvertje van de Unie, weer eens uit de pas loopt. Of het nu gaat over eigengereid optreden inzake Macedonië, dan wel over megafoon-diplomatie jegens Turkije. Juist dán schrijft Le Monde over 'Byzantijnse verwikkelingen' of The Times over 'Levantijns optreden'.

De concentratie op Europa heeft Griekenlands hartstochtelijke oriëntatie op het westen versterkt. “Waarheen moeten wij onze blik anders richten?” zegt een regeringswoordvoerder in Athene. “In het zuiden is voor ons niets, in het oosten is onze vijand, Turkije, en over het noorden, de Balkan, hoef ik u niets te vertellen. Wij moeten wel naar het westen kijken.”

“Wij zijn oosters omdat we dicht bij het oosten liggen,” zegt de historicus prof. Thanos Veremis in Athene. “Maar niemand die zich wil identificeren met het oosten. Daar ligt niets positiefs. Alleen de islam. Wij zijn christenen.”

De vrouwelijke academicus die in het vliegtuig Athene-Thessaloniki wel een praatje wil maken, zegt geïrriteerd: “Natuurlijk zijn wij een westers land. Dat die historici, die u gelezen hebt, schrijven dat dat niet zo is, komt doordat ze zijn opgestookt door Duitsland. Het is een samenzwering. U weet toch dat Duitsland vóór Turkije is?”

Het conflict met Turkije, symbool van de Ottomaanse onderdrukker die Griekenland vier eeuwen lang gescheiden hield van Europa, is voor een benard gepositioneerd Griekenland bijna de maat van álle dingen. En als de Europese partners niet stante pede te hulp snellen als de Turken de grens met Griekenland - nee, de grens met gehele de Europese Unie - geweld aandoen, dan voelt Athene zich behandeld als tweederangs-partner. En elke Griek acht zich aangetast in zijn Griek-zijn.

Prof. Veremis: “Een land als Denemarken kan zich misschien de luxe permitteren de voors en tegens van een geïntegreerd Europa nog eens met voorbehouden op een afstand te houden. Wij niet. Wij lijden aan een onzekerheidssyndroom. Er is hier niet veel waaraan je je kunt vasthouden, we leven in een ongure buurt. Dáár komt ons verlangen naar een Europese Unie vandaan.”

Zoals de Britten spreken over 'het continent' - en dan bedoelen: de rest van Europa - zo heet het in het Griekse spraakgebruik dat men niet naar Londen, Brussel of Parijs vliegt. Nee, men gaat “naar Europa”. Omgekeerd geldt die psychologische afstand minder. Een conferentie aan de London School of Economics (titel: 'Griekenland in een veranderend Europa. Tussen Europese integratie en Balkan desintegratie?') kwam drie jaar geleden tot de conclusie dat de uitstraling van 'Brussel' ook de Griekse samenleving steeds meer beïnvloedt. Letterlijk: “De Europese Unie is een nieuwe beschermheer die doordringt tot onderdelen waar de patroons van vroeger niet bij konden komen”.

Dat is een verwijzing naar het jobs for the boys-model dat Griekse politici jarenlang hebben aangehangen en dat nu, onder druk van de eisen voor monetaire unie, noodgedwongen moet verdwijnen. Regeringswoordvoerders in Athene spreken graag over de deugdzaamheid van de regering-Simitis, nu twee jaar oud. Ze wijzen op de plannen om voor elke vijf van de vijfhonderdduizend ambtenaren (op tien miljoen Grieken) uiteindelijk maar één vervanger te laten terugkomen, op de manier waarop boeren en onderwijzers met hun stakingen om loonsverhogingen geen succes hebben gehad, en op de pogingen de zwarte economie (tenminste veertig procent van de officiële) aan te pakken. “We worden net zoiets als Italië. U vraagt van Italië toch ook niet of dat wel westers is?” zoekt een gepikeerde woordvoerder nog even snel zijn gelijk.

De historicus P.C. Iokamidis, adviseur van het Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken, zegt: “U moet zich eens voorstellen hoe het hier zou zijn als de Europese discipline niet als dwangbuis zou fungeren. Met ons optreden tegen het voormalig Joegoslavische Macedonië vergaten we onszelf even. Dat was een blunder: we hadden moeten beseffen dat we deel uitmaken van de Europese Unie. Maar ja, als Europa niet meer solidariteit betoont wanneer er werkelijk een provocatie aan de grens is, dan is er een probleem. Want de deal is: stabiliteit in de Balkan in ruil voor gegarandeerde veiligheid.”