Consument maakt een inhaalslag

De koopbereidheid van de Nederlandse consument is sinds 1990 niet zo groot geweest als de afgelopen drie maanden. Een rondgang langs verschillende branches.

ROTTERDAM, 19 APRIL. Een fonkelnieuwe keuken, compleet met inbouwapparatuur, en glanzend nieuw parket in de woonkamer. Zelf gelegd, dus ook de gereedschapkist is intussen aangevuld. Nieuwe schoenen voor het hele gezin, de zakelijke garderobe krijgt een modieuze opfrisser, en al dat ge-internet vereist een computer met een groter geheugen. Weet je wat, we kopen een andere. Dat is ook educatief verantwoord voor de kinderen.

Het klinkt als een fantasie, maar die is wel gebaseerd op harde cijfers. De koopbereidheid van de Nederlandse consument bereikte in de eerste drie maanden van dit jaar een niveau dat het sinds 1990 niet meer heeft gehad, zo maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige week bekend. Het indexcijfer 'koopbereidheid', zoals het CBS dat sinds 1986 bijhoudt, wordt onder meer afgeleid uit de antwoorden op de vraag 'is de tijd gunstig voor het doen van grote aankopen?' Het CBS doet daartoe regelmatig steekproeven onder duizend consumenten. Bij grote aankopen moet men denken aan auto's, computers, wasmachines, tv's, keukens, badkamers.

De 'koopbereidheid' blijkt in de praktijk voor te lopen op de werkelijke bestedingen en heeft dus voorspellende waarde. Het vertrouwen in de economie in het algemeen schuift mee met de berichtgeving in de media, en zelfs met seizoensstemmingen.

Vorig jaar, toen Fokker failliet ging, liep het een stevige knauw op, en in de herfst meet men elk jaar opnieuw een significante daling in de algemene beoordeling van de economische situatie. Op de werkelijke bestedingen heeft dat weinig invloed. Volgens het CBS kijkt de consument toch vooral naar zijn eigen portemonnee.

De koopbereidheid steeg in 1996 ook al gestaag, wat tot uitdrukking kwam in een stijging van de bestedingen in de detailhandel. Na enkele magere jaren boekte de detailhandel een omzetstijging van 3,4 procent ten opzichte van 1995.

Goede zaken deden met name de doe-het-zelf-zaken (plus 7,1 procent), de woninginrichtingsbranche (plus 4,5 procent), de boekhandel (plus 3,9 procent), de juweliers (plus 5,8 procent), de schoenwinkels (plus 3,5 procent) en de bovenkleding (plus 2,3 procent).

“De mensen lezen steeds dat we voldoen aan de criteria om deel te nemen aan de EMU, we zijn het braafste jongetje van de klas”, zegt R. Verheij, secretaris van de Raad van de Detailhandel en tevens secretaris van de branche-organisatie voor doe-het-zelf-zaken. De lage rentestand verleidt mensen tot tweede hypotheken en met dat consumptieve krediet worden leuke dingen gedaan. Eerst knapt men huis en tuin op, en dan is er nog wat geld over voor kleding, sieraden, een nieuwe bril, aldus Verheij.

De omzet in de doe-het-zelf-branche was in februari van dit jaar maar liefst 12,8 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. Het zijn vooral de bouwmarkten (Gamma, Karwei, Praxis), met 60 procent van de markt in handen, die het meest profiteren. Er is meer vrije tijd, de doe-het-zelver draait zijn hand tegenwoordig niet meer om voor een dakkapel, of een loodgietersklus. De bouwmarkten zijn bovendien decoratieve, aantrekkelijke winkels geworden; de man neemt nu zijn vrouw mee. En die laat zich verleiden door een accessoire-set voor de badkamer, een lampenset voor de tuin, een nieuw opberggsysteem in de keuken.

De Centrale Branchevereniging Wonen vermoedt dat de consument een inhaalslag maakt, nadat hij enkele jaren de aanschaf van meubels en woningtextiel heeft uitgesteld. Niet alleen is de koopkracht toegenomen, schrijft het huisorgaan Wonen, men is ook gewend aan het paarse kabinet met al zijn plannen, die de afgelopen twee jaar hebben geleid tot extra lasten. “Na twee jaar paars weet iedereen hoeveel van het inkomen vrij te besteden is.”

Ook de juweliers doen na de mindere jaren '94 en '95 goede zaken. “Luxe mag weer, en de klant wil betere kwaliteit. Vandaar dat goudsmeden die in opdracht werken, in opkomst zijn”, aldus een woordvoerder van de Goud en Zilver Federatie.

Dankzij een grotere aandacht voor persoonlijke verzorging stijgen de omzetten bij de drogist. De luxere schoen doet het goed, net als de kinderschoen, een gevolg van het toenemend aantal geboorten.

De sector voedingsmiddelen boekte vorig jaar een beperkte omzetgroei van 2,7 procent. Vooral de supermarkten profiteren; hun omzetten stegen met bijna 4 procent ten gevolge van de verruimde winkelopeningstijden. Slechter ging het met de kleine middenstander om de hoek. De sector AFG (aardappelen, groente, fruit) daalde zelfs met 4,8 procent. Opvallende stijger was de visconsumptie; de omzet steeg bijna vier procent, al was dat gedeeltelijk het gevolg van stijgende prijzen.

De dalende vleesverkoop (-2,6 procent) kan nog nauwelijks het gevolg zijn van de gekkekoeienziekte, laat staan van de varkenspest, denkt Verheij van de Raad voor de Detailhandel: “Er komt vaker een alternatief voor vlees op tafel, en vis hoeft niet alleen meer op vrijdag.”

De verkoop van personen-auto's - de duurzame aankoop bij uitstek - laat echter nog geen significante groei zien, aldus R. Boon van de BOVAG. De eerste drie maanden van dit jaar steeg de omzet weliswaar met 2,6 procent, maar dat is gezien de lichte stijging in de afgelopen jaren niet opzienbarend. Wel stijgt de gemiddelde aanschafprijs van de personenauto gestaag, van 31.310 gulden in 1990 tot 38.258 in 1996. “De mensen willen steeds meer voorzieningen”, verklaart Boon.

De eerste CBS-cijfers over de bestedingen in de detailhandel in 1997 wijzen op voortgaande groei: ten opzichte van februari vorig jaar steeg de omzet in februari van dit jaar met 6 procent. Toch laten de geraadpleegde vertegenwoordigers van de branche-organisaties zich niet uit over de nabije toekomst. De tekenen zijn gunstig, maar niets is zo grillig als de consument.