China

Over de weigering van een aantal grote lidstaten van de Europese Unie een voorstel van Nederland, thans voorzitter van die Unie, te steunen waarin China wordt veroordeeld voor zijn schending van de rechten van de mens, schrijft J.L. Heldring: “Of dit incident Nederlands gezag ten goede is gekomen, kan nog niet beoordeeld worden, maar onze sympathie heeft hij (minister Van Mierlo)” (NRC HANDELSBLAD, 15 april).

Ik vrees dat hier een duidelijker antwoord op zijn plaats is. Bij wie zou Nederland aan gezag gewonnen kunnen hebben? Bij China? Ook zullen onze Europese partners niet alleen maar ingenomen zijn met een aanpak die heeft geleid tot de zoveelste demonstratie van het onvermogen van de Europese Unie althans de schijn van een gemeenschappelijk buitenlands beleid op te houden.

En de Verenigde Staten dan? In Washington zal zeker sympathie bestaan voor onze opvattingen; maar ook voor het door toedoen van het Nederlandse voorzitterschap naar buiten gekomen verschil in de opstelling tussen de VS en zijn voornaamste Europese bondgenoten? De enigen voor wie dat goed nieuws is, zijn de machthebbers in Peking.

Een optreden dat schade berokkent aan Nederland (economisch), aan pogingen van de VS het mensenrechtenbeleid van China te beïnvloeden en daarmee ook aan de zaak van de rechten van de mens in het algemeen, verdient wellicht iets anders dan sympathie.