Cambodja: Een berenklauw is een gezonde delicatesse

PHNOM PENH, 12 APRIL. Je kunt er gebakken krokodillenvlees eten, of een gegrild hagedisje met een kop slangensoep. En voor de minder veeleisende klant is er konijn, krab of hond met een bakje witte rijst. Bij 'Wildlife Restaurant Neah Samot' in Prak Leap, een buitenwijk van Phnom Penh, staat de halve dierentuin op de menukaart.

En alles is kakelvers: in kleine kooien langs de parkeerplaats wachten de beesten angstig op hun gang naar de keuken.

De Cambodjaanse eigenaar van het eettentje, dat verscholen ligt onder een rij palmbomen aan een uitloper van de Mekong-rivier, wandelt tevreden tussen de tafeltjes door. Ook vanavond zit zijn tent weer vol. Dieren zijn een delicatesse in dit land, weet hij inmiddels. Niet zozeer voor de Cambodjanen zelf overigens, want die prefereren nog steeds hun bordje soep met rijst boven een broodje krokodil. Nee, het zijn vooral Chinezen en Zuidkoreanen die dezer dagen graag zakendoen in Cambodja, omdat ze zich daar straffeloos tegoed kunnen doen aan hun lievelingskost: beer. Een beer is voor veel Aziaten niet alleen een delicatesse, het dier vormt ook een soort wandelende apotheek. Zo wordt de gal van de beer gebruikt om aambeien en voorhoofdsholte-ontsteking te behandelen en maakt soep, getrokken van berenklauwen, de mens minder vatbaar voor ziektes.

Het door oorlogen verscheurde en politiek nog steeds weinig stabiele Cambodja blijkt de ideale plek voor berenliefhebbers om hun slag te slaan. Op de Ohrrusay markt in het hart van Phnom Penh zijn alle onderdelen van de beer vrij te koop: van de schedel (een tientje per kilo) en de tanden, tot de klauwen en de huid (200 gulden).

“Chinezen en Koreanen hebben er veel voor over om beren te kunnen eten. Vroeger was Thailand daarvoor de beste plek. Maar nu daar de berenjacht hard is aangepakt, komen de mensen naar Cambodja”, vertelt Sun Hean, hoofd van de sectie conservatie van het ministerie van Natuurbescherming. Volgens de 26-jarige Cambodjaan is de wetgeving in zijn land nog veel te ondoorzichtig en onvoldoende om de berenhandel in Cambodja te stoppen. Vooral in de bergen aan de grens met Thailand kan daardoor vrij makkelijk gejaagd worden op de beesten. “Met de verkoop van een beer aan een marktkoopman of restauranthouder kunnen arme boeren in één klap een jaarsalaris binnenhalen”, zegt Sun Hean.

Sun Hean heeft een alternatieve manier bedacht om de beren te redden uit de Cambodjaanse keukens. Met steun van het Australische 'Save the Bears Fund' reist hij nu een paar avonden per week langs restaurants in en rond Phnom Penh om te kijken of er 'beer' op het menu staat. Vanavond maakt hij weer een ronde en bij het chique Heng Lai restaurant ontdekt de jonge ambtenaar zowaar twee beren. De dieren, volgens Sun Hean nog geen twee jaar oud, zitten opgesloten in een kleine kooi die is neergezet aan de achterkant van het restaurant, voor de ingang van de keuken.

Als Sun Hean de eigenaar aanspreekt en vraagt of de twee beren de braadpan wacht, ontkent deze wat geschrokken dat hij dat nooit zou overwegen. “Het is een attractie voor de kleine kinderen”, verklaart hij. Sun Hean is niet overtuigd en frommelt een wit A4-tje uit zijn schoudertas dat hij de baas ter ondertekening voorlegt. Hij vraagt of deze wil zorgen voor een grotere kooi, meer eten en drinken en een betere behandeling voor de beren. Zo ja, dan mag hij het formulier ondertekenen. Als hij dat weigert zal Sun Hean de beren laten weghalen. De eigenaar ondertekent en neemt schuchter lachend afscheid.

“Het is een van de weinige dingen die ik als ambtenaar kan doen”, zegt Sun Hean. “De eigenaar schrikt er wel van, maar ook hier is het weer lastig om te kijken of hij zich wel aan het contract houdt.” Het effectievere alternatief is de beren van de betreffende eigenaar te kopen. Maar dat is een uiterst kostbare affaire. Een Maleisische zonnebeer - veruit de populairste op de Cambodjaanse markt - kost 1.500 tot 2.000 gulden.

De Australiërs die Sun Hean helpen in zijn 'berenjacht', hebben op een landgoed twintig kilometer ten noorden van Phnom Penh een enorme kooi laten bouwen waarin beren die gered worden uit hun kleine kooien weer voorzichtig kunnen wennen aan een natuurlijke omgeving. Er zijn inmiddels twaalf beren gered en naar het landgoed gebracht. Onlangs hebben de Australiërs de eerste 'geredde' beer overgevlogen naar een dierentuin in Sydney, waar een speciaal voortplantingsprogramma voor Maleisische zonneberen is opgezet om de beesten te behoeden tegen uitsterving.

“Er gebeurt nu eindelijk iets, maar dat kan alleen met hulp van buitenlanders”, zegt Sun Hean. “In Cambodja denken de meeste mensen nog steeds in termen van geld: een restaurant-houder en een jager kunnen rijk worden van een beer. Daarom is er maar één manier om de berenhandel echt te bestrijden, en dat is voorlichting.” Sun Hean wil via zijn ministerie een programma opzetten dat erop gericht is Cambodjanen uit te leggen dat beren met uitsterven bedreigd worden. Maar ook hier stuit hij weer op een typisch Cambodjaans probleem: er is geen geld voor een campagne.