Brest, heldenstad op nieuwe breuklijn tussen Oost en West

De geschiedenis heeft veelvuldig geschoven met de stad Brest. Als de unie tussen Rusland en Wit-Rusland haar beslag krijgt, ligt Brest op de grens van Oost en West.

BREST, 19 APRIL. Lachen of ravotten is deze week verboden voor de leerlingen van Lyceum nummer 1. Ze zijn vijftien, sommigen net zestien, en dragen gepoetste laarzen en officiersjassen. Aan de voet van een honderd meter hoge gedenknaald in de vorm van een bajonet presenteren ze hun kalasjnikovs. “Wij zijn altijd paraat!” roepen ze in koor.

Hun lerares kijkt toe en zegt: “Ach, dit is maar een ritueel.” Maar Michail Ivanovitsj, de instructeur die de kinderen leert salueren en marcheren, neemt zijn werk serieus. In het fort van Brest, de plek waar Hitler zijn aanval op de Sovjet-Unie lanceerde, drilt hij iedere week een andere klas, opdat de Witrussische scholieren uit de grensstreek met Polen de oorlog niet vergeten en 'altijd paraat' zijn voor dreigingen uit het Westen.

“Waarom zijn er nog altijd Amerikaanse soldaten in Europa?”, vraagt de instructeur zich af. “Waarom domineren ze het NAVO-pact en waarom rukken ze op naar het Oosten? Wat hebben ze bijvoorbeeld in Polen te zoeken? Kan Europa het niet alleen af? De Amerikanen hebben toch een eigen continent. Is dat niet groot genoeg?”

Ivanovitsj - rode konen, grijze gleufhoed - wijst op de velden achter de verdedigingswallen van het fort. “Dat is Polen. In die weilanden daar patrouilleren straks NAVO-troepen onder Amerikaans bevel.” De grond onder zijn voeten noemt hij Russisch. “Of Witrusissch, maar dat maakt geen verschil.” De burcht van Brest ligt in zijn ogen pal op de nieuwe grens tussen Oost en West.

De meeste Polen zien dat net zo: zij prijzen de hemel dat ze dit keer aan de goede kant van de scheidslijn leven. Omdat Wit-Rusland zich aansluit bij Rusland - Minsk en Moskou hebben begin deze maand een unieverdrag gesloten - grenst de NAVO straks aan een 'Groot-Rusland' van Brest tot Vladivostok.

Wit-Rusland werkt fanatiek mee aan dat scenario. Onder president Aleksandr Loekasjenko, die vindt dat zowel Hitler als Stalin goede kanten had, is het hard op weg Europa de rug toe te keren. De populaire Loekasjenko houdt zijn volk voor dat het veilig kan schuilen bij Rusland. Dagelijks verschijnt hij op tv, soms drie uur achtereen. “Onze inlichtingendienst heeft vernomen dat er Phantom-bommenwerpers zijn geland op de Poolse basis Biaa Podlaska, niet ver van de grens”, zegt hij streng. “Ik vraag de Polen: waarom?”

Pagina 5: De grenshandel bepaalt het leven

Lech Waesa, de Poolse ex-president, zegt op zijn beurt: “Polen noch de NAVO wil Rusland aanvallen, en de Russen weten dat. Maar omdat ze hun ideologie kwijt zijn en nog geen nieuwe hebben gevonden, zoeken ze een vijand. Het is simpel: het ene blok breidt zich uit, zodat er weinig of niets overblijft voor het andere. En dus krijgen we vrede in Europa.”

De joodse historicus Boris Filkin is daar niet gerust op. Acht jaar heeft hij gewerkt als conservator van het oorlogsmuseum van Brest. Als kind al speelde hij in de bunkers en barakken van de vesting, die op drie eilanden ligt en een slotgracht heeft in de vorm van een ster. Hij vond er hulzen, een roestig geweer en zelfs een hand. “Je kunt deze grond lezen als een geschiedenisboek”, zegt hij. Daar bij die steen had Trotski, als volkscommissaris (minister) van Buitenlandse Zaken van de bolsjewieken, met de Duitsers onderhandeld over de vrede van Brest-Litovsk, in 1918: in ruil voor vrede beloofde Rusland zijn aanspraken op Finland, de Baltische landen, Polen en delen van Wit-Rusland en de Oekraïne te laten varen.

“Brest heeft in Polen gelegen, in Litouwen, Rusland, Wit-Rusland, de Oekraïne en de Sovjet-Unie”, zegt Filkin. “De stad is gebouwd op een historische breuklijn tussen de katholieke en orthodoxe wereld.” Hij laat tekeningen zien van de Nikolaj-kerk, in 1887 door tsaar Alexander III ingewijd als garnizoenskerk. In 1924, toen Brest in Polen lag, waren de ikonen vervangen door Mariabeelden. De kerk kreeg een nieuwe façade en werd de katholieke Sint Kazimir-kerk.

Vijftien jaar later, in 1939, tekenden Stalin en Hitler hun non-agressiepact en verdeelden Polen, waardoor Brest in het Sovjet-Rijk te kwam liggen. De twee regimenten van het Rode Leger die de burcht moesten verdedigen, veranderden de kerk in een clubhuis met portretten van Lenin. Op 22 juni 1944, om vier uur in de ochtend, lieten ze zich verrassen door een inferno van mortiervuur: onder de codenaam Barbarossa viel nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnen.

Van de tot clubhuis omgebouwde kerk bleven alleen de steunmuren en een hoop gruis over. Omdat de Sovjet-soldaten ondanks de Duitse overmacht nog vier weken verzet hadden geboden, werd Brest na de oorlog uitgeroepen tot een van de elf 'heldensteden' van de USSR. Het fort kreeg een tientallen meters hoge, uit rots gehouwen soldatenkop, een eeuwige vlam en een metalen obelisk. Uit verborgen luidsprekers klinkt 24 uur per dag koormuziek met op de achtergrond het geknetter van geweervuur. De 'helden' waren in werkelijkheid radeloze jongens van achttien. Na een omsingeling van een maand hadden ze zich uitgehongerd en bang aan de nazi's overgegeven. “Toen ze in 1945 vrijkwamen werden ze evenzogoed als verraders naar strafkampen in Siberië gestuurd omdat Stalin vond dat een soldaat van het Rode Leger zich nooit overgeeft”, zegt Filkin.

Wat hem angst inboezemt is niet de erewacht van schoolkinderen die sinds kort weer is ingesteld, maar de intolerantie van de Witrussische president, die de Poolse minderheid in zijn land omschrijft als “een factor die de nationale veiligheid ondermijnt”. De 8.000 Polen in Brest - op een inwonertal van 270.000 - merken hun vrijheden worden beperkt. Zo is begin dit jaar de aanvraag voor het houden van processies afgewezen. “En vorige week”, zegt Zbigniew Karolak, de Poolse priester van de Heilige Kruis-kerk aan het Leninplein, “is de liturgie - die we altijd moeten voorleggen aan het stadsbestuur - voor het eerst afgekeurd.”

Deze kerk in het hart van Brest was in de communistische tijd een museum. Onder Gorbatsjov mocht de kardinaal, die tien jaar strafkamp boven de Poolcirkel had overleefd, terugkeren naar Wit-Rusland. Er ontstonden weer parochies, eerst van mensen die zich de stalinistische deportaties van de jaren dertig nog konden herinneren, later ook van jongeren. Maar nu draait president Loekasjenko de klok weer terug. De kerkapotheek, waar de gelovigen goedkope medicijnen konden krijgen, is gesloten. “We houden ons gedeisd en proberen de politiek buiten de kerk te houden”, zegt priester Karolak. Over het ontstaan van een nieuwe scheidslijn tussen Oost en West, zegt hij, windt bijna niemand in Brest zich op. De grens met Polen is open, en de grenshandel bepaalt het leven van de stad. Om te laten zien waar de gemiddelde stedeling zich mee bezig houdt, rijdt de priester langs de douanepost bij het fort. Dag in dag uit ziet het daar zwart van het volk en van de auto's.Duizenden Russische, Witrussische en Poolse chelnoki - grenshandelaren - staan elk dag drie uur in de rij voor een eendagsvisum. Ze brengen sieraden, ikonen, tv's van Sovjetkwaliteit en andere waar naar Polen, en nemen yoghurt, meubels, sigaretten en drank mee terug. Het is een sport om de gebochelde douanier ('Quasimodo') en zijn despotische collega ('Hitler') te ontlopen, om nog maar te zwijgen van 'de Gynaecoloog', die graag inwendig onderzoek verricht.

Een taxichauffeur uit Brest komt terug met een kofferbak vol vlees. Over de NAVO maakt hij zich niet druk, ook niet over de radarinstallaties in Polen die - volgens Loekasjenko - bij wijze van provocatie op het luchtruim van Wit-Rusland staan gericht. “Laat die Amerikanen maar komen”, zegt de taxichauffeur. “Als ze maar werk meebrengen.” Priester Karolak en de historicus Filkin zeggen dat voorlopig vooral de uiterlijkheden veranderen, niet de werkelijkheid van alledag. Zo wordt de kerk op het fort steen voor steen herbouwd, niet als clubhuis van het leger of katholieke kapel, maar als een kopie van de orthodoxe Nikolaj-kerk. Filkin: “Het moet een voorpost worden: het meest Westerse punt tot waar het gezag van de Russisch-Orthodoxe kerk zich uitstrekt.”