'We proberen dit deel van Europa te genezen'

Als de peilingen het bij het rechte eind hebben wordt oppositieleider Ivan Kostov na de verkiezingen van morgen premier van Bulgarije. Als hij en zijn regering het niet redden, de komende jaren, wordt Bulgarije, zegt hij, “een station vanwaar geen trein naar Europa meer vertrekt”.

SOFIA, 18 APRIL. Voor iemand die op het punt staat een van de minder benijdenswaardige politieke banen in Europa te bekleden, maakt Ivan Kostov een ontspannen indruk. Rustig en zonder omwegen spreekt hij over de rampzalige toestand in Bulgarije. Als de opiniepeilingen gelijk krijgen, wint zijn centrum-rechtse Unie van Democratische Krachten (SDS) morgen de absolute meerderheid in de parlementsverkiezingen. De 47-jarige partijleider en econoom wordt dan volgens aller verwachtingen de nieuwe premier die Bulgarije moet redden van de economische ondergang.

“Dit is inderdaad onze laatste kans”, zegt hij. “Mijn grootste zorg is dat we falen. Dan worden we een station vanwaar geen trein naar Europa meer vertrekt”.

Zeven jaar lang hebben regeringen van oud-communisten, die geen afstand wilden doen van de staatseconomie, van Bulgarije een corrupt bedelland gemaakt, op de been gehouden met internationale kredieten en voedselhulp. Kostov staat voor de taak in noodtempo de economische hervormingen toe te passen waar andere Oosteuropese landen jaren over konden doen: privatisering, liberalisering van prijzen en het sluiten van verliesgevende staatsbedrijven.

De duizenden demonstranten die in januari de laatste regering van de ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) tot aftreden dwongen, verwachten een snel einde aan de armoede en het verval van hun land.

Kostov was in 1991 en 1992 minister van financiën in een SDS-regering die het door interne verdeeldheid, de extreme polarisatie in Bulgarije en gebrek aan steun van andere partijen maar tien maanden uithield. Na de grote verkiezingszege van de BSP in 1994 heeft hij geprobeerd de SDS om te vormen van een los verbond van anti-communistische groepen tot een serieuze politieke partij.

In het partijkantoor, vroeger het domein van de Vereniging van Bulgaarse Industrieën met alle tinten bruin uit de socialistische staalkaart, is zijn kamer op de bovenste verdieping licht geverfd en modern ingericht. Boven zijn bureau hangt een poster van de in januari aangetreden president Petar Stojanov, afkomstig uit de SDS. Als door het open raam van zijn kamer de luidsprekers van een auto de kiezers oproepen “te stemmen voor de redelijkheid”, zegt hij lachend: “Dat is de BSP. Die rijden hier expres de hele dag door de straat. Grapje”.

Als de opiniepeilers gelijk krijgen bent u straks premier. Waar begint u mee?

“De eerste prioriteit is een eind te maken aan corruptie en criminaliteit, de tweede is het scheppen van vertrouwen in Bulgarije. Dat moeten we doen door de regeringsinstellingen, de banken en de munt te versterken, en we moeten onze verplichtingen tegenover het IMF en de Wereldbank nakomen. Dat moet buitenlandse investeerders vertrouwen geven.”

Als de bestrijding van corruptie en criminaliteit uw hoogste prioriteit hebben, hoe erg is het daarmee dan gesteld in Bulgarije?

“Het is verschrikkelijk. Van de vijfhonderd auto's die de politie aanhoudt zijn er honderd gestolen. Toen de politie onlangs een crimineel arresteerde, belde de leider van de Beweging voor Rechten en Vrijheid [bedoeld is Ahmed Dogan, leider van de partij van de Turkse minderheid in Bulgarije] president Stojanov persoonlijk op om hem te vragen de man vrij te laten en het politie-onderzoek stop te zetten. Zo ver zijn we al gekomen.”

“Maar andere landen hebben dit soort problemen ook gekend. We hopen op steun van specialisten van de FBI en Interpol. We spelen hier niet cops and robbers op een eiland in de Stille Zuidzee, we proberen een deel van Europa te genezen”.

Critici menen dat de SDS te versplinterd is om het land door de crisis te loodsen. De eerdere SDS-regering hield het nog geen jaar uit.

“We hebben besloten één partij te worden. Het zal nog wat tijd kosten, maar we zijn een verenigde coalitie, en ik denk dat we hervormingen kunnen introduceren die verder reiken dan een regeerperiode van vier jaar. President Stojanov heeft gezegd dat Bulgarije nu het ergste achter de rug zou hebben gehad als de hervormingen die de SDS in 1991 en 1992 had ingezet, waren uitgevoerd. Nu is de situatie veel slechter. We kunnen de broekriem nauwelijks verder aanhalen”.

Toch zult u wel moeten, want de kredietvoorwaarden van het IMF zijn zeer strikt. In juli krijgt u een onafhankelijke currency board die het monetaire beleid zal bewaken. De handen van uw regering zijn gebonden.

“Ja, en het is goed dat de mensen in en buiten Bulgarije zien dat onze handen gebonden zijn. Een bekende theoreticus van het verschijnsel currency board was hier onlangs op bezoek en zei me: je kunt beter de handen van politici vastbinden, dan voorkom je dat ze gaan stelen. Corruptie dringt overal door. Ik kan niet garanderen dat alles in de komende vier jaar 'schoon' zal zijn. Maar wij hebben mensen van onze partijlijst verwijderd die connecties hadden met verkeerde groepen. Wij zullen het verziekte deel van ons systeem isoleren en wegsnijden”.

De polarisatie tussen de grote partijen heeft zeven jaar de Bulgaarse politiek verlamd. Zou een regering van nationale eenheid met de BSP en kleinere partijen dat kunnen oplossen?

“Dat is onmogelijk. De BSP heeft de corruptie en de georganiseerde misdaad toegestaan te bloeien als nooit tevoren. Onze mensen spreken van 'de rode mafia'. Daar regeer je niet mee. We hebben de BSP meer dan eens gevraagd een moderne Europese partij van sociaal-democraten te worden. Daar zijn ze nog ver van verwijderd. Ze staan veel dichter bij de ideologie van de bolsjewieken en van de mafia”.

Hoeveel kunnen de Bulgaren nog hebben? Hervormingen leiden tot hogere prijzen en meer werkloosheid. Hoe groot is de kans dat straks de betogers weer voor het parlement staan, maar dan om uw regering naar huis te sturen?

“De situatie is voor veel Bulgaren nu al ondraaglijk. Vooral oudere mensen voelen zich in de steek gelaten, door de staat, en zelfs door God. Maar ze hebben nu tenminste weer hoop gekregen. Wij zullen hen niet misbruiken, wij zullen hen niet misleiden, wij zullen hen niet verraden. Daarom verwacht ik geen nieuwe opstand. De leus van de studenten bij de demonstraties in januari zei het al: er is geen weg terug”.