Renault, Peugeot en Citroën hebben veel te weinig afzet buiten Europa; Franse auto verliest marktaandeel

PARIJS, 18 APRIL. De Franse auto-industrie verliest marktaandeel in Frankrijk en Europa, op een toch al slappe markt. Alle Franse merken maken zich daar zorgen over. PSA (Peugeot en Citroën) heeft een winstval van 57 procent geboekt in 1996. In navolging van Renault gaan Peugeot en Citroën weer banen schrappen.

De resultaten van PSA vallen zwaar tegen, ondanks 5 procent meer omzet. Analisten hadden een bedrijfsresultaat van 400 miljoen gulden verwacht in plaats van de 244 miljoen die er uit kwam. Na de aankondiging verloor het aandeel gisteren 4,4 procent. PSA-directeur Calvet wijt de teleurstellende cijfers aan de voortgaande prijzenoorlog in Europa.

Zowel PSA als Renault zijn voor 85 procent afhankelijk van de Europese markt. Pogingen meer daarbuiten te opereren lopen ver achter bij de succesvolle inspanningen van Volkswagen en Fiat, die 40, respectievelijk ruim 30 procent exporteren naar landen buiten Europa. PSA hoopt in 2000 op 25 procent te komen.

In maart ging de hele Europese automarkt 3 procent achteruit, 2,2 procent over het eerste kwartaal. Renault verloor in maart 8,9 procent (5,8 over de eerste drie maanden). PSA-dochters Peugeot en Citroën deelden ongelijk in de problemen: Peugeot verloor in maart 14,8 procent (13,8 over het eerste kwartaal), terwijl Citroën in maart 3,8 procent vooruit ging (3,9 procent achteruit over de maanden januari tot en met maart.

Renault-directeur Louis Schweitzer erkende deze week in een grote tv-confrontatie met de volledige top van de Franse vakbeweging, dat de fusie met Volvo, die in 1995 afketste, een “belangrijke kans” was geweest. De mislukking daarvan was volgens Schweitzer vooral te wijten aan het feit dat de meerderheid van de aandelen Renault toen in staatshanden waren en aan Zweedse problemen. Sinds juli 1996 is het staatsaandeel in Renault onder de 50 procent gezakt.

Schweitzer gaf toe dat Renault te afhankelijk is van Frankrijk en Europa, terwijl de meeste groei te verwachten is in landen die zich sterker ontwikkelen. Het sluiten van een fabriek als die in het Vlaamse Vilvoorde is nodig om goedkoper te gaan produceren. “We hebben er niets aan als klanten overal in Europa zeggen: prachtige auto's, die Renaults, en vervolgens een goedkopere uit Japan of Korea kopen.”

De Franse merken verloren in het eerste kwartaal van dit jaar volgens de Vereniging van Europese autofabrikanten in de EU-lidstaten plus Zwitserland en Noorwegen vooral terrein aan de Japanners, Koreanen, en in mindere mate aan Volkswagen en Fiat. De meest opvallende stijger was dit voorjaar Volvo dat 30 procent steeg, zij het bij een beperkt volume.

Ook Ford (8,9 procent) en General Motors (6 procent) moesten in Europa terrein afstaan. Ford Europa heeft 500 miljoen gulden verloren in 1996.

In Frankrijk leidt de constante afbrokkeling van marktaandeel, zowel binnen als buiten Frankrijk, tot grote zorgen. Renault en PSA hebben samen 40.000 oudere werknemers (boven de 50) willen doen afvloeien met staatssteun. De regering heeft dat geweigerd. Nu beperken zij zich tot saneringsplannen en arbeidstijdverkorting in fabrieken met overcapaciteit.

Citroën maakte bekend ruim 1100 banen te willen schrappen, Peugeot gaat naast het lopende afslankingsprogramma nog eens 1200 banen dunnen. Ook Renault, dat in 1996 een verlies leed van 1,7 miljard gulden, gaat zeker tot 2000, naast de voorgenomen sluiting van de Mégane-fabriek in Vilvoorde, over tot het jaarlijks laten verdwijnen van meer dan duizend banen. Bij alle fabrieken is een jacht op de kostenreductie ingezet. PSA mikt op 25 procent in drie jaar.

Oud-president Giscard d'Estaing doorbrak onlangs een taboe door te suggereren dat er één automerk te veel is in Frankrijk. Maar de presidenten van PSA en Renault hebben uiterst negatief gereageerd op dit idee. Zij maken wel motoren en andere delen van auto's, maar een vorm van fusie zou alleen maar meer marktaandeel kosten. In september gaat Calvet met pensioen, en de positie van Schweitzer staat regelmatig in politieke kring ter discussie, ook al is Renault in meerderheid een privé-bedrijf geworden.