Nieuw onderzoek naar anticonceptiepil: Pil vergroot risico trombose

ROTTERDAM, 18 APRIL. Het hogere risico op trombose in de aderen bij vrouwen die een zogenaamde derde-generatie-anticonceptiepil slikken, is voor het eerst bevestigd met biochemisch onderzoek. Tot nu toe waren de aanwijzingen voor zo'n verhoogd risico gebaseerd op een omstreden epidemiologisch onderzoek.

Biochemici van de Universiteit van Maastricht hebben nu aangetoond dat er tussen niet-pilgebruiksters, sliksters van een tweede-generatiepil en gebruiksters van een derde-generatiepil verschillen zijn in de vorming van het trombine, een enzym dat een belangrijke rol speelt in de vorming van bloedstolsels. Veneuze trombose ontstaat als zich in een ader een bloedstolsel vormt. Het onderzoek is gepubliceerd in de British Journal of Haematology van april 1997.

De epidemiologische controverse gaat onder andere over de vraag of de derde-generatiepil niet juist wordt geslikt door vrouwen die om andere redenen al een hoger risico op trombose hadden. In dat geval is de waargenomen toename van trombose bij derde-generatiepillen ten opzichte van tweede-generatiepillen niet het gevolg van de pil, maar het gevolg van de gewijzigde gebruikersgroep. De derde-generatiepil wordt wel het slachtoffer genoemd van het marketingsucces van de pilfabrikanten. Zij hebben de gunstige invloed op de risico's voor hart- en bloedvaten altijd als verkoopargument aangevoerd voor de derde-generatiepillen, daardoor kozen wellicht juist vrouwen met een verhoogd risico op trombose voor die pil.

In een commentaar in The Lancet (19 april) schrijven de Leidse epidemiologen prof.dr. J. Vandenbroucke en dr. F. Rosendaal dat de in Maastricht gevonden trombinetestresultaten mooi ('admirably', schrijven Vandenbroucke en Rosendaal) sporen met de in epidemiologische onderzoeken gevonden risico's. Zij schrijven: “Het gebeurt maar zelden dat tijdens een epidemiologische controverse een biologische verklaring verschijnt die het onmiddellijk mogelijk maakt om het epidemiologische kaf van het koren te scheiden.”

De discussie die nu anderhalf jaar woedt, gaat ook over de vraag of de gevonden verschillen praktische betekenis hebben. Er zijn maar zeer weinig pilgebruiksters die diepveneuze trombose krijgen, hebben de tegenstanders van de in Duitsland en Groot-Brittannië getroffen maatregelen tegen de derde-generatiepillen aangevoerd. Nog veel minder daarvan overlijden aan hun trombose.

Vandenbroucke en Rosendaal hebben die opvattingen bestreden. Hun berekeningen wijzen op een zelfstandig risico van de nieuwe anticonceptiepil, los van de groep gebruiksters. De door dr.J. Rosing en medewerkers in Maastricht ontwikkelde test toont resultaten die de visie van de Leidse epidemiologen onderschrijven.

Organon, het bedrijf dat de derde-generatiepilen Marvelon en Mercilon op de markt brengt, stelt resultaten van nieuwe studies in het vooruitzicht. Die zouden aangeven dat er geen sprake is van een verhoogd risico.

Organon zegt dat de in Maastricht gehanteerde test een weergave is van een laboratoriumsituatie. Met dergelijke tests zouden onderzoekers niet in staat zijn het verhoogde risico aan te tonen. Volgens Organon zijn bij het onderzoek dezelfde methodefouten gemaakt als bij de eerdere onderzoeken.