Jongejans wil schoonspringers enthousiasmeren

Oud-schoonspringer Edwin Jongejans trad deze week aan als bondstrainer van de zwembond. Zijn missie: jongeren enthousiasmeren en vooral niet 'pushen'. “Want dat werkt averechts.”

BADHOEVEDORP, 18 APRIL. In zijn ouderlijk huis in Badhoevedorp moet Edwin Jongejans “effe in het contract kijken” om te achterhalen wat zijn functie-omschrijving is. Het contract met de bond kan de tweevoudig Europees- en eenmalig wereldkampioen op de 1-meterplank echter niet vinden. “Ach, uit m'n hoofd weet ik het zo ongeveer ook wel.”

Het is nog even wennen, de omschakeling van topsporter naar bondstrainer. Zijn eerste werkdag bracht de 30-jarige Jongejans door op het bondsbureau van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) in Nieuwegein. In de wijde omgeving is daar geen zwembad te vinden; zijn dag was dan ook gevuld met bureauwerk. Voor iemand die tijdens het gesprek constant heen en weer schuift op zijn stoel, die elk woord met wijdse armgebaren ondersteunt, die in interviews heeft gezegd dat zijn leven het zwembad is, dat hij dagelijks chloor moet kunnen ruiken, lijkt dat geen eenvoudige opgave.

Jongejans trekt z'n schouders op en zegt laconiek dat de eerste werkdag in dienst van de KNZB hem goed is bevallen. En daarbij: het is niet de bedoeling dat hij een kantoorklerk wordt. Hij zal in de toekomst nog vaak genoeg aan de rand van een zwembad te vinden zijn. Voor trainingen aan getalenteerde jeugd én voor kadertrainingen aan coaches van de kleinere clubs. Want volgens Jongejans zijn er in Nederland nog te veel zwemverenigingen waar onvoldoende of zelfs helemaal geen goed opgeleide schoonspringtrainers rondlopen. Vooral daar moet de voormalige topper verandering in proberen te brengen. Zodat getalenteerde jeugd in de toekomst niet meer naar het buitenland hoeft om op een hoger niveau te komen. Zoals Jongejans zelf - net als zijn zus Daphne, eveneens een oud-Europees kampioen - wel moest.

Zeventien was Jongejans toen hij samen met zijn anderhalf jaar oudere zus naar Miami, Florida vertrok. In Nederland kon niemand de twee uiterst getalenteerde schoonspringers nog iets bijleren. In de Sunshine State trainden beiden gedurende zo'n acht jaar bij topcoaches en groeiden ze uit tot wereldtoppers. Alleen een olympische medaille ontbreekt in de prijzenkast in de huiskamer van het ouderlijk huis in Badhoevedorp.

Dat Edwin op de Spelen nooit succesvol is geweest, komt vooral doordat zijn favoriete discipline, de 1-meterplank, geen onderdeel is van het olympisch programma. Op de 3-meterplank werd hij in Seoul in 1988 zevende, vier jaar later in Barcelona moest hij genoegen nemen met de achtste plaats. Aan de Spelen van vorig jaar kon hij niet deelnemen wegens een blessure.

“Die twee meter extra zijn nooit in mijn voordeel geweest. Ik heb korte spieren en ben daardoor vrij stijf. Op de 3-meterplank is dat een nadeel, omdat de meeste sprongen gehoekt zijn. Op de 1-meterplank zijn de meeste sprongen daarentegen gehurkt. Fysiek past dat beter bij mij.”

Daarnaast beschikte Jongejans over een enorme sprongkracht. Gemiddeld heeft een schoonspringer vanaf de 1-meterplank 1,25 seconden voordat hij - met een snelheid van circa 8,4 meter per seconde - in het water belandt. Door zijn sprongkracht had Jongejans volgens eigen zeggen gemiddeld zo'n 0,05 tot 0,10 seconde meer dan zijn meeste concurrenten om bijvoorbeeld een tweeëneenhalve salto met hele schroef te maken. “Die fractie van een seconde lijkt misschien niets, maar vanaf de 1-meterplank is het enorm.”

Hoewel hij in Atlanta niet op zijn favoriete onderdeel kon uitkomen, had Jongejans op de Spelen van vorig jaar afscheid willen nemen van de wedstrijdsport. Nadat zijn blessure genezen was, ging hij toch weer trainen. “Het missen van Atlanta was een enorme teleurstelling. Ik zat midden in m'n voorbereiding en begon in vorm te raken. Scheur ik vervolgens m'n kuitspier en pats-boem, weg Spelen! Zo afscheid nemen leek me ondraaglijk. Mijn zus stopte na Barcelona. Daar had ze niet naar vermogen gepresteerd. Achteraf betreurt ze het dat ze toen niet even is doorgegaan. Want hoe succesvol je ook bent geweest, je herinnert je toch altijd vooral je laatste toernooi.”

Dus trok Jongejans nadat zijn blessure was genezen z'n favoriete rood-witte zwembroek met het Ajax-logo (“Ik ben nou eenmaal een enorme fan”) weer aan. Na een intensieve trainingsperiode sprong hij vervolgens eerder dit jaar twee wedstrijden in Australië en Nieuw-Zeeland. Het werden zijn laatste wedstrijden. “Omdat het fantastisch ging, zoals in mijn allerbeste jaren. Ik had voor mezelf bewezen dat ik het nog kon, waardoor ik wist wat ik wilde weten: nu kan ik met een goed gevoel stoppen.”

De afgelopen jaren wist Jongejans al dat hij trainer wilde worden. Deels noodgedwongen, omdat hij wegens zijn sportbeoefening nooit echt aan een maatschappelijke carrière heeft kunnen werken. Vooral echter omdat de schoonspringsport de oud-wereldkampioen, die als klein kind niets liever deed dan bommetjes maken in het zwembad nog altijd mateloos fascineert.

Die fascinatie - en niet te vergeten zijn deskundigheid en jarenlange ervaring als sporter - hoopt hij vanaf nu over te brengen op clubtrainers en hun pupillen. Zelf herinnert hij zich nog goed zijn eerste trainster. Vijf was hij toen, slechts een half jaar heeft hij les van haar gehad. Zij maakte hem enthousiast, zorgde ervoor dat hij het “iedere keer opnieuw een feest” vond om van die plank te duiken.

Volgens Jongejans is het enthousiasmeren van jonge sportertjes één van de voornaamste taken van een trainer. “Wat je vooral niet moet doen, is ze te veel willen pushen. Of ze dingen laten doen waar ze nog niet aan toe zijn. Dat werkt alleen maar averechts. Ik heb zelf trainers gehad die te veel pushten, die wilden dat ik dingen deed waar ik nog lang niet aan toe was. En weet je wat het opvallende is: die onderdelen die zij te vroeg pushten, zijn altijd mijn zwakke punten gebleven.”