Bunt in Hongkong

Paul Theroux: De laatste dagen van Hongkong. Vertaald door Marijke Versluys. Atlas, 238 blz. ƒ 36,90. (Kowloon Tong. Hamish Hamilton, 213 blz. ƒ 37,25)

Bunt is in Hong Kong geboren en getogen maar hij is nog nooit in China geweest. Waarom zou hij? Chinezen zijn Chinky-Chonks. Er schijnen er miljoenen van te zijn, daar in de verte. Hij kan hun land zien op een heldere ochtend als hij uit zijn venster kijkt. 'Maar wat heeft het voor zin er heen te gaan?' Hij heet eigenlijk Neville Mullard maar ook zijn eigen moeder noemt hem Bunt en moedert over hem alsof hij nog steeds een tiener is. Toch is hij al 43, nog steeds vrijgezel, en eet hij zijn middagboterham doorgaans in de Pussy Cat, waar de meisjes weten dat ze hem met rust moeten laten. Meestal.

Thuis, dat is voor hem het portret van de Koningin aan de muur en een gebreide theemuts met bijpassende eierwarmers op de ontbijttafel, waar uiteraard thee en eieren met bacon worden geserveerd. Noch Bunt noch moeder Betty heeft ooit een hap Chinees eten naar binnen kunnen krijgen. En waarom zouden ze ook, als Fatty's Chop House prima roastbeef serveert? Waarom zouden ze naar China gaan, als Bunt op het atelier van zijn eigen bedrijf twee naaisters heeft, Mei-ping en haar vriendin Ah Fu, die ook nog eens in al zijn seksuele noden voorzien omdat hij nu eenmaal hun baas is?

Dat bedrijf, Imperial Stitching, heeft Bunt na zijn vaders dood overgenomen en hij doet er goede zaken mee. Maar er doemen problemen op aan die zo veronachtzaamde horizon. Juni 1997 betekent het einde van het Britse beheer over de kroonkolonie en het begin van de Chinese Take-Away, zoals Betty het grappenderwijs al die tijd is blijven noemen, alsof ze zo de werkelijke ontwikkelingen op een afstand kon houden.

De humor, die in de formulering besloten ligt, dreigt te verzuren als zich op een dag een wérkelijke Chinky Chonk aandient in de persoon van Mr. Hung, die Bunt een bod doet op zijn fabriek. Bunt lacht het aanbod weg, maar al snel blijkt het er een te zijn van het soort dat niet geweigerd kan worden. Hung is een hoge functionaris in het Rode Leger. Hij heeft zeer on-Britse manieren. Daar valt mee te leven, denkt Bunt nog even. Maar dan gebeuren er ook vervelende, zeer on-Britse, dingen. Hung blijkt onplezierig veel van Bunts privé-leven te weten. Ah Fu verdwijnt na een etentje met de zich zeer ongepast gedragende Hung. Ook Mei-ping voelt zich bedreigd, net op het moment dat Bunt begint te beseffen dat hij, als hij toch weg moet uit Hong Kong, net zo goed een meisje mee kan nemen, misschien niet alleen als souvenir maar ook als bruid.

Tegen het eind van het boek dreigt de plot wat te verzanden, als Theroux zijn vertel-tempo vertraagt, soms zelfs wat teveel in herhaling vervalt en in zijn verhaal teveel plaats lijkt vrij te maken voor socio-politieke bespiegelingen over de aanstaande overname. Maar dat is schijn. Theroux heeft nog een gruwelijk extra dimensie achter de hand die ik hier niet zal verraden. Zijn vertragend lijkende alinea's blijken puur strategie.

Graham Greene verdeelde zijn werk in 'entertainments' en 'serieuze romans.' Wanneer Theroux hetzelfde zou doen met zijn oeuvre zou deze roman beslist in de eerste categorie terechtkomen. Daarmee is geen kwaliteitsoordeel gegeven. Integendeel. Theroux heeft het gewroet dat al zo lang aan deze historische gebeurtenis voorafgaat, de totale communicatiestoornis tussen twee culturen, zo treffend weergegeven als in een korte roman maar mogelijk is.

De naam Graham Greene is niet voor niets genoemd. Kowloon Tong, in het Nederlands vertaald als De laatste dagen van Hong Kong, zet nog voordat het zover is op virtuoze wijze de aller- maar dan ook allerlaatste dagen van het Britse koloniale tijdperk neer. Het is een roman in de beste Greene-traditie.