Brazilianen laten Japans voetbal swingen

Deze week is in Japan het voetbalseizoen begonnen. Op uitnodiging van de J-League fluit de Nederlandse scheidsrechter Hans Reijgwart een maand lang twee wedstrijden per week. “Ze blijven maar aanvallen. Ik krijg geen kans even uit te blazen.”

TOKIO, 18 APRIL. Wie niet beter weet, zou kunnen denken dat de Samba een Japanse uitvinding is. Ruim voor het begin van de wedstrijd tussen middenmoters Bellmare Hiratsuka en Verdy Kawasaki galmen de drums van fanclub Kawasaki Hearts vanachter het Verdy-doel door het stadion terwijl anderen met metersgrote vaandels zwaaien. Aan de overzijde hetzelfde spektakel voor thuisclub Bellmare. Bellmare laat z'n spelers onder het geluid van zware rock een voor een door de speaker aangekondigd het veld opkomen terwijl rook van vuurwerk het stadion vult. Niet door fans het stadion binnengesmokkeld, maar door de club zelf buiten het stadion aangestoken.

De stad Hiratsuka, thuisbasis van Bellmare, ligt een 100 kilometer ten zuiden van Tokio en telt 240.000 inwoners. Voor de eerste thuiswedstrijd van de club dit seizoen zijn op deze woensdagavond 7.500 mensen naar het stadion gekomen, waarvan enkele honderden zijn meegereisd met tegenstander Verdy uit het nabijgelegen Kawasaki. “Helaas niet veel hè”, zegt de 28-jarige voorzitter Tsunayoshi Ohta van fanclub Kawasaki Hezarts achter het Verdy-doel. Wel weten de aanwezige fans sfeer te kweken.

Ook het Japanse voetbal zelf ondergaat een sterk Braziliaanse invloed. Met achtentwintig spelers zijn er meer Brazilianen in de J-League actief dan alle andere buitenlanders samen. Ook de vijf Braziliaanse trainers vormen vormen de grootste afvaardiging uit één land. “Brazilianen zijn warm en hebben een groot hart”, meent Ohta, terwijl “Europese spelers toch altijd wat arrogant overkomen.”

Ohta en de zijnen schreeuwen bij een Verdy-aanval hun longen leeg voor spits Magrao, waarbij de naam in de Japanse uitspraak liefdevol wordt verbasterd tot Maguro, 'tonijn'. “Ach, daar had ik nog nooit bij stilgestaan”, zegt Ohta.

De personificatie van het Braziliaanse voetbal in Japan is echter een populaire, langharige speler: de 40-jarige Ruy Ramos die tot vorig jaar bij Verdy voetbalde en zich tot Japanner heeft laten naturaliseren. “Wij hebben Ramos op z'n zeventiende naar Japan gehaald”, zegt Verdy manager Takayuki Morita, “omdat we wat meer Braziliaans individualisme in het spel wilden.”

Ook de Nederlandse scheidsrechter Hans Reijgwart, die deze wedstrijd leidt, ziet Braziliaanse trekjes in het Japanse voetbal. “Ze willen graag eens een omhaal of hakballetje proberen. Niet altijd effectief maar wel leuk voor het publiek.”

Verdy was kampioen van Japan in 1993 en '94, de eerste twee seizoenen nadat het semi-professionele voetbal was omgezet in de geheel professionele J-League. Vorig jaar eindigde het in de middenmoot maar “dit jaar kunnen we alleen met het kampioenschap genoegen nemen”, aldus manager Morita.

Dus heeft Verdy versterking gezocht van onder meer de 23-jarige international Maezono. De langharige Maezono, tijdens de wedstrijd aangemoedigd als Zóó-Nóó, zet al in de derde minuut een medespeler met een handig steekpasje vrij voor het doel: 1-0. Zono is populair bij vrouwelijke fans en bij adverteerders voor hun televisie-commercials, maar aanhanger Ohta vindt dat het hem aan doorzettingsvermogen ontbreekt.

“Conditioneel zouden Japanse voetballers geen enkel probleem hebben in de eredivisie”, meent Reijgwart, “ze zijn zeer atletisch en hebben een enorme sprongkracht.” Wellicht zou de lichaamslengte voor Japanners in Nederland een probleem zijn en het zal dan ook geen toeval zijn dat Verdy en Bellmare beide een lange Braziliaan in de spits hebben staan: Magrao en Lopes. Magrao bepaalt in de tweede helft de eindstand voor Verdy met een kopbal op 2-0, waarover hij na afloop zei: “Ik hoefde hem er maar in te knikken.”

De uitslag 2-0 is een mager resultaat voor een J-League wedstrijd. De eerste twee speeldagen deze week viel er gemiddeld 3,5 goal per wedstrijd. Deels speelt het Japanse puntensysteem hierbij een rol: winst in gewone speeltijd levert drie punten op, een 'Victory goal' in extra tijd levert twee punten, winst na penalty's maar één punt op en een gelijkspel bestaat niet. “Ze moeten winnen en je ziet de aanvalsgolven dan ook eindeloos heen en weer gaan”, zegt Reijgwart. “Maar een voorsprong verdedigen zoals in Nederland wel gebeurt, ook dat doen ze hier niet.”

Enthousiast is Reijgwart over de ballenjongens. “Dat moeten we in Nederland ook invoeren.” Als de bal buiten het veld raakt reiken de ballenjongens in Japan direkt een nieuwe bal aan, pas daarna gaan ze op zoek naar de andere bal. “Ik krijg geen kans om even uit te blazen. Dit systeem scheelt mìnstens vijf minuten zuivere speeltijd per wedstrijd”, aldus Reijgwart.

Ook Ohta en de andere fans van Kawasaki Hearts geven zich tijdens de wedstrijd geen tijd om uit te blazen. Helaas is deze kern van 'harde' fans - meisjes in de shirts van hun idolen overheersen en achter het doel is ook een speciale 'hoek voor lagere scholieren' - de laatste jaren geslonken. “In '93 was er een boom vanwege de nieuwigheid van het professionele voetbal, maar helaas laten velen het inmiddels afweten. 'We hebben toch al honkbal', zeggen ze”, aldus Ohta.

Honkbal is al jaren de populairste sport in Japan. Ook Verdy-manager Morita betreurt het dalen van de toeschouwersaantallen, maar hij heeft zijn hoop gevestigd op de jeugd want “onder scholieren is voetbal inmiddels zeker zo populair als honkbal.”

Manager Morita heeft de tijd want een club als Verdy is uiteindelijk geen vereniging maar onderdeel van het grootste televisie en krantenconcern van Japan: Yomiuri. Donderdagochtend meldt de Yomiuri op de voorpagina: 'Eerste overwinning van Verdy'.