'Politie-oorlog' België voorlopig nog niet voorbij

De 'commissie-Dutroux' pleit in haar rapport voor de vorming van één politiedienst in België. Binnen de korpsen is er verzet tegen die aanbeveling. 'La guerre des flics' woedt vooral tussen de gerechtelijke politie en de rijkswacht.

BRUSSEL, 17 APRIL. De voorstellen van de parlementaire 'commissie-Dutroux' die een eind moeten maken aan de 'politie-oorlog' in België, lijken de tegenstellingen tussen de politiediensten juist te verscherpen. “Wij willen onder geen enkel beding onder controle komen van de rijkswacht”, reageert Marc Callu, vakbondsvoorzitter van de gerechtelijke politie. “De gerechtelijk politie mist structuur en gezag”, oordeelt op zijn beurt Paul van Keer, voorzitter van de grootste rijkswachtbond. “De brigades werken naast en door elkaar.”

De 'commissie-Dutroux' stelt voor de huidige drie rivaliserende politiekorpsen te integreren. Callu, inspecteur bij de gerechtelijke politie in Brussel, vreest dat de rijkswacht zo een monopoliepositie krijgt. Immers, de gemeentepolitie heeft geen nationale baas en de hoogste man van de gerechtelijke politie, commissaris-generaal De Vroom, wordt gebrek aan verantwoordelijkheid verweten door de 'commissie-Dutroux'. Dus zou het bevel van een eenheidspolitie automatisch naar rijkswachtcommandant Deridder gaan, zo redeneert Callu. “Maar ook de rijkswacht heeft fouten gemaakt, zo blijkt uit het rapport”, onderstreept hij. Callu is wel voor samensmelting van een onderdeel van de rijkswacht, de Bijzondere Opsporingsbrigade (BOB), met de gerechtelijke politie.

Rijkswachter Van Keer is op zich niet tegen een geïntegreerde politie zoals de 'commissie-Dutroux' die voorstelt, mits de salarissen van de rijkswachters worden verhoogd. “Het verschil in wedde is nu gemiddeld 20.000 gulden per jaar. De regering zal dus fors moeten investeren. Wil ze dat wel?” Het is volgens de rijkswachter noodzaak dat er één politie-opleiding komt, zodat Belgische agenten dezelfde taal spreken. “Nu weet je niet waar je over praat, bijvoorbeeld bij de inzet van een peloton. Bij de rijkswacht betekent het 35 man, bij de gemeentepolitie 25 man en bij de gerechtelijke politie weten ze niet wat het is.” In een gezamenlijk vraaggesprek op de radio eerder deze week kregen Van Keer en Callu bijna ruzie, toen de rijkswachter over geld begon en de 'gp-er' reageerde dat hij “allergisch” was voor “dat rijkswacht-gedoe over de financiën”.

De 'guerre des flics' (politie-oorlog) woedt al langer tussen gemeentepolitie (zo'n 16.000 man), rijkswacht (15.000) en gerechtelijke politie (1.400). Omdat hun bevoegdheden overlappen, komen de diensten met elkaar in botsing. Alle 589 gemeenten hebben hun eigen politiekorps, dat in grootte varieert van één veldwachter tot honderden agenten. De rijkswacht is bevoegd voor heel België. De 23 brigades van de gerechtelijke politie zijn verbonden aan de parketten. De rivaliteit tussen de drie diensten bleek al uit het in 1990 gepresenteerde parlementaire 'onderzoek naar het onderzoek' naar de Bende van Nijvel. Daarop werd de rijkswacht gedemilitariseerd, en dat was volgens rijkswachter Van Keer ook het enige. “We veranderden van minister, maar de structuren bleven dezelfde.” Tijdens het kamerdebat vandaag en morgen moet blijken of aan het rapport van de 'commissie-Dutroux' meer gevolg wordt gegeven. De voorzitters van de Franstalige socialisten en liberalen hebben al gezegd dat ze tegen een eenheidspolitie zijn.

De politie-oorlog woedt vooral tussen de gerechtelijke politie en de rijkswacht. “Ze is eigenlijk in het voordeel van de gemeentepolitie”, zegt hoofdcommissaris Johan Demol van de gemeentepolitie in het Brusselse Schaarbeek. “Magistraten doen meer en meer een beroep op de gemeentepolitie, omdat de andere twee eerder geneigd zijn elkaars werk te saboteren.” De ex-rijkswachter vindt het “absoluut noodzakelijk” dat de gemeentepolitie onder lokaal gezag blijft. “De problemen zijn te verschillend: in de ene gemeente gaat het om verkeersovertredingen, terwijl de andere kampt met drugshandel.” De 'commissie-Dutroux' stelt voor om binnen een geïntegreerde politie onderscheid te maken tussen een federaal en een lokaal niveau waar de gemeentelijke autonomie “onverminderd de hoeksteen” moet zijn. Hoewel Demol een eenheidspolitie niet nodig acht, vindt hij wel dat de bevoegdheid van de gemeentepolitie nationaal moet worden. Nu houdt die bevoegdheid in principe op bij de gemeentegrens. “Criminaliteit kun je niet meer lokaal oplossen. Zelfs de reikwijdte van een verkeersovertreding gaat soms over de gemeentegrens heen.”