'Pensioenpremie kan lager'

DEN HAAG. De pensioenpremies die werkgevers en werknemers betalen kunnen als gevolg van de hoge beleggingswinsten die de pensioenfondsen de laatste jaren hebben behaald in “bepaalde situaties” omlaag. Een verlaging over de hele linie is niet aan de orde.

Dat zei voorzitter drs. C. van Rees van de stichting voor Ondernemingspensioenfondsen gistermiddag bij de presentatie van de rendementen die een groep van 89 pensioenfondsen van individuele ondernemingen en van bedrijfstakken vorig jaar heeft behaald. “De werkgevers zullen premieverlaging in de besturen van de pensioenfondsen zeker aan de orde stellen”, verwacht Van Rees. De besturen van de pensioenfondsen, die samen 600 miljard gulden vermogen beheren voor de pensioenvoorzieningen, zijn het domein van werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers.

Het gemiddeld rendement van een pensioenfonds lag vorig jaar op 15,2 procent, zo heeft de adviesfirma WM Company becijferd, dat was iets beter dan de 14,7 in 1995. Dit rendementscijfer vertaalt zich in een totale beleggingsopbrengst van 85 miljard gulden. Pensioenfondsen die grote beleggingen in aandelen hebben, met name in Nederlandse aandelen, en relatief veel in effecten met een vaste rente belegden in landen als Italië en Spanje, deden het vorig jaar uitstekend.

Het fonds met het hoogste rendement in 1996 (22,7 procent) was Shell pensioenfonds (waar Van Rees zelf directeur is), dat ongeveer 60 procent van zijn vermogen in aandelen heeft belegd. Van Rees benadrukte nog eens dat pensioenfondsen op lange termijn beleggen en niet op jaarlijks rendement willen worden beoordeeld, en dat elk pensioenfonds, gegeven zijn pensioenverplichtingen aan zijn (ex)werknemers, zijn eigen beleggingsbeleid moet uitstippelen.

Het in 1996 geprivatiseerde ABP (ambtenaren), dat meer in aandelen en onroerend goed wil beleggen maar de bulk van zijn beleggingen nog in leningen en effecten met een vaste rente heeft vastgelegd, deed het vorig jaar een stuk minder. Het ABP, met meer dan 220 miljard vermogen veruit het grootste pensioenfonds, had eind vorig jaar 17 procent in aandelen belegd en boekte een rendement van 11,8 procent. Het een na grootste fonds PGGM, dat de afgelopen twee jaar zijn aandelenbelangen al substantieel heeft verhoogd tot 47 procent van het vermogen per eind 1996, behaalde 15,9 procent rendement. Vanwege hun omvang die de cijfers zou vertekenen houdt WM Company het ABP en PGGM buiten de berekening van het rendement van het gemiddelde pensioenfonds.

Uit de cijfers van WM Company blijkt dat de pensioenfondsen (exclusief ABP en PGGM) vorig jaar een verwaarloosbaar bedrag van extra geld hebben geïnvesteerd in aandelen op de Amsterdamse beurs. In 1995 ging dat nog om een paar miljard gulden.