Nieuw contrast tussen leven en dood

Restaurateurs van het Mauritshuis in Den Haag zijn begonnen met het schoonmaken van Rembrandts 'Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp'. Het schilderij zal na de restauratie, die ongeveer een jaar zal duren, helderder van kleur zijn. “We proberen een combinatie te vinden van de intentie van de kunstenaar en de tand des tijds.”

DEN HAAG, 17 APRIL. Het wit zal witter zijn, het zwart genuanceerder en meer details worden zichtbaar als volgend jaar Rembrandts De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp uit het restauratie-atelier van het Haagse Mauritshuis komt. Het doek (1632), dat Rembrandt schilderde toen hij nog maar 26 jaar oud was, ondergaat een intensieve opknapbeurt die gepaard gaat met uitgebreid interdisciplinair onderzoek. De resultaten worden volgend jaar gepubliceerd.

De restaurateurs J⊘rgen Wadum en Petria Noble nemen het 162,5 bij 216,5 cm metende doek onder handen. Wadum wijst in het atelier op kleine schoonmaaktesten op de borst van het lijk op de snijtafel en op de kraag van een van de toekijkende figuren. De schoongemaakte plekjes steken bijna spierwit af tegen hun gelige omgeving. “Het hele doek is overdekt met een geelsluier door verouderd vernis. Vroegere retouches zijn verkleurd of vertonen matte doffe plekken”, zegt Wadum. “Na de restauratie zal het geheel helderder zijn. En het contrast tussen leven en dood zal veel duidelijker zijn.”

Het schilderij stelt een anatomische les voor door dr. Tulp, praelector Anatomiae van het Amsterdams Chirurgijnsgilde. De arm van de dode man is het onderwerp van de les. De natuurlijke kleur van het nu wat gelige lijk werd al geroemd door de Engelse portretschilder Joshua Reynolds die in 1781 diep onder de indruk raakte van het doek. Het was gewoonte dat praelectores zich lieten schilderen te midden van andere leden van het gilde. De openbare lessen werden eens per jaar gegeven, als het koud genoeg was om een lichaam enkele dagen te bewaren. De secties werden verricht op lichamen van terechtgestelden. De aanwezigen betaalden entree aan het gilde.

Het doek is geen natuurgetrouwe weergave van zo'n les. Normaal werd begonnen met ingewanden en hersens en niet met een arm. Rembrandt gebruikte de les als aanleiding tot een groepsportret. De belangrijkste figuur op het schilderij is dokter Tulp, die omringd is door een groep geïnteresseerd toekijkende mannen. Volgens Wadum heeft Rembrandt enkele figuren met een dunnere laag verf geschilderd om een 'sfeerperspectief' te krijgen. Hij verplaatste ook een van de figuren en ontnam een ander zijn grote hoed.

Uit recente röntgenopnamen is gebleken dat het schilderij nogal wat beschadigingen vertoont, vooral in de donkere jassen in de linker benedenhoek waar veel verf is verdwenen. Dit wordt toegeschreven aan het brandje dat in 1723 uitbrak in de snijkamer van het gilde in de Nes. Behalve dit schilderij hing daar nog een andere anatomische les uit 1656 van Rembrandt, die van Tulps opvolger dr. Joan Deyman. Dit, door de opengesneden buikholte en hersenen, veel realistischer en huiveringwekkender doek werd door de brand voor drie kwart verwoest. Het hangt nu - ook recent gerestaureerd - in het Amsterdams Historisch Museum.

Wadum: “Op de plaatsen waar de verf verloren is gegaan zijn stopsels en retouches aangebracht. We brengen daar nieuwe retouches aan en geven die de craqueléstructuur van de rest van het schilderij. Want je moet als je er langs kijkt geen gladde plekken zien.”

Aan onderzoek en restauratie wordt meegewerkt door het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap, door deskundigen van het Rembrandt Research Project en het Molart-onderzoek. Dat laatste is een vijfjarig project waarbij de moleculaire aspecten van veroudering worden bestudeerd. “We zijn blij dat we van dat project kunnen profiteren. Gekeken wordt bijvoorbeeld bij een bedoeking waar was is gebruikt, in hoeverre door moleculaire bewegingen de was doordringt in de verf en in hoeverre de verf daardoor verandert”, aldus Wadum. “We willen weten wat de tijd met een schilderij doet. Het hele onderzoek heeft als doel een beter inzicht te krijgen in veranderings- en verouderingsverschijnselen. Ook willen we kunnen onderscheiden wat het gevolg is van normale verouderingsprocessen en wat teweeg is gebracht door restauraties en gebeurtenissen in het verleden, zoals hitte of te veel licht.”

De restaurateurs gaan te werk volgens de moderne opvattingen over reversibiliteit. Retouches moeten door komende generaties restaurateurs makkelijk te verwijderen zijn zonder agressieve oplosmiddelen. Dat geldt ook voor het vernis. Daarvoor wordt een doorzichtige kunsthars gebruikt die wel duizend jaar goed blijft. Wadum: “Het moeilijkst wordt de retoucheerfase, als we een balans moeten zien te vinden tussen donker en licht. Het grootste probleem vormen de zwarte partijen. Rembrandt gebruikte daar een groot aantal kleuren zwart. Die nuances in het zwart moeten we zien terug te vinden en we moeten proberen er weer diepte in te krijgen.”

Rembrandts schilderij is sinds 1828 in het bezit van het Mauritshuis. Ondanks dat het daarvoor wisselende omstandigheden heeft meegemaakt, is het volgens Wadum toch heel goed bewaard gebleven. Het doek heeft een verrassend groot aantal restauraties achter de rug. Sinds de eerste schoonmaak in 1700 is het zo'n 25 keer gerestaureerd. Wadum: “We houden er rekening mee dat we veel materiaal zullen tegenkomen dat later is toegevoegd. Elke belangrijke restaurateur in Nederland heeft het onder handen gehad, de laatste was J.C. Traas van het Mauritshuis in 1951. Van de laatste restauratie is een beschrijving waaraan we nu veel hebben. Overigens hebben vroegere restaurateurs hun werk goed gedaan. Een ieder werkte met de high tech uit zijn tijd. Alleen zijn de ontwikkelingen op het gebied van natuurwetenschappelijk onderzoek en restauratietechnieken de laatste 20 tot 30 jaar heel snel gegaan.”

Het restauratieproject omvat ook kunsthistorisch onderzoek. Zo blijkt er een deel te ontbreken aan het lintje om Tulps nek. “Dat vullen we niet aan,” zegt Wadum. “We voegen niets toe waar het niet echt nodig is. We gaan geen verloren gegane partijen opnieuw invullen. De schouder van een van de toekijkende mannen is vroeger rood geweest, maar is nu vaal. Die brengen we niet opnieuw op kleur, want we weten niet precies welk rood Rembrandt gebruikte en je zou dan een subjectieve twintigste-eeuwse benadering krijgen. Wij proberen juist een combinatie te bereiken van de intentie van de kunstenaar en de tand des tijds.”