Genesis

In zijn rubriek 'Het Boek' schrijft Nicolaas Matsier over Kaïns offer (9 april). Met hem zal ik eveneens een zucht van verlichting slaken wanneer hij zijn project 'Genesis' achter zich zal laten. Wat mij betreft mag hij er onmiddellijk mee stoppen.

De betekenis van het in Gen.4: 1-16 beschrevene wordt duidelijk aan de hand van Hebr. 11:4 en 12:24, teksten waarnaar ook in de NBG vertaling verwezen wordt. Dat heeft de heer Matsier kennelijk nagelaten.

Zoals al door God Zelf in Gen.3:21 wordt aangegeven kan de in zonde gevallen mens alleen voor God leven op grond van de dood van een ander (het offerdier). Iedereen die maar enigszins thuis is in de Bijbel weet dat al de offers uit het Oude Testament heenwijzen naar hét offer dat Jezus Christus op Golgotha zou brengen. Dat heeft Abel begrepen, terwijl Kaïn met de vruchten van zijn eigen werk voor God dacht te kunnen verschijnen.

Vandaag de dag is dat niet anders. Er zijn in dit opzicht nog steeds Abels en Kaïns. Het is een vrij zinloze zaak over God te spreken op de wijze van Nicolaas Matsier, wanneer deze basis ontbreekt. Zie daarvoor wat Paulus in 1 Kor. 2:14 schrijft.