Aziatische Bank is midlife crisis voorbij

SINGAPORE, 17 APRIL. Amper een jaar geleden heerste er lichte onrust op de burelen van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) in de Filippijnse hoofdstad Manila. De bank, die ruim dertig jaar geleden werd opgezet om mee te helpen aan de economische ontwikkeling van Azië, verkeerde volgens critici in een 'midlife-crisis'.

Een groot deel van de 56 leden (veertig uit Azië en zestien uit Noord-Amerika en West-Europa) vroeg zich hardop af welke rol de ADB nu eigenlijk speelde en hoeveel invloed zij nog kon uitoefenen in Azië.

Voor Mitsuo Sato, de Japanse president van de ADB, was het gemor van zijn leden een duidelijk signaal: de bank was in een nieuwe fase aangeland waarin een nieuwe rol van de ADB vereist was. “Het externe klimaat voor multilaterale instituten als deze bank is de afgelopen jaren verslechterd”, concludeerde Sato, verwijzend naar de groeiende terughoudendheid van een aantal landen om de bank te steunen. De Japanner, voormalig directeur van de effectenbeurs in Tokio, begon een reorganisatie en introduceerde een aantal nieuwe strategieën.

“Onder Sato is de bank een hele nieuwe richting ingeslagen. Er is meer openheid en transparantie binnen de organisatie onstaan en de efficiëntie is sterk gestegen”, zegt Julian Payne, een Canadees die onder andere Nederland vertegenwoordigt in het twaalfkoppige bestuur van de bank. De bank opende het afgelopen jaar vertegenwoordigingen in Washington, Frankfurt en Tokio van waaruit de ADB-strategie nu actiever en agressiever dan ooit tevoren wordt uitgedragen. Ook stelde Sato nieuwe strategische doelen voor de ADB op, voor de komende vijf tot tien jaar, waardoor de bank bij het verstrekken van leningen voortaan strengere sociale, economische en milieu-eisen stelt.

Begin dit jaar wierp de nieuwe Sato-strategie haar eerste vruchten af toen de bank een doorbraak bereikte in de moeizame onderhandelingen met de donorlidstaten over de hoogte van hun bijdrage aan het Aziatisch Ontwikkelings Fonds (ADF). Dit fonds, een 'loket' van de bank dat leningen op gunstige voorwaarden geeft aan de armste landen, was eind vorig jaar zo goed als leeg. Maar na lang overleg met de belangrijkste donoren werd men het eens over een kapitaalinjectie van 6,3 miljard dollar. Sato toonde zich verheugd over de donaties. De Japanner was met name blij met het feit dat landen als Maleisië en Thailand, die jarenlang afhankelijk waren geweest van ADB-leningen, nu zelf bereid waren donor te worden en mee te helpen aan de ontwikkeling van een nog minder ontwikkeld deel van hun regio.

Met de zekerstelling van de aanvullingen voor het ADF voor een nieuwe periode van vier jaar, konden Sato en de zijnen verder met de uitwerking van ADB's nieuwe rol. De ADB is anno 1997 geen bank meer die geld weggeeft aan projecten in Aziatische ontwikkelingslanden, maar veel meer is zij de intermediair die de verschillende overheden van deze landen adviseert en voorlicht en vervolgens in contact brengt met de particuliere sector die geïnteresseerd is te participeren in projecten in deze landen.

“In zekere zin is de ADB nu een tussenpersoon”, vertelt Richard Wada, hoofd van de afdeling co-financiering van de bank. Wada's bankonderdeel is in korte tijd uitgegroeid tot het kloppend hart van het marmeren ADB-hoofdkantoor in Manila. “We spelen nu heel gericht in op de veranderde tijden. In de jaren zeventig en tachtig was er nooit een probleem om voldoende geld bij elkaar te krijgen van de donorlanden, maar sinds het begin van de jaren negentig is die situatie veranderd. De donorlanden geven minder makkelijk geld; daarom zochten we naar nieuwe vormen van financiering. Die liggen bij de particuliere sector”, zegt Wada.

De 'nieuwe' ADB richt zich vooral op een actieve rol als ervaren adviseur en contactpersoon met kennis en expertise voor het opzetten van de financiële infrastructuur in Aziatische ontwikkelingslanden. Aan de andere kant probeert de bank de betrokkenheid van de particuliere sector te vergroten. “Een voorbeeld van die nieuwe strategie is de uitgifte van staatsobligaties in een land als Bangladesh. Wij helpen de overheid met de uitgifte van die obligaties, en zorgen er tegelijkertijd voor dat de particuliere sector ervoor geïnteresseerd raakt ze te kopen”, zegt Wada.

De invloed van zijn afdeling binnen de ADB groeit met de dag. Nu al komt van elke dollar in een project dat de ADB leidt, 40 dollarcent via co-financiering tot stand. Mitsuo Sato wil dat dat percentage zo snel mogelijk wordt opgetrokken tot zeventig dollarcent. Begin volgende eeuw moet elke ADB-dollar zelfs voor honderd procent via co-financiering gemobiliseerd zijn.

De particuliere sector heeft baat bij de nieuwe rol van de ADB, al heeft een aantal institutionele beleggers en banken kritiek op de traagheid waarmee ADB projecten aanbiedt. “De bureaucratie binnen de bank is nog steeds te groot”, zegt een Europese bankier. “Het duurt soms twee jaar voordat allerlei commissies een bepaald project hebben gescreend op alle strenge eisen van de bank, voordat we eindelijk verder kunnen.”

Toch staan er voorlopig voldoende institutionele beleggers te springen om via de ADB in infrastructuur-projecten in Azië te stappen om zo te kunnen profiteren van de economische groei in die regio. De bank schat dat Azië de komende kwart eeuw voor zeven biljoen dollar aan infrastructuur nodig heeft, een gemiddelde van 280 miljard dollar per jaar. “Dat geeft precies aan waarom die nieuwe rol van de ADB juist nu zo belangrijk is”, zegt Wada. “We zijn klaar voor de 21ste eeuw.”