Ook bij Oost-Europabank geen akkoord over Tsjernobyl

ROTTERDAM/LONDEN, 16 APRIL. Jarenlange discussies en afspraken tussen Westerse regeringen, kernenergie-deskundigen en de Oekraïnse regering hebben nog steeds geen zekerheid opgeleverd over de vraag wanneer de kerncentrale in Tsjernobyl wordt gesloten. Dat bleek gisteren opnieuw op de jaarvergadering van de Bank voor reconstructie en ontwikkeling van Oost-Europa (EBRD) in Londen.

Twee jaar geleden werd een akkoord tussen de G7, de zeven rijkste industrielanden, en Oekraïne bereikt over sluiting van de gevaarlijke centrale in het jaar 2000. De G7 zorgen volgens dit akkoord voor extra financiering om twee andere kerncentrales van Russisch ontwerp (VVER's) die veiliger worden geacht dan het Tsjenobyl-type (RBMK), met Westerse veiligheidsvoorzieningen te voltooien teneinde Oekraïne aan alternatieve stroomvoorziening te helpen.

In totaal zouden de G7-landen voor 2,3 miljard dollar aan kredieten verlenen. De regering in Kiev houdt nog steeds vast aan dit akkoord, maar intussen is gebleken dat Oekraïne door een sterk vertraagde economische ontwikkeling minder elektriciteit nodig heeft.

Volgens een recent rapport van EBRD-deskundigen kan het geld van de G7 veel beter besteed worden aan acties voor energiebesparing en eventueel snel te bouwen gasgestookte centrales.

De Internationale miliebeweging ondersteunde dat plan gisteren in een open brief aan het bestuur van de EBRD, ondertekend door elf organisaties uit Polen, Tsjechië, Slowakije, de Verenigde Staten en Australië. De Duitse regering steunde in de vergadering gisteren echter de voltooiing van de twee Russische VVER-centrales, in de Oekraïnse gemeenten Rovno en Chelnitski. “Zonder Westerse hulp krijgen Westerse veiligheidsnormen in Oost-Europa geen kans”, zei de Duitse staatssecretaris Jürgen Stark, die vreest dat de Oekraïnse regering anders met de Russische reactorbouwers verder gaat.

Vertegenwoordigers van de republieken Oekraïne en Litouwen verzekerden de EBRD-bestuurders gisteren opnieuw dat ze “uiteindelijk” sluiting nastreven van de RBMK-centrales in Ignalia (Litouwen) en in Tsjernobyl, nadat EBRD-president Jacques de Larosière in zijn openingstoespraak de kwestie van de nuclaire veiligheid in Oost-Europa sterk had aangezet. Maar een tijdschema voor de sluiting werd niet aangegeven.

Niet bekend

De meeste aandeelhouders van de EBRD steunen het beleid van de bank om haar activiteiten geleidelijk aan te verleggen van Midden- naar Oost-Europese landen. Ook Nederland steunt dit beleid. Maar op de jaarvergadering werd de directie gewaarschuwd voor de financiële risico's die eraan kleven, ook al mag de EBRD deze niet ontlopen omdat ze feitelijk het bestaansrecht van de bank vormen. Op een persconferentie zei president De Larosière dat er sprake is van een zekere pauze in investeringen in Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië. “Maar het is nog te vroeg om ons uit deze landen terug te trekken”, zei hij. “Ik denk dat we nog een reactivering van ons werk in Midden-Europa tegemoetgaan”, verklaarde De Larosière, “omdat het proces van economische hervorming niet is afgerond en verdere ondersteuning behoeft.”