Goudverkoop weer in hoofdrol

AMSTERDAM, 16 APRIL. In de weekstaat, de verkorte balans van DNB, zijn enkele opvallende mutaties aan de actiefzijde waar te nemen. Tegenover een toename van de goud en goudvorderingen met 833 miljoen gulden en van de ECU-tegoeden met 669 miljoen gulden, staat een afname van de vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten met 1.504 miljoen gulden. Deze mutaties hangen samen met de goudverkoop door DNB eerder dit jaar.

Alle landen die deelnemen aan het Europese Monetaire Stelsel (EMS) dienen 20 procent van de goud- en dollarvoorraad in te leveren bij het Europeees Monetair Instituut (EMI). In ruil hiervoor ontvangen zij ecu's. Het zal duidelijk zijn dat DNB na de goudverkoop begin dit jaar te veel goud had uitstaan bij het EMI. Dit is thans, na de gebruikelijke driemaandelijkse aanpassing aan het actuele bezit, teruggeboekt (goud en goudvorderingen, plus 833 miljoen). Daar staat tegenover dat DNB dollars heeft ontvangen voor het verkochte goud. Van deze dollars moet DNB weer 20 procent afstaan aan het EMI (vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten, min 1.504 miljoen). Het verschil tussen deze twee bedragen kan verklaard worden uit het feit dat het goud tegen boekwaarde op de balans staat (DNB moet ook 20 procent van deze boekwaarde bij het EMI inleveren), maar (uiteraard) tegen marktwaarde is verkocht. Door de verkoop is op de balans van DNB de dollarvoorraad dus meer toegenomen dan het goudbedrag is afgenomen.

De waardestijging van de dollar zal hieraan ook haar steentje hebben bijgedragen. In lijn hiermee heeft DNB dus meer dollars moeten afstaan aan het EMI dan het goud heeft teruggekregen. Dit verschil tussen dollarstorting en goudterugboeking heeft geleid tot een toename van de ecu-tegoeden met 669 miljoen gulden.

De overige mutaties in de weekstaat hebben in de loop van de week geresulteerd in een toename van de besparing op het contingent met 0,3 procentpunt tot 3,7 procent. Met het einde van het contingent in zicht - vrijdag gaat een nieuwe contingentsperiode in - heeft dit geleid tot een forse daling van de daggeldrente. Dit is geen ongebruikelijk verschijnsel, omdat banken hun overtollige liquiditeiten door onderbiedingen in de markt proberen te plaatsen. Eind vorige week leidde een scheve verdeling van de geldmarktruimte over de partijen overigens nog tot een wat oplopende daggeldrente.

Zoals vorige week reeds vermeld, zal het nieuwe contingent slechts voor ruim één maand gelden. De kortere contingentsperiode houdt verband met de aanpassing van een deel van het geldmarktinstrumentarium van DNB op 23 mei van dit jaar. Door ruimtegebrek is dit nieuwe instrumentarium niet, zoals vorige week aangekondigd, vandaag besproken. Wij zullen er spoedig op terugkomen.

Bron: ING Economisch Bureau