Bestuurders in Ede verwikkeld in pijnlijk conflict

Een wethouder in Ede zou zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie. Op verzoek van de Edese burgemeester heeft justitie de rijksrecherche opdracht gegeven tot een oriënterend onderzoek.

EDE, 16 APRIL. De gezichten staan somber en de toon is gedragen. Maar de problemen zijn dan ook groot, vinden ze in de Gelderse gemeente Ede. Een wethouder die na zijn vertrek burgemeester en mede-wethouders ervan beschuldigt een één-tweetje te hebben opgezet met een lokale aannemer, een aannemer die een wethouder beschuldigt honderdduizend gulden aan steekpenningen te hebben gevraagd en een burgemeester die justitie vraagt de zaak uit te zoeken. De lokale politiek in Ede is ernstig in opspraak geraakt, beamen alle betrokkenen.

Vier weken geleden leek het vertrek van VVD'er B. van de Wetering als wethouder nog even onduidelijk als onschuldig. Persoonlijke redenen, zo heette het toen.

In de weken erna werd echter duidelijk dat Van de Wetering het veld had geruimd wegens beschuldigingen van de Bennekomse aannemer J. Aleman. Hij heeft de wethouder ervan beticht steekpenningen te hebben gevraagd in ruil voor medewerking aan een bouwvergunning voor vier woningen. Van de Wetering zou in mei 1996 honderdduizend gulden van de aannemer hebben geëist voordat de wethouder zijn goedkeuring kon geven aan een bouwplan van de aannemer.

Dat was het verhaal van Aleman. De wethouder zelf heeft een andere lezing. Volgens hem heeft de aannemer dit verhaal naar buiten gebracht uit woede over het mislopen van een groot bouwproject, dat door Van de Wetering aan een andere bouwcombinatie werd gegund. De plannen van Aleman waren volgens de wethouder onvoldoende van kwaliteit. Bovendien, aldus de opgestapte Van de Wetering, heeft Aleman hem eind 1996 op een bijeenkomst bedreigd.

Van de Wetering meldde de bedreiging in een vergadering van het college van burgemeester en wethouders, maar daar zou er volgens hem niet op gereageerd zijn. Zoals de ex-wethouder veel meer kritiek heeft op de rest van het college. Niet alleen zou burgemeester W. Blanken hem onder grote druk hebben gezet om toch vooral te vertrekken, ook zou het gehele college meer waarde hechten aan de versie van Aleman dan aan de woorden van een collega-wethouder. En dat terwijl Aleman pas een jaar na dato met het verhaal in de openbaarheid trad.

Volgens burgemeester Blanken heeft het college echter geen verkeerde dingen gedaan. Sterker nog, zo zegt hij, “het college heeft er tot tweemaal toe bij Van de Wetering op aangedrongen dat hij zijn wethouderschap zou behouden. De wethouder meende echter voordat de fractievoorzitters over de zaak geïnformeerd konden worden, op te moeten stappen. Dat hebben we zeer betreurd, want er was volgens ons geen politieke reden voor zijn vertrek.”

Blanken hecht er aan op te merken dat zowel het college als de fractievoorzitters geen reden hebben gezien Van de Wetering tot aftreden te dwingen. “Hij is om persoonlijke redenen opgestapt.”

Blanken vindt het “teleurstellend” dat Van de Wetering, met wie hij naar eigen zeggen twee jaar “uitstekend en met plezier heeft samengewerkt”, nu in de media zijn gelijk probeert te halen.

Burgemeerster Blanken heeft, in overleg met de wethouders en de fractievoorzitters, justitie gevraagd een oriënterend onderzoek in te stellen, een verzoek waaraan justitie inmiddels gehoor heeft gegeven. Het lijkt Blanken geen goede zaak een gemeentelijke commissie in te stellen om de zaak uit te zoeken. Het is het woord van de wethouder tegen het woord van de aannemer.

Blanken: “Het gaat om de zuiverheid van de lokale politiek. Bij een commissie gaan toch weer politieke zaken een rol spelen. Iedereen, ook de VVD-fractie in Ede, was voor een onderzoek door justitie. Die kan bovendien beide heren horen, desnoods onder ede.”