Vrouwen in het hoger onderwijs zijn nu beter af

ROTTERDAM, 15 APRIL. Op een groot aantal punten is de positie van vrouwen in het hoger onderwijs verbeterd, maar er zijn ook verontrustende signalen. Dat betreft de gevolgen van de studieduurverkorting en de studiefinanciering.

Dit schrijft de Emancipatieraad in een advies aan de ministers Ritzen (Onderwijs) en Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Het huidige beleid wordt volgens de raad ingegeven door korte-termijnvisies zoals bezuinigingen en niet door een visie op de kwaliteit en het rendement van het onderwijs op lange termijn.

De Emancipatieraad zet vraagtekens bij het beleid om het stapelen van studies tegen te gaan. Daarbij wordt na het hoger beroepsonderwijs een studie aan de universiteit praktisch én financieel ontmoedigd. “Voor vrouwen en mannen uit kansarme milieus vormen deze stapeltrajecten juist één van de weinige mogelijkheden om zich te kwalificeren in het hoger onderwijs”, zo wordt geconcludeerd.

De Emancipatieraad vindt dat de regelgeving niet emanciperend werkt. Zo zou de maximumleeftijd van 27 jaar die geldt voor het ontvangen van studiefinanciering, moeten worden losgelaten. En hetzelfde zou moeten gebeuren met de full-time studienorm die is gebaseerd op een 40-urige werkweek. Om studie en zorgtaken te kunnen combineren, pleit de Emancipatieraad voor een norm van 32 uur.

De Emancipatieraad constateert dat met name vrouwen de afgelopen decennnia een “zeer grote inhaalslag” hebben gemaakt bij de deelname in het hoger onderwijs. Aan de universiteiten steeg de deelname van 15,4 procent in 1950 tot 45,7 procent in 1994, aan de hogescholen van 36,7 tot 48,3 procent. De Emancipatieraad tekent hier echter bij aan dat er sprake is van een sterke op sekse gebaseerde segregatie in de schoolloopbanen van meisjes en jongens, en dat geldt ook voor de vakken en richtingen die zij kiezen. Talen, sociaal-cultere vakken en medische studies (medicijnen en diergeneeskunde) blijken bij meisjes meer in trek dan de technische sectoren. Dat heeft volgens de raad gevolgen voor de verdere loopbaan.