De kritische dialoog met Iran heeft averechts gewerkt

Israel zou van het gezicht van de aarde moeten worden weggeveegd, volgens de Iraanse parlementsvoorzitter Nateq-Nouri. De kansrijke kandidaat voor de komende Iraanse presidentsverkiezingen zei dit op 7 april in een toespraak voor scholieren in de Iraanse stad Isfahan. Verkiezingsretoriek of welgemeende zionistenhaat? Verkiezingsretoriek, verzekerde Fatemeh Hashemi, dochter van president Rafsanjani en invloedrijk topambtenaar op het Iraanse minister van buitenlandse zaken mij, toen ik haar vorige week in het presidentieel paleis te Teheran sprak.

Het regeringsbeleid is immers anders, aldus de presidentsdochter: “er is in de visie van Iran weliswaar geen plaats voor de joden in de regio, maar als er ooit een vrede komt die door de meerderheid van Palestijnen wordt ondersteund, zal Iran die niet actief ondermijnen”.

Maar Iran heeft meer dan de schijn tegen als het gaat om door haar geïnitieerde dan wel ondersteunde subversieve activiteiten. Met de recente uitspraak van de Berlijnse rechtbank in de zogenaamde Mykonos-zaak zijn dergelijke Iraanse praktijken voor het eerst concreet bewezen. Het Iraanse leiderschap heeft volgens de Duitse rechter opdracht gegeven voor de moord op vier Koerdische politici in het Berlijnse restaurant Mykonos in september 1992.

Er zijn meer voorbeelden, al dan niet bewezen, van dergelijke Iraanse activiteiten buiten Europa. Vorig jaar beschuldigde de president Rachmanov van Tadjikistan Iran van steun aan terroristen die zijn regering wilde afzetten. De regeringen van Algerije en Bahrein verweten het land tegenstanders te steunen om sympathisanten van Iran aan de macht te brengen. De Egyptische president Mubarak verweet Iran achter de moordaanslag op hemzelf te zitten bij zijn bezoek aan Ethiopië. En Iran wordt verdacht direct of indirect medeverantwoordelijk te zijn voor de moordaanslag op Amerikaanse militairen in Saoedi-Arabië. En dat alles binnen één jaar.

Iran is de gevangene van haar eigen beleid. Europa mag dat niet worden. Europa dient zich dat te realiseren wanneer zij zich binnenkort beraadt over de nieuwe houding tegenover Teheran. De kritische dialoog die Europa sinds 1992 met Iran voert, heeft bar weinig opgeleverd. De fatwa tegen Rushdie is actueler dan ooit nu de prijs op zijn hoofd is verhoogd en bij de mensenrechten armoe troef is. Zie bijvoorbeeld de arrestatie van de Iraanse dissidente schrijver Sarkuhi en de zaak van de twee Bahai's die vanwege hun geloof ter dood zijn veroordeeld.

De negatieve Iraanse houding tegenover het vredesproces neemt met de dag hardere vormen aan. Steun aan de militante shi'itische Hezbollah in Libanon wordt openlijk toegegeven en de banden met de PLO van Arafat zijn na het vastlopen van het vredesproces - en ondanks Arafats steun aan Irak in de Iraans-Iraakse oorlog - sterk geïntensiveerd. Tegelijk ondersteunt Iran de Palestijnse opposanten van Arafat, comfortabel gehuisvest in de voormalige Israelische ambassade te Teheran.

Het is een illusie te verwachten dat het land zijn houding op al deze terreinen onder westerse druk zal bijstellen. Er zijn weliswaar meer liberale krachten in het Iran van vandaag - ik heb er een aantal mogen ontmoeten in Teheran - maar deze zijn niet invloedrijk en krachtig genoeg om het beleid van het onbetwiste Iraans leiderschap om te buigen. Europa moet ook niet verwachten dat de komende presidentsverkiezingen in Iran tot enige positieve wijziging van het beleid zal leiden.

De meest kansrijke kandidaten Nateq-Nouri en Khatami verschillen weliswaar op een aantal niet onwezenlijke punten in de nationale politiek, maar zijn eensgezind in hun anti-westerse houding. Bovendien heeft de aftredende president Rafsanjani de verkiezingen zonder zelf (om grondwettelijke redenen) opnieuw kandidaat te mogen zijn eigenlijk al gewonnen voor ze gehouden zijn. Met zijn recente benoeming door de Iraanse leider Khamenei tot voorzitter van de met boven-grondwettelijke bevoegdheden uitgeruste Council of Expediency blijft hij de tweede man van Iran, met meer invloed, macht en bevoegdheden dan ooit tevoren. Het huidige beleid zal dan ook nauwelijks wijziging ondergaan.

Iran voelt zich sterk genoeg om de Europeanen en Amerikanen te blijven trotseren. Met warme Russische steun (ook op nucleair gebied) en een groeiende Iraanse invloed in de Centraal Aziatische Staten bestaat bij de doorsnee Iraanse politicus, burger en ambtenaar geen gevoel van isolement. Integendeel. Men gelooft heilig in westerse, Amerikaanse en zionistische samenzweringen tegen het Iran dat 18 jaar na de in eigen ogen succesvolle Iraanse revolutie te sterk, krachtig en invloedrijk zou worden. De kritiek van het westen wordt zo getransformeerd tot een bewijs van het eigen succes, met een bevestigend en versterkend binnenlands politiek effect.

Daarbij maakt Iran dankbaar gebruik van de verdeeldheid die in Europa bestaat als het gaat om buitenlandse politiek. Zo worden de bilaterale betrekkingen met landen als Griekenland (dat zijn ambassadeur na de Mykonos-uitspraak niet voor beraad heeft teruggeroepen), Italië en Spanje geïntensiveerd waardoor niet geheel zonder succes de EU-lidstaten tegen elkaar worden uitgespeeld.

Europa heeft er in 1992 goed aan gedaan de kritische dialoog met Iran aan te gaan en de Amerikaanse druk om tot containment (isolement) over te gaan te trotseren. Dialoog kan immers ruimte bieden voor wederzijds begrip en verbetering van de relaties. Maar de dialoog met Iran is tot monoloog verworden. Concrete resultaten zijn na vijf jaar praten niet bereikt en de Iraanse terroristische activiteiten in Europa zijn bewezen. In zo'n situatie rest helaas niets anders dan de monoloog te staken. Europa verliest anders aan geloofwaardigheid, ook bij andere landen binnen en buiten de regio.

De oproep van het Iraanse parlement om de dialoog te beëindigen spreekt in dat verband boekdelen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zo bewees de Berlijnse rechter. Elke vorm van dialoog zal vruchteloos zijn zolang het Iraanse leiderschap geen andere houding aanneemt en Iran geen geopolitiek belang ziet bij betere banden met Europa en de Verenigde Staten. Het wordt tijd de bewijslast naar Iraanse zijde verschuiven. Pas nadat dit land overtuigend laat zien zich te willen onthouden van (steun aan) terroristische activiteiten, de mensenrechtensituatie daadwerkelijk heeft verbeterd, bereid is de fatwa tegen Rushdie op te heffen en een constructieve houding ten opzichte van het vredesproces aanneemt, met een legitieme plaats voor Israel, kan Europa de dialoog hervatten. Geen dag, geen uur, geen seconde eerder.

Het lijkt veel gevraagd, maar dat is het niet. Het ontbreken van heldere voorwaarden aan een dialoog heeft immers tot de situatie van vandaag geleid: vruchteloze gesprekken, geen enkele wijziging van beleid en terroristische activiteiten in Europa. Slechter kan het bijna niet.

Met een dergelijk beleid krijgt Europa ook meer inzicht in het belang dat Teheran aan een verbeterde relatie met het westen hecht. Dit zal uit concrete daden moeten blijken. Een onveranderde Iraanse houding drijft de Europese politiek verder naar de containment policy van de VS, en positieve wijzigingen tot hervatting van een echte dialoog met Europa. Zolang dat niet het geval is moet de deur op politiek niveau dicht, anders is Europa de knip voor de neus niet waard. Dan heeft de Mykonos-uitspraak ons niets geleerd en wordt Iran ten onrechte voor zijn houding en activiteiten beloond.