Winnaar van de Israel-prijs 'is racistisch'

TEL AVIV, 14 APRIL. De Israelische president, Ezer Weizman, staat volledig aan de kant van de Ethiopische joden die op het ogenblik storm lopen tegen de toekenning van de prestigieuze Israel-prijs aan de 79-jarige journalist Shmuel Shnitzer. Deze in Scheveningen geboren ex-hoofdredacteur van de krant Ma'ariv zette zich enkele jaren geleden in een artikel onder de kop 'Import van dood' fel af tegen de immigratie van in het bijzonder de falasmorah, Ethiopische joden die in Ethiopië het christendom als tweede godsdienst hadden aangenomen, en niets kan hem ertoe bewegen daarvoor zijn verontschuldigingen aan te bieden.

Naar het inzicht van Shnitzer verspreiden de falasmorah, maar zij niet alleen, dodelijke ziekten als aids en tuberculose en heeft Israel daarom het recht hen zelfs op grond van de wet op terugkeer buiten de grenzen van het beloofde land te houden. Zo overtuigd is hij van zijn gelijk dat hij zelfs het verzoek van president Weizman om de Ethiopische gemeenschap zijn verontschuldigingen aan te bieden naast zich neer heeft gelegd.

De ruzie is zo hoog opgelopen dat de Israelische president heeft laten weten niet bij de uitreiking van de Israel-prijs aanwezig te zullen zijn als Shnitzer niet afziet van van deze hoogste civiele onderscheiding. Alleen de benoemingscommissie van de Israel-prijs, die ook wordt uitgereikt aan een fotograaf en een tv-persoonlijkheid, kan Shnitzer alsnog diskwalificeren.

“De falasmorah denken dat godsdienst zoiets als een hemd is dat je uitdoet als je hemd vuil wordt”, beet Shnitzer in een vraaggesprek van zich af. “De Israel-prijs komt me (toegekend voor zijn levenswerk - tegen de 9.000 artikelen en publikaties) toe”, zei hij.

Dit schandaal brak uit op het moment dat Israel werd geschokt door de racistische behandeling die een Ethiopische soldaat in het Israelische leger ten deel was gevallen. “Geen toegang voor zwarten”, zei een officier tegen de Ethiopische soldaat die zich bij een militaire kliniek voor onderzoek meldde omdat hij zich ziek voelde. Later vertelde de soldaat dat hij van pure ellende had gehuild. Niet alle van de 1.450 Ethiopische soldaten verwerken zo de beledigingen die ze wege nshun huidskleur in het leger en de maatschappij moeten verwerken. Sedert begin dit jaar hebben drie Ethiopische soldaten zelfmoord gepleegd. Volgens Adiso Masala, de eerste Ethiopische immigrant die voor de Arbeidspartij in het parlement zit, hebben ten minste 30 Ethiopische joden de afgelopen jaren in Tsahal, het leger, de hand aan zichzelf geslagen. Hij heeft een geding aangespannen bij het Hooggerechtshof in Jeruzalem tegen de toekenning van de Israel-prijs aan Shmuel Shnitzer.

Militaire kringen, die zich over de zelfmoorden van Ethiopische soldaten zeer ernstige zorgen maken, zeggen dat onderzoek heeft uitgewezen dat slechts in drie van de tien gevallen van zelfmoord de oorzaak in het leger moet worden gezocht en de rest het gevolg is van sociale problematiek thuis. Sociologen neigen ook naar dat oordeel en zeggen dat de aanpassingsmoeilijkheden van de Ethiopische joden - overgang van een Derde-wereldland naar een moderne maatschappij - het hoge percentage zelfmoorden van de Ethiopische joden en misdaden in het gezin verklaren.

Wellicht zou de pijnlijke botsing tussen de president en de journalist zijn voorkomen indien de benoemingscommissie het desbetreffende artikel onder ogen had gekregen en er kennis van had genomen dat de Israelische Raad voor de journalistiek hem ervoor had berispt. Ondertussen is er een nieuw als racistisch bestempeld artikel uit september 1967 van Shnitzer boven water gekomen waarin hij er vurig voor pleit “met alle wettelijke middelen” het hoge geboortecijfer van de Israelische Arabieren te bestrijden. Vlak na de oorlog in 1967 schreef hij dat er in het “kleine Israel (zonder de bezette gebieden) 390.000 Arabieren woonden, een aantal dat in 1997 tot 1.560.000 zal toenemen en in 2012 tot 3.210.000”. (Deze voorspelling is niet uitgekomen. Er zijn thans circa 900.000 Israelische Arabieren.) Volgens Shnitzer moest de Arabische minderheid worden duidelijk gemaakt dat “zij niet de vrijheid heeft in dit kleine en arme land het hoogste geboortecijfer ter wereld te handhaven, want anders kan de joodse meerderheid in Erets-Israel niet worden verzekerd”.