SJU-Festival biedt de nu volwassen jazz

Concerten: SJU Jazz Festival. Gehoord: 12/4 Vredenburg, Utrecht. Opnamen van Murray/Takase: 22/6 VPRO Jazz op Vier.

'Rockjazz is iets heel anders dan fusion' betoogde toetsenspeler Michiel Borstlap onlangs in De Plantage van Hanneke Groenteman. Wat precies het verschil was werd niet duidelijk, wel dat hij de voorkeur gaf aan rockjazz, een genre dat vooral bloeide in de jaren '70. Wie had gehoopt dat Borstlap met zijn nieuwe groep White House zou proberen de rockjazz van toen een hedendaags gezicht te geven, kreeg zaterdag op het Utrechtse SJU-Festival niet of nauwelijks zijn zin. Want al waren alle composities recent en vervaardigd in eigen huis, veel ervan klonk bekend en vertrouwd. Sommige passages riepen de virtuoze exercities van Chick Corea en Herbie Hancock in herinnering, op andere momenten waande je je bij een exotische 'swamp'- trip van Wheater Report.

White House speelde goed en geconcentreerd, met name saxofonist Yuri Honing, maar met zoveel eerbied voor het verleden dreigt de artistieke toekomst van de groep erbij in te schieten. In één opzicht leek het kwintet zijn tijd wel ruim vooruit: het volume was meer afgestemd op de Statenhal van het North Sea Jazz Festival dan op de Kleine Zaal van Vredenburg.

De tijd dat rietblazer David Murray (42) als een charlatan werd afgeschilderd is lang voorbij. Zoals sommige 'kladschilders' erkenning kregen door alsnog een Rembrandtje te penselen, zo legde Murray zijn meesterproef af door alle verplichte songstandards op de plaat te zetten. Op Blue Monk, een duo-cd met de Japanse pianiste Aki Takase uit '91, ging hij nog verder door ook de pre-historie van de jazz erbij te betrekken: van een befaamde Jelly Roll Morton-compositie van eind jaren '20 tot grapjes die geknipt leken voor de stomme film.

Murray deed het met Takase nog eens over waarbij hij er geen twijfel over liet bestaan dat hij de meeste volledige rietblezer is die de jazz momenteel kent. Op tenorsaxofoon klinkt hij desgewenst als Coleman Hawkins anno 1935 inclusief diens typische vibrato, op basklarinet voegt hij aan het door Eric Dolphy ontwikkelde idioom minstens één octaaf in de laagte toe. In zijn eigen paso doble Valerie toonde hij op indrukwekkende wijze zijn macht over de materie: ik speel breed, flexibel en genuanceerd, van gemeen volks tot hoog verheven, wie mij wil verslaan moet zich maar melden.

Het NRG Ensemble, opgericht door de in '92 overleden multi-instrumentalist Hal Russell liet vorig jaar op de SJU-Jazzpodium zo'n indruk achter dat een reprise voor de hand lag. Het was al middernacht toen de band mocht beginnen maar dat bleek geen reden tot softe muziek, integendeel. Met rauwe free jazz die aan de Albert Ayler-platen van begin jaren '60 herinnerde werd aangestuurd op een scheiding der geesten; wie niet vóór NRG was moest maar gaan.

Het publiek dat niet inging op deze provocatie beleefde een bijzonder concert met tegenstellingen van allerlei aard. Loeihard versus pianissimo, van (quasi)-chaotisch tot super-conform, van bloedserieus naar pure slapstick. This is my House luidt de toepaselijke titel van de laatste cd (op Delmark); u bent welkom waarde gast, maar accepteer dan wel onze luimen en grillen. Eén avondje Utrechts SJU-festival is slechts een druppel vergeleken met het enorme Haagse North Sea maar de conclusies zijn waarschijnlijk identiek. Er is in de jazz geen dominante stijl meer, alle stromingen zijn gelijk en alle putten ze uit de traditie. Na honderd jaar begint de jazz volwassen te worden.