Publiek partij bij Titus Andronicus

Voorstelling: Titus Andronicus van Shakespeare door Het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Vertaling: Frank Albers. Decor: André Joosten. Spel: Anne-Wil Blankers, Rik van Uffelen, Johan Ooms, Han Kerckhoffs e.a. Gezien: 12/4, Stadstheater, Zoetermeer. Tournee: t/m 24/5. Inl. (070) 356 53 63.

Het beginbeeld van Johan Doesburgs enscenering van Shakespeare's Titus Andronicus bij Het Nationale Toneel heeft alle trekken van een overbodige mededeling. Ver weg - het zaallicht is nog aan - zien we Han Kerckhoffs zich op het duistere toneel schminken voor zijn rol van de zwarte Aaron. Hij zal zich naast de Goten-koningin Tamora (Anne-Wil Blankers) ontpoppen als Het Kwaad, zij beiden vormen de liaison dangereuse die het tomeloze geweld in het stuk op touw zet. Waarom Doesburg zijn voorstelling vooraf laat gaan door dit staaltje vervreemding, ontgaat me. Dit is theater, zegt hij, maar dat weten we al. Of: dit is maar theater, maar deze interpretatie is in strijd met zijn ernstige regie. Er stapt een twintigtal personages rond in dit stuk over wraak en wederwraak, een Elizabethaanse versie van de antieke Atriden. Het is een vroege Shakespeare met een wat kinderlijke, schetsmatige opbouw, waarvan Doesburg dankbaar gebruik maakt. Zijn enscenering is uitermate helder, net als de vertaling van Frank Albers, die zo alledaags klinkt, dat je aan het slot, als de grand guignol toeslaat en bijna slapstick wordt, behoefte krijgt aan enige plechtstatigheid als tegenhanger.

Het decor van André Joosten mag er ook zijn. Twee mobiele trappen, die tegen elkaar geschoven kunnen worden maar ook geheel in de coulissen kunnen verdwijnen, zijn de zetstukken op een leeg toneel. De zijwanden zijn van geperforeerd plaat-staal, waarin bovenaan de trappen en aan de voet ervan deuren zijn aangebracht. Duisternis overheerst, dank zij de spookachtige belichting van Reinier Tweebeeke. Dit Romeinse paleis is een kerker. Regisseur en ontwerpers moeten aan een darkroom gedacht hebben: iedereen is in leer gehuld, de zonen van Tamora ogen zelfs als regelrechte leernichten.

Die aankleding is modieus en getuigt van een wat burgerlijke belangstelling: de sm-scène waarin Blankers als meesteres en haar zonen (Ronald Top en Roelant Radier) als slaven optreden, deed me denken aan de talkshow van Catherine Keyl. Nounou, kijk nu toch, 't is me wat. De associatie tussen gespeeld en echt geweld is me ook te goedkoop en lijkt me bovendien onjuist. Juist de bloedige inzet van Titus Andronicus rechtvaardigt opvoering van dit stuk.

Dat maakt de voorstelling van Het Nationale Toneel zelf duidelijk genoeg, stuk en regie brengen wel degelijk opwinding teweeg. De Romeinse veldheer Titus Andronicus (Rik van Uffelen) keert na een zware strijd tegen de Goten terug met koningin Tamora. Als vergelding voor zijn gesneuvelde zonen laat hij een van de zonen van de ontvoerde koningin ombrengen. Hij mag de keizerskroon opzetten, maar die weigert hij, ten gunste van Saturninus (Johan Ooms), die prompt trouwt met Tamora. De nieuwe keizerin predikt vervolgens nationale verzoening - om samen met haar minnaar de Moor achter de schermen haar wraaklust te munten in bloed. Een vreemde sub-plot voorziet in een bastaardzoon van beide samenzweerders: na de slachting aan het slot laat Doesburg het kind aan den volke tonen, wellicht als erfgenaam van de plicht tot nieuwe bloedwraak.

Het spel en de heldere, economische mise-en-scène zijn de kwaliteiten van deze voorstelling, die zeker in het exposé van de eerste helft overtuigend toont hoe moeilijk het is een geweldsspiraal te doorbreken. Klassiek fatum is hier vervangen door menselijke wil en hoop op het laatste woord, die de deelnemers aan het bloedbad iedere keer weer nog net een nieuw gokje doet wagen. Zo ging het in Joegoslavië, zo gaat het steeds, overal. Van Uffelen en Blankers belichamen als voornaamste opponenten dat mechanisme zonder overdreven gespychologiseer. Ze zijn instrumenten van een onontkoombare drift, vooral Blankers, die niet beschuldigd kan worden van pathologische rouw om haar zoon. Van Doesburg maakt het publiek partij door het te laten toespreken als volk van Rome. Dat werkt: je vergeet bij voorbeeld verontwaardigd te worden over de klassieke belichaming van Het Kwaad door de Moor. Bij deze, alsnog.