Griekenland geeft Turkije Europa-brevet

Uit Griekenland en Turkije komen de laatste weken geluiden die het tegendeel zijn van boze en agressieve boodschappen zoals die al vele jaren tussen beide landen worden uitgewisseld.

ATHENE, 14 APRIL. Het gaat nog te ver om van een wederzijds vredesoffensief tussen Griekenland en Turkije te spreken, maar het ontbreken van bedreigingen en vervloekingen doet alvast weldadig aan.

Het eerste verrassende geluid kwam van Griekse kant. Minister van Buitenlandse Zaken Pángalos maakte tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten vorige maand duidelijk dat hij zich wil distantiëren van de Europese christen-democratische leiders, onder wie de Duitse bondskanselier Helmut Kohl, die verklaard hebben dat Turkije nu, noch in de toekomst thuis hoort in de EU, waarbij onder andere de islam als reden werd aangevoerd. Pángalos vindt dat Turkije en de islam in het verleden al hun stempel hebben gedrukt op Europa. Daarin komt volgens Pángalos geen verandering. “Als landen worden geweerd op grond van hun religie”, zei hij in een vraaggesprek met een Grieks televisiestation, “dan kan ons land daarvan ook het slachtoffer worden, want ook onze orthodoxe religie is uniek in Europa.”

De minister zei met nadruk dat Griekenland alles wil doen om een Turks EU-lidmaatschap te bevorderen, ook omdat het in Griekenlands voordeel zou zijn een Europees en democratisch georiënteerd Turkije tot nabuur te hebben (de douane-unie die sinds vorig jaar functioneert tussen de EU en Turkije heeft ertoe geleid dat de Griekse export naar Turkije is verdubbeld en de handelsbalans met dat land voor het eerst in Grieks voordeel is gekomen). Het “heden” van Turkije - aantasting van de mensenrechten, Koerdenkwestie, dreiging met oorlog tegen Griekenland, bezetting van Noord-Cyprus - staan een volledig lidmaatschap van de EU volgens Pángalos voorlopig in de weg.

Met laatste redering beet Pángalos nog genoeg van zich af, maar in Turkije heeft het eerder door hem verstrekte Europa-brevet een bijzonder goede indruk gemaakt, juist omdat men zo boos was geworden door de negatieve christen-democratische uitlatingen. Misschien dat Pángalos' woorden hebben bijgedragen tot een, al even onverwachte, geste van de Turkse opperbevelhebber Karadayi, die al eerder blijk had gegeven te willen optreden als tegenwicht van de fundamentalistische premier Erbakan.

Op 25 maart werd op de Griekse ambassade in Ankara de jaarlijkse receptie gegeven ter gelegenheid van de Nationale Feestdag, waarop het begin van de Onafhankelijkheidsoorlog tegen het Ottomaanse Rijk wordt herdacht. Turkse generaals waren daar al elf jaar niet verschenen, maar tot ieders verbazing maakte Karadayi er zijn opwachting, terwijl het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken zeer zwak was vertegenwoordigd (vier oud-ministers kwamen wel). In zijn toespraakje pleitte Karadayi voor een dialoog (“die ik bij deze wil openen”) tussen beide landen, en zei dat de problemen die hen scheiden niet aan volgende generaties mochten worden overgedragen. Zijn woorden bevatte de toespeling dat politici van beide landen onvoldoende moeite doen de conflicten op te lossen.

Ook vorig jaar was Karadayi opgevallen door een afwijkend standpunt. Toen had hij verklaard dat door Turkse politici “strategische fouten” waren gemaakt bij de kwestie rond de eilandrotsen Imia/Kardak, die bijna tot een gewapend treffen leidde.

Intussen kwam Pángalos met uitvoerige idyllische schetsen over het feit van de eeuwenlange samenleving van Grieken en Turken in het Ottomaanse rijk en in dit kader ook inzake Cyprus, een ander Turks-Grieks geschilpunt, met nogal ruime opvattingen. Pángalos vindt dat de Turks- en Grieks-Cyprioten meer omgang met elkaar moeten hebben (ook seksueel) en daartoe zou de Groene Lijn die hen scheidt een dag in de week moeten worden geopend. De Turkse leider Denktas, wiens filosofie hier tot nu toe geheel tegen inging, antwoordde dat hij erover zou denken.

Het zijn allemaal nog slechts mooie woorden, maar het klimaat is erdoor verbeterd, terwijl dat tussen Turkije en Westeuropese landen juist dag na dag verslechtert. De voorzittende minister van de EU, Hans van Mierlo, doet intussen het zijne beide landen met elkaar te verzoenen, tot nu toe zonder zich gehaat te maken in een van beide landen.

Zijn idee dat 'wijze mannen' zich zouden moeten buigen over de Grieks-Turkse geschilpunten is nog niet van de baan en zal misschien in de nieuwe pacifistische sfeer kunnen worden ingevoegd. Ankara heeft het aanvaard, Pángalos heeft het in eerste instantie “inhoudsloos” genoemd omdat in het voorstel van van Mierlo de 'wijzen' geen Grieken of Turken zouden zijn. Zijn alternatief vraagt om een commissie van wijze mannen uit de beide landen zelf, die met nieuwe ideeën zouden moeten komen. Hoe Ankara daarover denkt is nog niet duidelijk.

Pángalos sloeg ook een gematigde weg in door bekend te maken dat Athene voorlopig genoegen neemt met een Turkse intentieverklaring waaruit moet blijken dat Ankara de kwestie-Imia aan het Internationale Hof van Justitie in Den Haag wil voorleggen. Voor alles, zo zegt hij, moet het woord “oorlog”, dat door de Turken steeds in de mond wordt genomen, worden verbannen. Zo het Turkse parlementsbesluit moeten worden herroepen, dat Turkije automatisch de oorlog verklaart als Athene zijn territoriale wateren in de Egeïsche Zee tot twaalf zeemijlen uitbreidt. De Griekse minister gaf tegelijk te kennen dat zijn regering “vooralsnog” niet van dit recht gebruik zal maken.

De rechtse oppositie valt hem hierop aan en vindt zijn opstelling in de kwestie van de twaalfmijlszone over de hele linie te slap. Maar regelrecht ontzet blijven de rechtse kranten over Pángalos' opvattingen aangaande de Europese rol voor het Ottomaanse rijk en Turkije in verleden en toekomst. “De regering moet begrijpen dat het uitoefenen van buitenlandse politiek met zo'n mentaliteit op de nationale thema's zeker niet dient”, luidt het commentaar.