Discipline hoort bij het leger

De bevelhebber van de Landmacht heeft dit weekeinde aangekondigd een aantal militairen te ontslaan die softdrugs zouden hebben gebruikt. Terecht vindt J. Schaberg. Zonder discipline kunnen operaties mislukken en dat kan mensenlevens kosten.

Eén kop uit vele over de krijgsmacht de afgelopen weken: “Uitwassen teisteren enclave Seedorf”. Het zal wel weer uit de belangstelling wegwaaien. De politiek roept wat en gaat over tot de orde van de dag. De krijgsmacht moet niet zeuren en zijn werk doen. Maar zo is het natuurlijk niet. De krijgsmacht is in ons bestel (gelukkig) nooit sterker dan de politieke aansturing. En dat is tegelijk haar zwakte.

In de krijgsmacht gaat het in de eerste plaats om personeel. Juist omdat de dreiging zo diffuus is geworden en de opdrachten zo verschillend zijn, is er thans beter personeel nodig dan bij de oude taak in de Oost-West confrontatie. Er is ook sprake van een grotere individualisering en een grotere uitwisselbaarheid bij de taakuitvoering. Een enkele man of vrouw kan het succes van een operatie bepalen, bijna ongeacht de rang. Er is hoogwaardig personeel nodig. En om het personeel op de diversiteit aan taken voor te bereiden zal ook de opleidingsinspanning groter moeten zijn. Maar wat zien we? De dienstplicht is opgeheven en er zijn forse personeelstekorten. Erger nog is het kwalitatieve probleem. Het niveau van de nieuwe categorie vrijwilligers is aanzienlijk gezakt. Slechts twintig procent heeft een MAVO-diploma en maar vijf procent heeft een hogere opleiding.

Een groot misverstand uit de Prioriteitennota, het beleidsdocument voor defensie, is dat men er van uit gaat bij de nieuwe categorie vrijwilligers te kunnen volstaan met goedkope en makkelijk te werven laag opgeleiden. Men had beter moeten weten. Het opleidingsniveau leidt nu al tot opleidingsproblemen.

Omdat de bewindslieden zich gecommitteerd hadden om in deze regeerperiode nog eens extra op defensie te bezuinigen, gingen de opleidingsbudgetten echter omlaag. Zo wordt een goede personeelsopbouw nu aan twee zijden gefrustreerd.

Voor de nieuwe categorie vrijwilligers is hoogwaardig personeel nodig, dat het plezierig vindt een tijdje in de krijgsmacht te dienen. De slimsten uit de samenleving moeten worden aangetrokken, niet degenen die het makkelijkst te werven zijn. Dat kost geld voor goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, maar het bespaart opleidingskosten en het verbetert de uitstraling van de krijgsmacht. De Amerikanen hebben die les eerder geleerd, 97 procent van hun soldaten heeft minimaal 'high school'. En dat loont, zo weten zij.

Natuurlijk gaat het niet alleen om de kwaliteit van de soldaten en de korporaals, maar ook om de hogere leidinggevenden. Ook daaraan moeten hoge eisen worden gesteld. Uitwassen, zoals nu het drugsgebruik, zullen in een grote organisatie als de krijgsmacht, nooit helemaal te voorkomen zijn, maar dat wil niet zeggen dat men zich daarbij moet neerleggen. Op de commandanten rust een zware taak. Maar hoe goed een commandant ook is, hij moet ook beschikken over bevoegdheden om uitwassen effectief tegen te gaan.

Daar wreekt zich nu het nieuwe Militaire Straf- en Tuchtrecht, dat begin jaren negentig in het kader van de algemene gelijkschakeling, onder politieke druk is ingevoerd. Het ontneemt commandanten soms de mogelijkheid om doeltreffend in te grijpen. Er is alle reden dit Militaire Straf- en Tuchtrecht nog eens tegen het licht te houden, en te zien waar bijstelling nodig is om in de huidige omstandigheden commandanten de mogelijkheid te geven hun taak uit te voeren.

Er is nog iets, en dat heet discipline. In een krijgsmacht moet er onvoorwaardelijk op kunnen worden vertrouwd dat iedereen nauwgezet doet wat hem opgedragen is. Anders kan een operatie mislukken, waarbij mensenlevens op het spel staan. Kleine dingen worden daarbij belangrijk. Een leger staat of valt daarom met zijn discipline. Het beste materieel, uitstekende technische opleidingen en een slechte discipline vormen een tot mislukken gedoemd leger.

Onze maatschappij houdt niet van duidelijkheid en discipline. Eigen opvattingen, schipperen en gedogen ligt ons meer. Dat zijn echter tendenties die de krijgsmacht ondermijnen. Hier ligt de verantwoordelijkheid van de politiek die hierover absolute duidelijkheid moet verschaffen.

Beleid is pas beleid als het ook uitvoerbaar is gemaakt. Een krijgsmacht moet ook een gedisciplineerde uitstraling hebben. Daarbij behoort het volgens voorschrift dragen van het uniform. Mensen zijn niet 'uniform' en hebben verschillende opvattingen, bijvoorbeeld over haardracht en versiering van het lichaam, maar het ongebreideld manifesteren daarvan kan natuurlijk niet. Er moeten regels zijn.

Ik noem de haardracht omdat het zo'n treurig voorbeeld is. Nadat de bevelhebber der luchtstrijdkrachten begin vorig jaar een brief had geschreven over de haardracht werden twee militairen uit Italië teruggehaald omdat zij weigerden hun haar te laten knippen. De minister en de staatssecretaris van defensie steunden dat, maar toen de Kamer en de media zich begonnen te roeren, verdraaiden zij hun mening. Als afleiding werd een algemene gedragscode voor militairen aangekondigd. Toen die echter verscheen, bleek er niets in te staan. De Kamer veegde er de vloer mee aan. De bewindslieden wisten daarop niets beter te zeggen dan dat de bevelhebbers nog met een uitwerking zouden komen.

Dat is onjuist, de minister moet zeggen wat hij vindt van gevoelige zaken zoals discipline. Het aan bevelhebbers overlaten die zich politiek niet gedekt weten, past niet. Die uitwerking is er dan ook nog steeds niet. Wel roept de staatssecretaris nu dat lange haren en oorringen hem niets kunnen schelen.

Dat is politiek slap en een weglopen van de verantwoordelijkheden.

Uiteindelijk gaat het om de operationele taakuitoefening van de krijgsmacht. Opdrachten in het kader van de zogeheten vredesoperaties zijn niet altijd duidelijk en doordacht. Soms ook onuitvoerbaar. Commandanten worden door de politiek aan hun lot overgelaten. Zoek het maar uit, probeer maar tussen de klippen door te zeilen. Zo wordt een mentaliteit gestimuleerd van de andere kant op kijken, van 'er zonder kleerscheuren er doorheen komen'. Dat is Srebrenica ten voeten uit.

Als een mentaliteit van 'overleven' invloed krijgt op de krijgsmacht, gaat het fout. De Amerikanen wisten er na Vietnam alles van. Het gaat er niet primair om, te overleven. De opdracht uitvoeren, dat is primair - onmiddellijk gevolgd door de zorg die men heeft voor degenen over wie men het bevel voert.

Dat is de ziel van de krijgsmacht, waarvan iedereen doordrongen moet zijn.

Dit vereist dat de politiek duidelijke en uitvoerbare opdrachten geeft. De politiek heeft het eerste en het laatste woord over de krijgsmacht. Dat is geen privilege, maar een zware verplichting die nu moet worden waargemaakt. Niet in de laatste plaats omdat er bij de krijgsmacht bijna 60.000 militairen werken, van wie de zwaarste offers kunnen worden gevraagd.