Met één been in mijn bermuda

Jazeker, heren verzekeraars, u slaat de spijker op de kop. De geachte heer J. Boerdam wil inderdaad “heerlijk genieten op een palmenstrand dankzij een haast onmerkbaar bij elkaar gespaard kapitaal”. U bent met uw folder aan het goede adres. Wat mij betreft hadden er nog veel meer kleurenfoto's in gemogen van de witbestrande eilandenrijkjes die u voor mij en mijn doelgroep alvast hebt gereserveerd. Belastingvrij nota bene. Geweldig!

Tot mijn vreugde kleppert de brievenbus de laatste maanden aan een stuk door. Allemaal fantastische voorstellen voor wat ik met mijn koopsompolissen en spaarplannen kan aanschaffen: zeiljachten, safari-jeeps, boerderijtjes in Frankrijk, kunstschatten, speeltafels; de hele Westerse seniorenhemel wordt er in al zijn heerlijkheid getoond.

Ik zal u eerlijk vertellen dat ik al dat glanzend drukwerk zorgvuldig bewaar in een geheime bureaula. Als het werk niet wil vlotten, en mijn collega's de kamer uit zijn, haal ik er snel een paar uit. Dan geef ik me over aan verboden gedachten.

Ik treed dan, in geestelijk opzicht, alvast flexibel uit. Ik incasseer mijn lijfrente en zet koers naar het heerlijk palmenstrand.

Het is niet anders, ik lijd aan pensioenlust. Ondanks mijn leeftijd - ik moet nog vijftig worden - overvalt mij steeds vaker een onverklaarbaar, allesoverheersend verlangen de arbeidsmarkt te verlaten. Dat is in onze tijd van activering en persoonlijk ondernemerschap een niet geringe handicap. In een moderne organisatie kun je deze geaardheid maar beter verborgen houden. Als de personeelsmanager zo'n tegennatuurlijke loopbaanoriëntatie ontdekt, word je subiet in een outplacement-traject geduwd. Vandaar dus dat ik mijn lusten pas bevredig als mijn collega's uit het zicht zijn.

Ben ik de enige? Hoewel niemand er rond voor uitkomt - het precieze aantal 'haast onmerkbaar bij elkaar gespaarde' koopsompolissen bijvoorbeeld houdt iedereen angtvallig geheim - zijn er op mijn werk heel wat generatiegenoten die bij wijze van spreken al met één been in een bermuda rondlopen. De terreinwagen staat bedrijfsklaar voor deur, voor het groot vaarbewijs wordt driftig gestudeerd en in de Holland Casino's bereidt men zich voorzichtig voor op de mondiale blackjack-carrière van straks.

Op grond van dit soort waarnemingen lijkt het mij meer dan waarschijnlijk dat de pensioenslust op grote schaal slachtoffers maakt in de vergrijzende personeelsbestanden van ondernemend Nederland. Het dagdromen heeft bij werknemers van boven de veertig wellicht al een structureel karakter gekregen. Het resultaat daarvan is een verminderd realiteitsbesef en een sterk teruglopend arbeidsethos. Dat heeft dan weer zijn weerslag op de hele organisatie: de jongere werknemers in de lagere posities begrijpen steeds minder goed waarom zij wel hard moeten werken. Zo kan de pensioenlust zich ongemerkt van boven naar beneden door de organisatie heenvreten met, dat spreekt vanzelf, desastreuze gevolgen voor de winstcijfers.

Dit gevaar wordt momenteel onderkend door alle topeconomen van ons land. Hun boodschap is dat de huidige boom in onze delta-economie als een zeepbel uiteenspat als de arbeidsproduktiviteit van mijn leeftijdsgenoten binnenkort drastisch afneemt. Ze gruwen bij de gedachte aan al die surfende vijftig-plussers, die zonder een greintje verantwoordelijkheidsgevoel de boel de boel laten en de concurrentiepositie van Nederland verkwanselen voor die van de Maladiven.

En, zoals dat in onze tijd betaamt, als de economen van iets gruwen, gruwen de politici mee. Beschouwden dezen het tot voor kort als de grootste opgave in hun leven jongeren aan het werk te krijgen, nu vinden ze het plotseling veel belangrijker ouderen aan het werk te houden. Daarom heeft men op 1 april de VUT afgeschaft, worden wachtgeldregelingen verboden en probeert men de bedrijfpensioenen tot een onaantrekkelijk laag niveau terug te schroeven.

Ook in moreel opzicht is het offensief ingezet. Wie niet minstens net zo lang als Frits Bolkestein een ongebroken arbeidsethos toont, deelt niet in de kernwaarden van onze samenleving en is direct verantwoordelijk voor de teloorgang van alle komende generaties.

Is dit offensief voldoende om de pensioenlust te dempen? Biedt een verhoogd zondebesef hier soelaas?

Dat is niet waarschijnlijk. Want zoals dat met lusten gaat, ze moeten er eerst uit voordat ze een vorm kunnen krijgen. Pas wanneer ze die vorm hebben, kan er gewerkt worden aan maatschappelijke acceptatie en politieke sturing. Het westerse beschavingsproces leert niet anders. Dat betekent dat in het geval van de pensioenlust repressie niets oplost. Ook het verketteren vanuit de politiek leidt tot niets anders dan marginalisering en anomisering van een vitaal deel van de beroepsbevolking.

Het is veel beter de zaak open te gooien. Maak het bespreekbaar, zowel in het bedrijf als in de politiek, breng de mensen om wie het gaat bij elkaar, stimuleer onderzoek naar hun geschiedenis, en bestrijdt elke vorm van discriminatie. Door zo'n emancipatieproces kan de pensioenlust de geheime bureaula ontstijgen en wordt het mogelijk een personeelsbeleid te onwikkelen waarvan de dieptste wensen van de Nederlandse werknemer het uitgangspunt zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat dat kan. Loopbaanonderbreking, sabbatsverlof, creatief stapelen van ADV-dagen, er is tegenwoordig nog van alles mogelijk om de werknemer van boven de veertig op gezette tijden naar een palmenstrand te sturen. Als dat op royale schaal gebeurt zal dat de pensioenslust uit de smoezelige sfeer van de verzekeringsporno halen. Mensen zoals ik zullen daardoor hun zelfrespect hervinden, en zich, tussen de verlofperiodes door, met meer plezier beschikbaar stellen voor de arbeid.

Tot aan ons vijfenzestigste, dat beloven we.