Handboek stelt minister in het ongelijk

ROTTERDAM, 12 APRIL. “Als in de handboeken had gestaan dat varkenspest zeker via sperma kon worden overgebracht, had ik het gebruik daarvan onmiddellijk verboden. Maar dat schreven die handboeken niet”. Dat zei minister Van Aartsen donderdag in een interview in deze krant. Hij herhaalde later in een tv-uitzending van NOVA het belang van veterinaire handboeken bij zijn beslissing.

In het handboek Pig Diseases (6e editie, 1995) van de Brit D.J. Taylor, een veterinair microbioloog verbonden aan de universiteit van Glasgow, staat (pag. 77) bij de opsomming van gebruikelijke besmettingsroutes van varkenspest als vijfde mogelijkheid: “Indirect transfer (...) is relatively unimportant and includes the use of contaminated vaccines, sera, semen (sperma) or embryos.”

Het boek zegt dat het virus aanwezig is in alle lichaamsuitscheidingen, vooral in de urine, maar: “Virus may be present in the semen.”

1.675 varkensfokkerijen, verspreid over Zuid-Nederland, zijn mogelijk besmet door aangetast sperma van het KI-station in Wanroij. Duizenden dieren op die bedrijven worden gecontroleerd op varkenspest. Bij enig vermoeden van de ziekte zullen zij dieren worden vernietigd.

Vier, volgens het boek belangrijker manieren waardoor het virus kan worden overgebracht zijn: het transport van besmette varkens naar een onbesmet bedrijf, aanvoer van besmette dieren op een veemarkt, voeden van onvoldoende verhitte etensresten en de aankoop van besmette zwangere zeugen. Als minder belangrijke transmissiemogelijkheid noemt het boek ook de overdracht van virus van wilde zwijnen naar varkens. Deze overdracht is in Zuideuropese landen en in Duitsland waargenomen. Maar Nederlandse varkens worden nooit het bos in gestuurd om eikels te eten en zullen waarschijnlijk nooit een wild zwijn ontmoeten.

Toen begin februari de varkenspest in Nederland uitbrak had boekhandel Broese Kemink in Utrecht, waar dierenartsen worden opgeleid, enkele exemplaren op de plank staan.