Bordkarton van vlees en bloed; De heldenrollen van Harrison Ford

Harrison Ford, te zien in de nieuwe film The Devil's Own en de heruitgebrachte Star Wars, is beroemder om zijn gevechten en stunts dan om zijn ontbijten en seks-binnen-het-huwelijk-scènes . Toch zijn die laatste twee in zijn films net zo belangrijk. Ford is een held uit de tijd waarin mannen in films nog mannen leken. Hij kan naar een Wehrmachtofficier kijken en opmerken: 'Nazi's. I hate these guys'.

Garry Jenkins: Harrison Ford. Imperfect hero. Uitg. Simon and Schuster, 394 blz. Prijs ƒ 56,30. The Devil's Own, Star Wars en The Empire Strikes Back zijn te zien in verschillende bioscopen in het land.

Venetië, een zomermiddag. Het Filmfestival op het Lido is nog niet begonnen, maar door de oude straten van de stad lopen een man en een vrouw. Het zijn geen sterren, gewoon een man en een vrouw, ze huppelen bijna de brug over, hand in hand; de camera, dat zijn de ogen van drie vrouwen, die aan de overkant in de schaduw staan. Ze hebben het paar al eerder gezien, en net als zij langzaam gelikt aan een ijsje, een kat achterna gekeken, lachend nee geschud tegen een gondoliere. Maar zij deden het met z'n drieën, en dus alleen. Nu ze het paar weer tegenkomen, houdt de brutaalste het niet meer uit. Ze loopt naar hen toe, ze kijkt de man aan. 'Mogen wij ook een keer?' De man en de vrouw begrijpen niet meteen wat voor haar zo vanzelfsprekend is. 'Om de beurt. Uw vrouw, uw vriendin, kan dan samen met de anderen even wachten.' Nog begrijpen ze het niet. 'Mogen wij ook een keer met u de brug over?'

Brooklyn, een zomeravond. Twee matrozen brengen een jongetje met een matrozenpet op naar bed. Ze zingen een lied voor hem.

Parijs, een zomermorgen. Een hartchirurg kruipt met een koffer over een dak.

Amsterdam, een voorjaarsmiddag. Venetië staat op de schoorsteen, Brooklyn en Parijs zitten in de televisie. De matrozen zijn Frank Sinatra en Gene Kelly, ze spelen in On the Town op de BBC. De hartchirurg is Harrison Ford, hij zit in de videocassette en speelt in Frantic, een thriller van Roman Polanski uit 1988. Sinatra en Kelly spelen matrozen omdat de een goed kan zingen en de ander goed kan dansen. Wat kan Harrison Ford?

Hij kan goed rennen, goed rijden, goed schieten, de val van een stuwmeerdam overleven. Frantic geeft daarvan niet zulke goede voorbeelden, want in deze thriller parodieert Ford zichzelf. Op het dak verliest hij een schoen. Maar andere dingen die hij goed kan, blijft hij ook in deze film goed kunnen. Zich scheren, bijvoorbeeld. Of ontbijten. Dat doet hij in veel films; in Patriot Games (1992) vraagt hij zijn dochter of ze geroosterd brood wil of geroosterd brood (voor pannenkoeken is geen tijd), in Working Girl (1988) deelt hij zo'n geroosterde boterham met Melanie Griffith, in Regarding Henry (1991) doet hij er eerst roereieren op en later niet meer. Ook in het naar bed brengen van kinderen is Ford goed; is hij de naam van hun knuffel vergeten, zoals in Regarding Henry, Fords variant op Rain Man, dan is zijn karakter slecht, zegt hij braaf 'Duckie' dan is hij goed, zoals in The Devil's Own (1997).

The Devil's Own draait nu in de Nederlandse bioscoop. Het is de achttiende film waarin Harrison Ford een van de hoofdrollen speelt. De eerste was Star Wars (1978), bijna twintig jaar geleden. Ook die film is, in een gemoderniseerde versie, nu weer in de bioscoop te zien, evenals het vervolg, The Empire Strikes Back.

Het is jammer dat die Amsterdamse zatermiddag Frank Sinatra en Gene Kelly, en niet Al Pacino of Robert DeNiro op tv waren. Zij zijn ongeveer even oud als Ford (Pacino is van 1940, Ford van '42, DeNiro van '43) en zij kunnen hetzelfde als hij: acteren. Volgens velen kunnen zij het beter. Ze hebben in ieder geval een Oscar om dat te bewijzen. Ford (in 1985 één keer genomineerd, voor Witness), heeft ook een prijs. Drie jaar geleden werd hij door de Amerikaanse Association of Theatre Owners uitgeroepen tot 'Box Office Star of the Century'. De films waarin hij speelde hadden toen al meer dan twee miljard dollar opgebracht. Ford is een van de weinige acteurs die een film kunnen 'openen', zoals dat in Amerika heet - mensen gaan naar de bisocoop om hem te zien. Door producenten en studiobazen wordt zo'n acteur dan ook 'the money' genoemd.

Behalve geld is Ford een held. Acteurs worden vaak geprezen om het grote scala aan rollen dat ze aankunnen, maar Ford heeft langzamerhand besloten zich daar niet aan te storen. Hij doet wat hij het beste kan: actie en avontuur, met hier en daar een liefst romantische komedie. Ford is bordkarton van vlees en bloed. De dubbele bodem in zijn acteren is er een van tijd, niet van karakter. Ford lijkt altijd weggelopen uit oudere films, films uit de tijd dat mannen nog mannen leken. Hij kan op 'I love you' met een diepe stem 'I know' antwoorden, hij kan naar een Wehrmachtofficier kijken en opmerken: 'Nazi's. I hate these guys'.

De eerste grote rollen die Ford speelde, Han Solo in Star Wars en Indiana Jones in de drie Indiana Jones films, waren door regisseurs/producenten Spielberg en Lucas ook bedoeld als vervolgen op avonturenfilms uit de jaren dertig. Ford heeft deze ouderwetse schijn mee weten te nemen naar zijn andere films. Alleen als hij echt het roer probeert over te nemen van een oude ster wordt de schijn vals. In de remake van Billy Wilders Sabrina door Sydney Pollack (1995) bleek dat hij Humphrey Bogart wel in herinnering kan brengen, maar niet kan vervangen.

Overigens is Ford een van de laatste acteurs die nog in het oude Hollywoodse studiosysteem heeft gewerkt. Hij was in dienst van Columbia en Universal maar kreeg niet veel te doen. Toen George Lucas hem voor Star Wars vroeg, verdiende hij geld met timmeren - van een deur van de studio naast het gebouw waar Lucas audities hield.

Vervuilde broeken

Uiterlijk helpt de held, al was en is Ford geen schoonheid; de acteur die het meest op hem lijkt is Al Bundy, de verslonste schoenverkoper uit de sitcom Married with children. Maar met de juiste kleding en training valt er van Ford veel te maken. In de Indiana Jones-films is goed begrepen dat kleuren Ford niet staan, maar leren jasjes en hoeden wel, evenals door actie gescheurde en door avontuur vervuilde broeken en hemden die om hem heen fladderen alsof ze niet echt bij hem horen. Zijn lijf kan alles aan. Zijn geest trouwens ook; al in Indiana Jones was Ford archeoloog, later is hij graag advocaat, dokter of hoogleraar aan een militaire academie. Als chirurg Richard Kimble in The Fugitive zijn zijn spieren het sterkst, zijn schouders het breedst; beeldvullend als hij zijn overall op zijn knieën laat zakken en een injectiespuit in zijn bil zet.

Seksscènes zijn schaars in films van Ford, al worden er wel toespelingen op gemaakt, vooral in zijn latere films, als Ford steevast getrouwd is. Misschien dat de acteur daarom in een enquête van een jaar geleden bij Amerikaanse vrouwen met een partner nog populairder was dan bij alleenstaanden: 27 procent van de vrouwen met wilden Ford mee op een cruise, tegen 21 procent zonder. Welke andere acteur maakt een specialisme van spannende seks tijdens het huwelijk?

Harrison Ford is beroemder om zijn gevechten en stunts dan om zijn ontbijten en seksscènes. Toch zijn die laatste twee in zijn films net zo belangrijk. In zijn vroege films zocht Ford het avontuur; in zijn latere films komt het naar hem toe. En hij bestrijdt het, opdat hij aan het eind van het avontuur weer een boterham voor zijn dochter kan roosteren en met zijn vrouw naar bed kan.

Het is gemakkelijk om over deze simpele wensen te schamperen. Maar in een film zijn ze onweerstaanbaar. In een interview van een jaar geleden zei Ford dat hij alleen mannen wil spelen die het goede proberen te doen. Hij vergeleek de bioscoop zelfs onverhoopt met een kerk, waar mensen dat goede kunnen leren. Wat is dat goede?

Harvard, een wintermorgen. Vladimir Nabokov houdt een lezing over het goede in de literatuur. Over het goede dat een irrationeel goed is in de wereld van de geest, waar mensen zich aan vast klampen tijdens de donkerste uren van fysiek gevaar, pijn, stof en dood. Nabokovs goed is een lieflijke en lief te hebben wereld, waarin kinderen naar de dierentuin gaan om de harde haartjes op de rug van een pasgeboren olifant te zien. Nabokov zei dat hij zijn hoed afneemt voor de held die zo'n kind uit een brandend huis redt, en zijn hand schudt als hij ook nog de tijd neemt om wat favoriet speelgoed te redden.

Jackson, Wyoming, nog een wintermorgen. Harrison Ford zit op zijn ranch aan de Snake rivier, zijn paradijs, en kan op zijn gemak de films uitkiezen waarin hij wil spelen. Hij wil geen filmster zijn, hij wil spelen in films die sterren zijn. Zijn sterren worden Presumed Innocent, Patriot Games en het vervolg Clear and Present Danger, The Fugitive, The Devil's Own. Het geweld is in deze films vaak politiek - IRA, drugs, andere terroristen, corrupte overheid, corrupte industrie - maar de reden voor Fords betrokkenheid altijd persoonlijk. In het begin redde hij gralen en sterrenstelsels, later gaat het alleen om zijn vrouw, zijn kind, zichzelf. In The Devil's Own gaat het scenario nog een stap verder: daarin is ook het geweld van de schurk persoonlijk geïnspireerd: de Engelsen vermoorden de met de IRA sympathiserende vader van Brad Pitt, die daarop, hoe kan het anders, zelf terrorist wordt.

Het telkens maar weer in de strijd gooien van dat wat iedereen het liefste is, of zou moeten zijn, heeft iets ranzigs. Het slaat de wapens uit de handen van de cynicus, het is geen ideaal, maar een instinct een waarvan iedereen hoopt dat hij het bezit. In Presumed Innocent werd het recht er al voor opzij gezet. Als aan het eind van deze thriller van Alan J. Pakula blijkt dat Fords minnares door zijn vrouw vermoord is, laat hij haar haar straf ontlopen. Hij kan zijn zoon toch niet diens moeder afnemen? vraagt Fords diepe voice-over in de allerlaatste scène, als de camera een lege rechtbank filmt. Toch is er straf - voor Ford, want hij moet om diezelfde reden bij haar blijven.

Het einde van de Koude Oorlog is de meest gebruikte verklaring voor de karige beweegredenen die de personages in actiefilms tegenwoordig meekrijgen. In Fords nieuwste film, Air Force One, moet zelfs de Amerikaanse president eraan geloven. In deze film, die in Amerika in juli in première gaat - op Memorial Day - speelt Ford eindelijk die Amerikaanse president, die gezworen heeft nooit met terroristen te onderhandelen. Maar dan kidnappen ze zijn vrouw en dochter.

Sinds Venetië heb ik me afgevraagd of Harrison Ford het verzoek van de drie meisjes zou inwilligen. Hij is acteur, hij kent de kracht van het spel, en hij is een ster, hij weet dat het spel ook met de werkelijkheid gespeeld kan worden. Maar Ford is geen held meer. De mannen die volgens hem het goede doen, redden kinderen, jazeker, en ze nemen vast ook nog wel de tijd voor hun knuffel. Maar altijd zijn het hun eigen kinderen. Toen Nabokov in Harvard over kinderen sprak, had hij over het kind van de buren. Als dat opgroeit, moet het van Ford alleen de brug over.