Bijna een mythe geworden; Gesprek met Depeche Mode-zanger David Gahan

De Engelse popgroep Depeche Mode werd lang gezien als een echte tienerband die vrolijk huppelende synthesizerliedjes maakte. Hun donkere zijde werd door het publiek genegeerd, tot zanger David Gahan besloot die kant in de praktijk te brengen: hij werd een full-time junk, en deed vorig jaar een zelfmoordpoging. “Ik was het zat om in een leuke, veilige popgroep te zitten.”

Op de bank in het hotel zit een hoopje rock 'n' roll. Het draagt afgebladderde nagellak en primitieve tatoeages. Tussen de gelige vingers hangt een sigaret. Deze man heeft zijn best gedaan om van het leven af te komen. Zelfmoord, drugs en escapades naar dealers in gevaarlijke achterbuurten. Vooralsnog is het niet gelukt - afgezien van die keer dat zijn hart twee minuten stil stond als gevolg van een overdosis.

David Gahan, zanger van de Engelse popgroep Depeche Mode, heeft gefaald als rock 'n' roll-mythe. En nu doet hij boete. Met dezelfde toewijding waarmee hij zich op de verwoesting van zijn lichaam stortte, wijdt Gahan zich nu aan de biecht. Over de vervreemding van geliefden en van zoon Jack. Over naakt ontwaken op straat, omdat tijdens een drugsroes alles is gestolen. Over ingerekend worden in Californië met 'zelfmoord' als aanklacht. Over, uiteindelijk, de angst voor de dood. De zanger die ooit in Paradiso de meisjes liet flauwvallen met een stoot van zijn mollige heupen, is op 34-jarige leeftijd een oude man, die de wereld wil vertellen waarom hij op het nippertje besloot toch maar geen Janis Joplin, Jim Morrison of Kurt Cobain te worden. Maar zijn biecht lijkt ook een vraag om erkenning. Nu hij voorlopig nog niet als rock 'n' roll-mythe kan worden bijgeschreven, wil Gahan toch in ieder geval als 'bijna-mythe' door het leven.

Zijn groep Depeche Mode maakte begin jaren tachtig deel uit van de Engelse 'synthipop'-beweging, samen met onder andere The Human League en Ultravox. Door vrolijke nummers als 'Just Can't Get Enough' en 'People Are People' verwierf de groep zich een 'tienerbop'-image waar ze niet meer vanaf kwam. Ook niet toen Depeche Mode in de loop van de jaren tachtig steeds zwaarmoediger muziek ging maken en samen met de Nederlandse fotograaf Anton Corbijn een door zwart leer en zwart omrande ogen bepaald imago bedacht. “We kwamen regelmatig in Nederland voor het popprogramma Countdown. Dan werden we ook altijd geïnterviewd door een paar kritische journalisten die duidelijk lieten merken dat we in hun ogen absoluut niet meetelden”, vertelt Andrew Fletcher, die de band samen met Gahan en Martin Gore oprichtte.

Zweepslagen

Depeche Mode had dan ook een tweeslachtige stijl. Verschillende nummers van cd's als Some Great Reward (1984), Music For The Masses (1987) en Violator (1990) leden onder de huppeltonen van de synthesizer, die nog altijd de muziek bepaalde. Maar even zoveel songs overstegen het cliché. En het was juist de verdienste van Depeche Mode dat de muzikanten eigen, ongewone klanken uit de synthesizer haalden: het industriële geluid van ijzer op ijzer of een ritme van zweepslagen.

Ook de onderwerpen werden duister: van aids ('Shake The Disease') tot sm ('Master And Servant'). Maar al zong Depeche Mode dit soort thema's moeiteloos de hitparade in, de 'serieuze' waardering bleef uit. Toen besloot David Gahan dat het tijd werd voor rock 'n' roll. Hij had genoeg van het gekoketteer met de zelfkant zoals in popsongs vaak gebeurt. Gahan wilde de liedjes léven.

De zanger, die al drugs gebruikte sind hij als tiener de epilepsiemedicijnen van zijn moeder pikte, koos voor een heroïne-verslaving. Het is voor een popmiljonair niet moeilijk om fulltime junkie te zijn. Tijdens de veertien maanden durende 'Faith & Devotion'-tournee, nadat het prachtige Songs Of Faith And Devotion (1993) was verschenen, reisde er behalve een psychiater ook een kleine drugshofhouding mee om Gahan te bevoorraden. Buiten de tournee's woonde hij met zijn tweede vrouw in Los Angeles en spendeerde de opbrengst van 80 miljoen verkochte cd's aan verdovende middelen.

Over de behoefte aan een 'rock 'n' roll-bestaan' zegt Gahan nu: “Ik was het zat om in een leuke, veilige popgroep te zitten. Eind jaren tachtig was alles netjes en gladgestreken. Maar achter de schermen zat iedereen zich onder tafel te drinken en te spuiten. Ik vond dat er geen echte rock 'n' roll-sterren meer waren. Niemand leek nog bereid om tot het uiterste te gaan. Ik wel. Het was mijn bedoeling om er op het juiste moment mee op te houden, maar toen kon het niet meer. Want ineens waren er geen redenen meer om te stoppen. Zelfs muziek was onbelangrijk geworden.”

Plichtmatige pogingen om van de drugs te komen leidde tot verschillende opnamen in Exodus (de kliniek in Californië waaruit Kurt Cobain wegliep voordat hij zelfmoord pleegde), waarna hij steevast weer incheckte in het Sunset Marquis-Hotel in Los Angeles, dat uitsluitend wordt bevolkt door verslaafde popmuzikanten. De opnames voor de nieuwe cd waar de groep in New York aan werkte, liepen mis omdat Gahan geen stem en geen interesse meer had. Maar afgelopen mei, nadat hij een zelfmoordpoging en een overdosis had overleefd en de drugs door overmatig gebruik hun effect al lang verloren hadden, is Gahan serieus afgekickt. Tot nog toe, vertelt Gahan, is hij clean.

Ultra, de nieuwe cd van Depeche Mode, is inmiddels voltooid en verschijnt volgende week. De nummers liggen in het verlengde van Songs Of Faith And Devotion; een ruw blues-achtig geluid sluipt onder de afgemeten keyboardpartijen door. Het tempo is lager en bedachtzamer dan op eerdere platen, gospelkoren omhullen Gahans volle stem die als een klaroenstoot de topzware instrumentatie overstijgt. De teksten sluiten wonderwel aan bij Gahans ervaringen van de afgelopen vijf jaar ('A vicious appetite visits me each night / and won't be satisfied, won't be denied' in 'Barrel Of A Gun') - al zijn ze geschreven door Martin Gore, het muzikale brein van de groep.

Schor gepiep

Gahan vertelt dat zijn zang, na het afkicken, klonk als schor gepiep. “Ik ben gaan samenwerken met een stemcoach. Met haar deed ik iedere dag zang- en ademhalingsoefeningen. Dat was goed voor mijn stem, en ook voor mijn herstel als ex-junkie. Als zanger is je stem je instrument, maar het is een kwetsbaar instrument want het laat precies horen hoe het met je gaat. Ik besefte dat ik om goed te kunnen zingen ook zelf beter moest worden.”

Uiteindelijk nam Gahan samen met producer Tim Simenon en zijn stemcoach in eenstudio in Los Angeles de zang op bij de nieuwe nummers, terwijl Gore en Fletcher thuis in Engeland zaten. Gahan woonde inmiddels in een nuchter huis, ging alleen om met ontnuchterde vrienden en bezocht cafes voor geheelonthouders, vertelt hij.

Toch toont de videoclip die Anton Corbijn later maakte bij de eerste single, 'Barrel Of A Gun', nog de nachtmerrie van het junkie-bestaan. Als een dode kijkt Gahan in de lens. Maar hier is een typische Corbijn-grap uitgehaald; de regisseur tekende de grote starende pupillen op Gahans oogleden. Volgens Gahan en Andy Fletcher zijn de single en de clip bedoeld als verklaring aan het publiek. “Oorspronkelijk waren we van plan om 'It's No Good' uit brengen als eerste single”, zegt Fletcher. “Maar in het licht van wat we allemaal hebben doorgemaakt vonden we dat nummer uiteindelijk te lichtvoetig. We dachten dat het eerlijker was om hier mee te komen. Dankzij het nummer en de clip is die periode gedocumenteerd. Nu kunnen we weer wat anders gaan doen.”

David Gahan vertelt dat de groep bij het verschijnen van Ultra niet op tournee zal gaan. Zijn toestand staat zo'n reizend Sodom & Gomorra niet toe. De film 101 die D.A. Pennebaker (bekend van Don't Look Back uit 1967, het tourverslag van Bob Dylan) in 1988 over een tournee van Depeche Mode maakte, toont het isolement waarin de groepsleden tijdens zo'n langdurige onderneming zitten. Pennebaker legde het contrast vast tussen het uitgelaten publiek, 60.000 man, in een stadion in Pasadena, en de ongezellige kleedkamers bachstage waar uitsluitend managers en officials rondlopen. Gahan moppert ergens: 'Je mist je vriendin, en je familie. En ondertussen raak je je vrienden kwijt omdat je er nooit bent'. Drugs en alcohol zijn tijdens tournees vaak de enige verstrooiing.

Het lijkt vanzelfsprekend dat een kwetsbaar mens zo'n situatie niet willens en wetens opzoekt. Toch is er iets dat een ontmoeting met de 'herboren' David Gahan tot een verwarrende ervaring maakt. Doelend op zijn verslaving heeft hij het steeds over het 'leven dat achter me ligt'; wat nog geen jaar geleden is. Hij praat over zijn hervonden liefde voor muziek als over een nieuwe religie, terwijl Andy Fletcher toch met zekere trots over de 'graad in losbandigheid' spreekt die de bandleden de afgelopen jaren hebben behaald.

Bovendien blijkt later dat de groep volgend jaar, bij het verschijnen van een Greatest Hits-cd, wel degelijk op tournee zal gaan. Wie zich probeerde in te leven in het verhaal van Gahan blijft nu met lege handen achter. Want het lijkt alsof het junkiebestaan, hoe desastreus ook, alsnog wordt uigebuit: de maatregelen om Gahan op het rechte pad te houden duren zo lang als de publiciteitsactiviteiten rond Ultra. Daarna wordt het rock 'n' roll-circus weer aangeslingerd.

De ontroering die Ultra wekt is voor het grootste deel te danken aan de nieuwe nummers. Maar voor een deel speelt ook de wetenschap dat het weinig had gescheeld of de nieuwe cd van Depeche Mode was er nooit gekomen. Met deze factor zouden de groepsleden zelf wel wat bescheidener om mogen gaan.

Ultra verschijnt 14 april bij Play It Again Sam (CD Stumm 148)