Anil Ramdas

Anil Ramdas mag zich gelukkig prijzen. Zijn artikel 'moedwil en kwade trouw bij blanke schrijvers' in NRC Handelsblad van 14 maart heeft veel stof doen opwaaien. Een knap artikel van Ramdas. Het verschijnsel dat een blanke (schrijver) een allochtoon niet zou 'zien staan' wordt beeldend beschreven en hij zou er nog wel eens gelijk in kunnen hebben ook.

Juist daarom is zijn opvatting dat schrijvers éérder meer zouden zien dan 'de lange blonde mannen', die elders in dit artikel overigens worden gekwalificeerd als 'eenvoudige burgers die niet altijd avontuurlijk kunnen zijn'', ergerlijk naïef en elitair. Hier wordt klakkeloos met een vooroordeel de (blanke) samenleving geduid: de Edele Schrijvers (die zich dit overigens, begrijpelijkerwijs, welwillend laten aanleunen) plus Alle Anderen die Meer zien dan hun Eigen Weerkaatsingen, en het plebs, ofwel de lange blonde mannen.

Waar is deze tweedeling op gebaseerd? Het zou wel eens kunnen zijn dat het plebs heel wat beter in staat is meer te zien dan de eigen weerkaatsingen van de schrijvers. Het tegendeel is mij bepaald niet gebleken, en Ramdas zelf ook niet, getuige zijn artikel.

Niettemin, Ramdas wendt zich tot de groep die volgens hem in staat moet zijn de allochtone medemens op te merken, maar het vervolgens nalaat: de blanke schrijvers. Waarom doet hij dat in 's hemelsnaam? Ja, omdat zij kennelijk over het 'talent beschikken fascinatie op te brengen voor wat anders is'. Maar dan nog! Is de Nederlandse literatuur gebaat bij een aanbod van romans waarvan 6,67 procent (politiek correct percentage) over allochtonen gaat? Het is hetzelfde als wanneer je zou zeggen dat mannelijke schrijvers de helft van hun personages uit niet-stereotiepe vrouwenfiguren moeten laten bestaan. Laat de mannelijke schrijvers schrijven wat ze willen en laat de vrouwelijke schrijvers (die in aantal toenemen) schrijven wat ze willen: dé manier voor de laatsten om te visibiliseren.

Op dezelfde manier lijkt het mij dan ook wenselijk, zo niet logisch en normaal, dat 6,67% van de Nederlandse literatuur door allochtonen wordt geschreven. Een eigen stem laten horen is belangrijker dan opgemerkt worden door de blanke medeschrijver. Het zet heel wat meer zoden aan de dijk om zelf met een roman te komen waar die medeschrijver niet omheen kan, sterker nog, waar de blanke samenleving niet omheen kan, dan om genuanceerd en rijk aan gevoelens en gedachten voor te komen in de roman van een van Neêrlands blanke schrijvers.

Op die manier kan er - in ieder geval in schrijversland - geen sprake meer zijn van Invisible Men of Invisible Women. Getuige de opmars van de allochtone literatuur is dit proces overigens al volop aan de gang.